China's overgang naar de markteconomie

Door een technische storing in de transmissie zijn enkele passages weggevallen uit het artikel van onze correspondent in China, dat vorige week dinsdag op de opiniepagina verscheen. Het volledige artikel drukken wij hieronder opnieuw af.

Het historische veertiende congres van de Chinese Communistische Partij is voorbij en het heeft enig goed nieuws opgeleverd: Het interregnum - sinds 1989 - van een gespleten partij, waarvan één vleugel terug naar Mao en Stalin wilde en de andere de 21ste eeuw verkiest, is gecamoufleerd door een nieuwe façade van eenheid over consolidatie en versnelling van marktgerichte hervormingen. Een deel van het oude brandhout is weer weggekapt uit de toporganen en nieuwe, jongere, meer competente mensen zijn geïnstalleerd.

De in 1989 afgezette liberale partijleider Zhao Ziyang is - in tegenstelling tot enige van zijn adjudanten - niet gerehabiliteerd en evenmin zijn de geschiedvervalsingen over de bloedige onderdrukking van de studentenbeweging gecorrigeerd. Hervormingen van de repressieve leninistische structuren van partij en staat blijven anathema. Het probleem van de opvolging van de 88-jarige Deng Xiaoping als opperste arbiter en primus inter pares van het regime is niet opgelost. Partijleider Jiang Zemin, de januskop met een weervaantje erop, die Mao-pakken en driedelige Westerse pakken om de dag verwisselt, blijft aan, evenals premier Li Peng, de gehate neo-stalinist die sinds enige maanden lippendienst bewijst aan de hervormingen.

De rationalisatie is dat omwille van stabiliteit en continuïteit de "Jiang-Li as" gehandhaafd moet blijven, maar geen van beiden zijn enthousiast over de nieuwe koers. Een voorstel om Jiang te omringen door twee adjuncten heeft het om nog onbekende redenen niet gehaald. In marine-beeldspraak heeft China nu een bevelsstructuur, waarbij de oude admiraal nog op de brug van zijn verroest, lek vlaggeschip zit en op de belangrijkste schepen zijn weliswaar de bemanningen vernieuwd, maar zitten de passieve kapiteins in de kombuis. Waar vaart die vloot heen? De schepen hebben een verschillende snelheid en de eindbestemming is onbekend.

Niettemin: “Het einddoel van de economische herstructurering is de ontwikkeling van de socialistische markteconomie, waarbij de publieke sector dominerend moet blijven en beloning naar werk de belangrijkste wijze van distributie, aangevuld door andere sectoren en distributiewijzen”. Volgens China's eigen economische staatsbulletin beslaat de publieke sector nog 55 procent van de hele industriële economie, maar een regeringsdenktank projecteerde onlangs dat het aandeel van staatsondernemingen in de hele industriële produktie in het jaar 2000 nog slechts 27.2 procent zal zijn. Privé-ondernemingen zullen dan 47.7 procent van de produktie voor hun rekening nemen.

Zal de Communistische Partij deze erosie van de staatssector toestaan of zal zij die met subsidies overeind houden. Desgevraagd gaf vice-minister van economische herstructurering Hong Hu, afgevaardigde op het congres, een veel flexibeler definitie van de staatssector, waartoe hij ook het staatsaandeel in lokale ondernemingen met gemengd eigendom, de zogenaamde collectieven en zelfs het staatsaandeel in joint ventures met het buitenland rekende. Zo'n variabele definitie is een indicatie dat de staat op papier een bescheidener economische rol in de toekomst zal aanvaarden. De Communistische Partij is geen obstakel voor hoge economische groei in percentages van 10 procent en hoger per jaar meer, maar dat is ondanks de staatssector, namelijk dank zij de veel dynamischer andere sectoren.

Volgens dezelfde regeringsdenktank waren er midden dit jaar 150.000 middelgrote privé-firma's met 10 miljoen werknemers en 14.10 miljoen eenmans- of kleine bedrijfjes met 22.37 miljoen werknemers. Volgens officiële schattingen zijn er al 5.000 "rode" kapitalisten met activa van meer dan een miljoen yuan (300.000 gulden) en hun aantal groeit met de dag. Privatisering van staatsbedrijven is niet aan de orde en het eigendomsprobleem van deze bedrijven moet worden omzeild met aandelen-uitgiftes, waarbij de staat dan 51 procent van de aandelen wil houden. Staatsbedrijven zullen de markt op worden gedwongen en de goed geleide bedrijven kunnen dat aan, maar kan de grote meerderheid dat ook? Bankiers vrezen dat het oude subsidie-systeem zal worden vervangen door het manipuleren van contracten. Bijvoorbeeld staatsbedrijven die orders van de staat krijgen, krijgen in plaats van de vroegere subsidies - om de werkgelegenheid in tact te houden - voortaan speciale voordelige prijzen voor grondstoffen, energie en transport omdat zij anders niet kunnen “concurreren” op de “markt”. Bedrijven die de beste connecties met partijfunctionarissen hebben, krijgen de beste prijzen. Dat wordt de spil van de socialistische markteconomie. Ook de privé sector mag ongebreideld groeien, zolang de nieuwe kapitalisten de zakken van de communisten maar blijven vullen. Zij zijn geen ondernemers die dank zij een moderne economische wetgeving kunnen gedijen, maar voornamelijk dankzij omkoperij. Eén van de belangrijkste redenen voor de protestbeweging in 1989 was de corruptie en wel de manipulatie van de zogenaamde "twee prijzenstructuur'.

Communistische partijfunctionarissen misbruikten toen hun politieke connecties om tegen planprijzen goederen van de staat te kopen en ze dan tegen veel hogere vrije marktprijzen te verkopen. De twee-prijzenstructuur is nu nagenoeg geheel afgeschaft, maar de standaardcorruptie is nu een stap verder. Steeds meer intellectuelen worden privé-ondernemers omdat zij van hun academische salarissen niet kunnen leven. Om handel van de grond te kriigen hebben zij functionarissen nodig. Die verdienen ook bijna niets en moeten daarom worden afbetaald, hetgeen de nodige conflictstof oplevert. Mao Zedong had in zijn tijd een passie voor het analyseren van contradicties. De grootste contradictie in China is nu die tussen toenemend economisch pluralisme en de almacht van de communistische partij en de meest urgente stap om die te temperen is een wet op de privé-ondernemingen. Volgens Chinese en buitenlandse waarnemers heeft deze contradictie een potentieel explosief karakter en zal het eerder vroeg dan laat tot een nieuwe golf van onrust komen. Het regime heeft verzekerd dat het die weer met militaire middelen zal bedwingen. Volgens een geheim document dat vorige maand is uitgelekt heeft de generale staf in mei instructies uitgevaardigd om in geval van nieuwe onlusten, deze in het prille beginstadium te onderdrukken met een minimum aan geweld, maar zonodig met scherpe munitie en in elk geval uit de buurt van de internationale pers. Volgens andere uitgelekte documenten zijn de autoriteiten op alles voorbereid: van prijzenrellen tot staatsgrepen, afscheidingsbewegingen en burgeroorlog. De kans dat het tot het ergste komt is klein, alleen al wegens de massieve preventieve "overkill', maar ook omdat China er economisch zo onvergelijkbaar veel beter aan toe is dan de voormalige Sovjet-Unie, het land veel homogener is en de wil tot heersen onder het regime onverminderd is.

Niet bekend

    • Willem van Kemenade