Canada wankelt onder interne spanningen

Ook de tweede poging van de Canadese premier Brian Mulroney om een constitutionele regeling te treffen voor zijn land is gisteren op een jammerlijke mislukking uitgelopen. Zeker zes van de tien provincies wezen bij het referendum van gisteren in meerderheid de plannen voor een nieuwe grondwet af. Na het debâcle van het zogeheten Meech Lake-akkoord, dat in 1990 op het laatste nippertje niet werd geratificeerd, betekent dit een persoonlijke tragedie voor Mulroney, die zich vast had voorgenomen de geschiedenisboekjes in te gaan als de man die het land van zijn grondwetsperikelen bevrijdde.

De afwijzing heeft echter niet alleen onaangename consequenties voor Mulroney, de hele toekomst van de staat Canada is nu zeer ongewis geworden. Tien jaar van naarstig zoeken naar een grondwet waarin alle bevolkingsgroepen zich konden vinden, heeft immers niets opgeleverd. Het tij voor nieuwe pogingen om de constitutionele impasse te doorbreken is in die periode zelfs onmiskenbaar ongunstiger geworden. Ook het rustige, wat afgelegen Canada lijkt niet immuun voor de kwaal waar tal van laat 20e eeuwse staten met een gemengde bevolking aan lijden. Hoewel men elkaar nog slechts met woorden bestrijdt, neemt de onderlinge verdraagzaamheid van de verschillende bevolkingsgroepen zichtbaar af en van elke mislukte poging tot compromis krijgen per definitie de anderen de schuld en natuurlijk ook de arme Mulroney.

Hoewel veel Canadezen bij hun keuze gisteren hun ongenoegen over de huidige economische recessie en hun afkeer van het wankele beleid van Mulroney tot uiting wilden brengen, weerspiegelt de uitslag belangrijke structurele regionale tegenstellingen. Vooral de spanningen tussen het eigenzinnige Québec en het snel groeiende verre westen van Canada lijken onoplosbaar.

In het bijzonder de Engelstalige provincies British Columbia en Alberta zijn de afgelopen jaren naar verhouding sterker gegroeid dan de "oude' gebieden in het oosten, waaronder Québec. Het zelfvertrouwen van de bevolking in het westen is hierdoor gegroeid en ze is niet langer bereid voetstoots aan te nemen wat de politici in het nog steeds dichterbevolkte oosten beslissen. Als onaangename betutteling beschouwen de westerlingen bijvoorbeeld de formele tweetaligheid die al onder de vroegere premier Pierre Trudeau werd ingevoerd. Met het Frans willen ze eigenlijk niets van doen hebben. Verlening van een speciale status in de grondwet aan die altijd pruilende Franstalige provincie Québec is naar hun mening een misplaatst teken van respect.

In Québec ziet men dat uiteraard geheel anders. Daar vindt de meerderheid dat de rest van het land onvoldoende waardering heeft voor de historische bijdrage die de provincie heeft geleverd aan Canada. Hadden de Franstaligen niet mede gestaan aan de basis van de Canadese federatie? En is het niet schandelijk dat sommige Franstaligen thans buiten de provincie zoveel moeite hebben om hun kinderen bij voorbeeld op Franstalige scholen te krijgen? Een erkenning in de grondwet als "afzonderlijke samenleving' was in hun ogen dan ook wel een volstrekt minimum. De voorgestelde vermindering van Québecs invloed in de Senaat maakte de tevredenheid over deze concessie echter weer deels ongedaan.

Op de achtergrond speelt in Québec bovendien altijd de vrees mee dat de Franstaligen op termijn een steeds kleiner deel zullen vormen van de Canadese bevolking. De oude tijden van de grote kindertallen in Québec, toen de katholieke kerk daar nog oppermachtig was, behoren immers allang tot het verleden. De bevolkingsgroei in Québec blijft al weer enkele decennia achter bij het gemiddelde in Canada. De grote meerderheid van de nieuwe immigranten in Canada neemt als eerste taal Engels en niet Frans. De demografische ontwikkeling van het land werkt daardoor onvermijdelijk in het nadeel van Québec.

Hoe moeten de Canadezen nu verder? Premier Mulroney heeft aangekondigd dat er van de kant van de federale regering voorlopig geen nieuwe initiatieven zijn te verwachten. Evenals na het mislukken van Meech Lake, twee jaar geleden, is de grote vraag wat Québec zal doen. Destijds heropende de Liberale premier van de provicie, Robert Bourassa, na enige tijd de onderhandelingen over een regeling voor de grondwetsproblemen. Bourassa, die zich krachtig had geschaard achter het nu in zijn provincie verworpen akkoord, is nog tot 1994 aan het bewind. Zijn partij streeft er nog steeds naar een of ander vergelijk met de rest van Canada te treffen, zei hij gisteren.

De nationalistische Parti Québecois, die in de oppositie zit en geporteerd is voor een souverein Québec, zal dus nog even geduld moeten hebben. Het is overigens sterk de vraag of de Québecois zich, als puntje bij paaltje komt, wel zo graag helemaal willen losmaken uit de Canadese federatie. Bij een eerder referendum, in 1980, verwierp 60 procent van de kiezers in de provincie een voorstel tot afscheiding. Steeds ook, wanneer de opiniepeilingen enige tijd groeiend enthousiasme voor afscheiding laten zien, volgt er weer een inzinking, vermoedelijk omdat velen zich ongerust maken over de economische gevolgen van zo'n drastische stap. Wat dit betreft liet ook Canada's grootste financiële instelling, Royal Bank, zich niet onbetuigd. Het voorspelde in een rapport dat het uiteenvallen van Canada binnen enkele jaren tot een daling in de levensstandaard van 16 procent zou leiden.

    • Floris van Straaten