Animatie

In de film Terminator 2 was de hoofdfiguur een intelligent en moordlustig vloeibaar metaal dat naar believen alle menselijke en onmenselijke vormen kon aannemen. Alsof het niets was dook het zomaar op uit het vloerzeil van de gang, nam de gedaante aan van een politieman die het eerder vermoord had, en maakte een nieuw slachtoffer. Vroeger kwam het gevaar in science fiction-films van buitenaardse invasies. Die films werden beschreven als verbeeldingen van de Koude Oorlog. De Terminator stond voor het moderne criminele geweld in de grote stad, waar het Kwaad ieder moment uit het zeil in de gang kan opduiken. Trots waren de makers van de film vooral op de techniek waarmee de gedaantewisselingen gefilmd waren. Niet door een acteur een metaalkleurig pak aan te trekken, maar door computeranimatie. Op grond van de bewegingen van de menselijke acteur werden de bewegingen van het vloeibare metaal berekend en tot beeld gemaakt. Het gaf spectaculaire effecten, al had je wel het idee dat als je de trailer gezien had, de rest van de film weinig verrassingen kon bieden.

Wie geneigd is de artistieke gevolgen van een nieuwe techniek te bagatelliseren zal zeggen dat computeranimatie net zoiets is als de tekenfilm, iets dat we al kennen. Zo iemand zal indertijd de afstandsbediening van de televisie gezien hebben als een onschuldig apparaat, alleen bedoeld om de kijker de gang van de bank naar het toestel te besparen. Tot hij merkte dat alle programma's daarna aan de eis moesten voldoen dat ze iedere seconde de aandacht van de trouweloze zapper konden vangen. Er zijn er ook die bij ieder nieuw snufje meteen apocalyptische consequenties fantaseren. Als de tuinder een appel met peresmaak op de markt brengt, weten ze de laatste dagen der mensheid in zicht. Die neiging heb ik.

Een artikel in New Scientist van een paar weken geleden manoeuvreerde voorzichtig tussen deze Scylla en Charybdis en beperkte zich tot een overzicht van de stand van zaken in de animatietechniek. Er stond een foto bij van Meryl Streep die haar hoofd 180 graden had gedraaid, zodat haar gezicht aan de kant van haar rug stond. Misschien bedoeld als symbool van de laatste stuiptrekking van de traditionele acteur. Het ambitieuze doel van de animatie is het afschaffen van de acteur.

Aan de universiteit van Geneve wordt al jaren gewerkt aan de ontwikkeling van synthetische acteurs. Ik stel me voor dat een echt mens nog wel even voor een proefopname in de studio moet komen. Op grond van foto's en een aantal gefilmde standaardbewegingen wordt vervolgens een hele film gegenereerd, die er heel realistisch uitziet. Bij Batman Returns ging het al een beetje zo, maar alleen wat betreft de figuranten, vleermuizen en pinguins. Dat waren computersimulaties, die van hun ontwerpers een grote vrijheid hadden gekregen. Er was geprogrammeerd dat ze niet dwars door ijsbergen heen mochten vliegen en dat soort dingen, maar voor de rest gingen ze hun eigen gang.

Zo kan het ook met hoofdrolspelers natuurlijk. Het makkelijkst met de oude acteurs van vroeger, want van hen zijn de karakteristieke bewegingen in alle mogelijke situaties het best vastgelegd. Nog is het niet zo ver, maar binnenkort zal niets het uitbrengen van Casablanca 2, met Bogart en Bergman in posthume glansrollen, in de weg staan. Hebben Bogart en Marilyn Monroe wel eens samen gespeeld? Het verzuim kan alsnog hersteld worden. Het zal wel juridische problemen geven, net als het inkleuren van oude zwart-wit films, maar daar zullen de filmmaatschappijen zich niet door laten weerhouden. De afhankelijkheid van levende acteurs was ze altijd al een doorn in het oog. Acteurs zijn vee, zei Hitchcock. “Fataal kerstdiner in Disney-kantine, geen Donald Duck-films meer.” Dat risico zou geen studio accepteren. Maar Bogart kon zich doodroken en de filmmaatschappij een groot verlies toebrengen. Toen, maar in de toekomst niet meer.

Het is niet toevallig dat ik bij de computeranimatie in eerste instantie aan acteurs als Donald Duck en Bogart denk. Twee sterke karakters, maar in zekere zin zijn het automaten, zonder vrije wil. De fans kunnen hun gedrag onder alle omstandigheden nauwkeurig voorspellen. In de animatiefilms zullen de mensen sterk het karakter van dingen krijgen. Niet de oude ambachtelijke dingen van karaktervolle materialen, maar vloeiende en veranderlijke dingen. Als het voor de plot noodzakelijk is, zal ook Monroe in het vloerzeil vloeien.

Een techniek die volgens New Scientist al ver is gevorderd, is de natuurlijke nasynchronisatie. De computer krijgt de tekst en zorgt dan voor de passende mondbewegingen van de "acteurs'. Niet alleen geschikt voor het uitbrengen van films in het buitenland, lijkt me. Een televisieomroeper zal één keer in zijn leven, als hij er het kwiekst uitziet, een screentest moeten doen en vervolgens kan hij zolang als de televisie blijft bestaan het dagelijkse nieuws voorlezen. Dit voorbeeld geeft bij nader inzien ook de beperkingen van de techniek aan. De nieuwslezer zit er niet in de eerste plaats vanwege zijn heldere dictie, maar omdat we behoefte hebben aan een boodschapper die onze gevoelens deelt en van wie we ons voorstellen dat hij samen met ons dingen denkt als “het is toch verschrikkelijk” of “wat een kletskoek”. Een omroeper die al dood is, is hiervoor minder geschikt. Nederlandse omroepers overdrijven overigens hun functie van identificatieobject. Ze trekken rare grimassen om hun gevoelens te tonen. Dat is out. Ze zijn er opdat wij onze gevoelens op hen kunnen projecteren, niet omgekeerd.

Hoe het ook zij, menigeen zou zich in een kille wereld wat warmer voelen als het harde nieuws van nu zou worden voorgelezen door de lieve, helaas lang geleden overleden omroepsters uit het stoomtelevisietijdperk. Ongetwijfeld zal dat binnenkort mogelijk zijn, in het Nieuws voor Bejaarden.

Ik heb me de laatste tijd vermaakt door naar de televisie te kijken met de gedachte dat de mensen die ik zag niet echt voor de camera hadden gestaan, maar slechts computeranimaties waren. Het kostte weinig moeite en o, wat een heerlijk gevoel van bevrijding gaf het. Bij de Kamerdebatten voelde ik de ijzeren houdgreep van de politici weldadig verslappen, totdat niets van hun duivelse macht meer over was. Het is bekend dat deze manier van kijken naar politici weinig moeite kost. In de laatste jaren van Brezjnev was iedere ontwikkelde Rus ervan overtuigd dat hij een op afstand bestuurde robot was, die door de computer op staatsbezoek werd gestuurd.