ANC-bestuurslid en stalinist Harry Gwala: "Geweld laatste strohalm Inkatha'; "200 Inkatha-doden wegen niet op tegen de dood van duizenden onschuldigen'

PIETERMARITZBURG, 27 OKT. Jonge comrades draaien geduldig de bladzijden van zijn boek om. Zo kan Harry Gwala achter zijn bureau lezen. De leider van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) in Midden Natal, overtuigd stalinist en tenminste even populair als Michael Jackson onder zwarte jongeren in de regio, raakte op Robben Eiland verlamd aan beide armen. Hij zat er in totaal negentien jaar gevangen wegens verzet tegen het apartheidsbewind en liep er volgens zijn artsen lood- of voedselvergiftiging op.

Het kost moeite in deze breekbare 75-jarige, met zijn zachte stem en dikke brilleglazen, het brein te zien achter de moordaanslagen op tientallen leiders en aanhangers van de Zulu-partij Inkatha. Inkatha weet het zeker: waar Gwala zijn gezicht in Natal vertoont, breekt kort daarop geweld uit. Dat leidt vaak weer tot wraakaanvallen op ANC'ers. Twee weken nadat Gwala de militante ANC-jeugd van Amagcino eind augustus had opgeroepen “zich te verdedigen” werden acht Inkatha-aanhangers vanuit een hinderlaag langs de snelweg doodgeschoten. Vijf ANC-jongeren werden aangehouden.

De kwade genius zelf is niet onder de indruk van de beschuldigingen. Hij werd onlangs berispt door de toezichthouders van het Nationaal Vredesakoord, vanwege de uitspraak dat het ANC Inkatha-"warlords' om het leven brengt. Gwala zegt verkeerd geciteerd te zijn. “Wanneer mensen ons aanvallen, verdedigen wij ons. Wij vallen nooit Inkatha buiten onze gebieden aan, wat zij bij ons wel doen. En dan zullen er tweehonderd-en-zoveel van hun leiders zijn omgekomen, dat weegt toch niet op tegen de duizenden onschuldigen die in Natal zijn omgekomen en die hun huizen en families hebben verloren door het toedoen van Inkatha”.

Gwala, lid van het hoofdbestuur van het ANC, speelt met zijn militante optreden een hoofdrol in de provincie Natal. De spanning tussen ANC en Inkatha is er tot ongekende hoogte opgelopen door de moord, het afgelopen weekeinde, op zeker twintig Inkatha-aanhangers, een bloedbad dat waarschijnlijk een reactie was op de moord op zes jonge ANC'ers. Bovendien heeft het ANC nog steeds niet afgezien van het plan om een mars te houden op Ulundi, de machtsbasis van Inkatha-chief Mangosuthu Buthelezi. “We nemen zijn dreigementen zeer serieus. Hij lijkt zich voor te bereiden op een burgeroorlog. Hij heeft openlijk gezegd dat mensen die demonstreren zullen worden neergemaaid. Dat is het Zuid-Afrika waarin we nu leven: een dictatuur met window dressing”.

Volgens Gwala is geweld de laatste strohalm voor Buthelezi, omdat hij snel aan aanhang zou verliezen in Natal, waarvan zijn thuisland KwaZulu deel uitmaakt. Natal, waar meer dan een kwart van de 38 miljoen Zuidafrikanen woont, is een belangrijk slagveld om de kiezersgunst voor de eerste vrije verkiezingen. Gebieden die vroeger in handen waren van Inkatha, vallen volgens Gwala als dominostenen om in de richting van het ANC. Gwala meent dat de steun voor Inkatha een gevolg was van het “kapen” van ANC-ideëen door Buthelezi, toen het ANC nog door het apartheidsbewind verboden was. Buthelezi koos voor een vorm van coöperatie met het blanke bewind, hoewel hij de apartheid altijd afwees. Nu het ANC bovengronds kan opereren, stappen veel potentiële kiezers over, meent Gwala. Het past volgens hem in de traditie van Natal: hier kwamen grote ANC-leiders als oprichter dr. Pixley Seme en Nobelprijswinnaar Albert Luthuli vandaan. “Het ANC wint hier zeker met grote meerderheid”, zegt hij.

Deze theorie schakelt “de Zulu-factor” uit. Buthelezi beroept zich op de vermeende eenheid van de Zulu's, met negen miljoen Zuid-Afrika's grootste etnische groep. Inkatha is een vrijwel exclusieve Zulu-beweging. Gwala meent dat de Zulu-natie, gevormd door koning Shaka in de negentiende eeuw, al niet meer bestaat sinds de Britten in 1879 de Zulu's bij Ulundi versloegen. “Een natie is veel meer dan een stam. Het bantoestan KwaZulu heeft niets meer te maken met het oude Zulu-rijk: het is bij stukjes en beetjes verspreid over Natal. De wetten der ontwikkeling hebben de Zulu-eenheid volledig ondermijnd. Er zijn meer Zulu's buiten dan binnen Inkatha. Het zijn beelden die worden gecreëerd door hen die hun winsten uit Zuid-Afrika halen. Net als met Muzorewa in Zimbabwe (de bisschop die de eerste verkiezingen in het voormalige Rhodesië verloor, PtH) bouwen ze hier hun eigen schepsel, Buthelezi”.

Gwala relativeert de bijna magische betekenis die “de mars op Ulundi” onder zijn aanhang in Natal heeft gekregen. Hij rept van “Ulundi's” door heel Natal; kantoren van de KwaZulu-regering in de provincie die het doel van een demonstratie kunnen zijn. “We moeten uitkijken dat we de aandacht van de wereld niet te veel vestigen op thuislanden als Ciskei, Bophuthatswana of KwaZulu. Het is De Klerk die de apartheidsstructuren in stand houdt. Er is hier geen oorlog tussen het ANC en Inkatha, er is hier oorlog tussen het volk en de apartheid. Inkatha is niets meer dan een surrogaat van het apartheidsregime”.

Hij is sterk gekant tegen een gesprek tussen ANC-president Nelson Mandela en Buthelezi om het bloedige conflict tussen de aanhang tot een einde te brengen. President De Klerk heeft gisteren tot een dergelijke ontmoeting opgeroepen, omdat vrede in Zuid-Afrika onmogelijk is zonder verzoening tussen de twee grootste zwarte bewegingen. Gwala: “Een gesprek zal de spanningen alleen maar opdrijven. Buthelezi zal zich erkend voelen en nog meer eisen. Het wordt hoog tijd dat hij definitief geïsoleerd wordt. Door met hem te praten krijgt hij geloofwaardigheid, geef je hem een gezicht”. Resoluut wijst Gwala Buthelezi's eis van de hand, dat het ANC zijn gewapende vleugel Umkhontho we Siszwe moet opheffen: “Laat hij eerst maar in het diepste meer springen en zich verdrinken”.

Het is dit soort gepeperde rhetoriek, die de oud-huisknecht, fabrieksarbeider en onderwijzer zo geliefd heeft gemaakt onder zijn aanhangers. Waar soortgenoten elders ter wereld zich in het huidige tijdsgewricht koest houden, doet Gwala geen moeite zijn voorkeur voor het stalinisme te verbergen. “Stalin is een groot voorbeeld als internationalist, als bouwer van de internationale arbeidsbeweging en overwinnaar van het nazisme”. En de miljoenen slachtoffers van Stalins regime? “Elke munt heeft twee kanten, maar de goede weegt hier zwaarder”, zegt Gwala.

Hij streeft als lid van de Zuidafrikaanse communistische partij en het ANC, een populaire combinatie in de bevrijdingsbeweging, te streven naar een socialistisch Zuid-Afrika, waar de welvaart eerlijker wordt verdeeld en economische monopolies worden gebroken. Hij is niet bang voor kapitaalvlucht, want “blanken met een geweten zullen blijven”. Ondanks alle “fouten” ziet hij Cuba, Vietnam en China nog steeds als voorbeelden. “Het socialisme zal nu en dan terugslagen kennen. In Angola ging men te snel, maar dat land zal weer socialistisch worden. Zelfs in Oost-Europa zal het socialisme terugkeren, daar ben ik van overtuigd. De mensen daar beginnen nu door te krijgen waar het kapitalisme om draait”.