Winnaar World Series moet fors bezuinigen

ROTTERDAM, 26 OKT. Een honkballer als Dave Winfield is met een jaarsalaris van 2,6 miljoen dollar eigenlijk een doorn in het oog van de eigenaren en van Amerikaanse honkbalploegen. Op zijn oude dag, 41 jaar, was hij het stralend middelpunt van de feestvreugde bij de Toronto Blue Jays na het winnen van de World Series. Winfield is een exponent van de spelers die met vreugde van de winst de dure werkelijkheid versluieren.

Winfield sloeg in de verlenging van de zesde wedstrijd van de Toronto Blue Jays tegen de Atlanta Braves een twee honkslag waarmee hij twee punten binnenbracht. Toronto, het team van een biermaatschappij, klopte daardoor Atlanta, een formatie met CNN-baas Ted Turner als eigenaar. Door vier overwinningen uit zes ontmoetingen werden de Blue Jays onbereikbaar in de serie die maximaal uit zeven wedstrijden bestaat. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de World Series, die teruggaat tot 1903, dat een team van buiten de Verenigde Staten het beste is.

Winfield (“Ik ben de oudste van het stel maar sprakeloos van geluk”) zal pas na het feestgewoel in Canada ontdekken of er ook het komende jaar nog plaats voor hem is. Toronto wil de loonkosten die 40 miljoen dollar per jaar bedragen met een kwart terugbrengen. Die tendens bestaat ook bij andere organisaties. De eigenaren zijn gealarmeerd door de wetenschap dat het televisiecontract dat in 1993 afloopt niet meer zo hoog zal zijn omdat de televisieorganisaties er verlies op lijden.

Winfield is al lang een topverdiener in het Amerikaanse honkbal. Bij de Yankees in New York had hij vanaf 1980 een tienjarig contract dat hem ruim 20 miljoen dollar opleverde. Zijn nadagen bij de California Angels en dit jaar bij de Blue Jays hielden hem welvarend. In New York was hij niet slechts een vedette maar ook een querulant, zo vond de in die jaren vergeefs naar een zege in de World Series strevende eigenaar Steinbrenner. Hun jarenlange controverse - de baas noemde zijn ster spottend “Mister May”, omdat hij nooit uitgroeide tot de held van oktober, de winnaar van een Series-ring - bracht de man buiten het veld ten val.

Steinbrenner liet een advocaat met kwalijke reputatie de gangen van Winfield bespioneren. Dat kwam hem op een veroordeling en een schorsing als Yankees-official te staan. Er bleek geen reden tot voortijdig ontslag van Winfield zodat hij zijn tien jaar bij de Yankees uitdiende. Begin dit jaar kwam hij voor 2,6 miljoen naar Toronto dat tevens 10,8 miljoen beschikbaar had voor twee jaar activiteiten van Jack Morris, de uitblinkende pitcher in de World Series van 1991.

In Toronto speelt geen enkele Canadese speler. Vanaf de start, zestien jaar geleden, is er flinke belangstelling geweest voor spelers uit de Dominicaanse Republiek en Porto Rico. De Blue Jays richten tegenwoordig ook hun aandacht op andere werelddelen. Zo zijn er vijf scouts actief in Australië. De Major League-organisaties hebben de laatste jaren toch een strategie om honkbal wereldwijd onder de aandacht te brengen. Televisierechten worden over vele landen uitgezet. Instructiereizen naar bijvoorbeeld Oost-Europa onderstrepen het belang dat men hecht aan nieuwe gebieden. De markt met geïnteresseerden moet groter. Wat dat betreft komt de eerste triomf van Toronto goed uit. Behalve de winnaar van de World Series is er slechts een andere organisatie buiten de Verenigde Staten op de markt: Montreal. Een poging van een groep Japanse zakenmensen om dit jaar een club in de Verenigde Staten op te kopen werd verijdeld.

Toronto startte in 1977 met een wedstrijd waarbij sneeuw het debuut bemoeilijkte. De laatste jaren spelen slechte weersomstandigheden geen enkele rol want de ploeg heeft een schitterend met een druk op de knop te overdekken stadion, de Sky Dome. Vanaf 1983 haalde de formatie jaarlijks een percentage aan gewonnen wedstrijden van boven de vijftig. In 1985, 1990 en 1991 werd de play off gehaald. Maar pas dit jaar slaagden de Blue Jays erin om de World Series te bereiken. Het toeschouwersaantal kwam de laatste twee jaar telkens boven de 4 miljoen voor de 81 thuiswedstrijden in het normale seizoen.

De manager die gisteren tot de verliezende formatie behoorde, Bobby Cox, was van 1982 tot en met 1985 de technische baas van Toronto. In 1982 haalde hij al Cito Gaston als sitting coach. Gaston werd in 1989 tot leidinggevende figuur gepromoveerd. Als speler van de San Diego Padres speelde hij eind zeventig met de zeven jaar jongere Winfield die voor zijn grootste succes tot oktober 1992 moest wachten.