Wijzen van gladheid

Nederlandse Kamerleden, door deze krant naar hun mening over de Amerikaanse verkiezingscampagne gevraagd, vinden het maar "een glad circus'. Sommigen hadden de televisiedebatten tussen de kandidaten gezien; verder werd niet vermeld op grond waarvan ze dit harde oordeel hadden geveld. Zou het kunnen zijn dat ze behalve die debatten niets hebben gezien en ook niet veel gelezen?

De Amerikaanse confrontaties voor de televisie waren indirect, de tegenstanders konden het alleen met elkaar aan de stok krijgen via een tussenpersoon die de vragen stelde. Misschien was dat van medisch standpunt bezien maar goed ook, want men haat elkaar. Buiten dit voor de gelegenheid door de televisie afgebakende strijdperk wordt de campagne nu definitief uitgevochten in de jungle waar niets "gladjes' verloopt omdat er voor de kandidaten maar twee mogelijkheden zijn: leven en dood. Het zou instructief zijn voor de Nederlandse politiek als een ondernemende omroep wat geld bespaarde op een kwis om dat te gebruiken voor de aankoop van een selectie televisiespots waarmee de politici in de Verenigde Staten proberen elkaar onderuit te halen.

In Nederland is negatieve reclame verboden. Wie zijn grutten aanprijst mag die niet met de grutten van zijn buurman vergelijken om tot de conclusie te komen dat zijn grutten groter zijn. Negatieve propaganda is alleen geoorloofd in de sport en de literatuur. Voetballers en schrijvers, die in de Nederlandse samenleving marginale beroepen uitoefenen - de laatstgenoemden nog meer dan de eersten - kunnen zonder overwegende beletselen door hun vijanden worden uitgescholden, beledigd, beroddeld, en meestal zijn er dan anderen die daarbij baat hebben. Wat door vriend en vijand over politici wordt gezegd en geschreven is verhoudingsgewijs buitengewoon zachtaardig en beleefd.

Op het eerste gezicht is dit vreemd omdat immers politici van groter belang voor het dagelijks leven van de burgerij zijn dan voetballers of schrijvers. Juist over politici zou men dus het naadje van de kous willen weten. Maar Nederland is van een verzuilde maatschappij tot een consensusmaatschappij geworden. Binnen de eigen zuil leefde men onder elkaar, tussen de zuilen bestonden de verschillen van beginsel. Aan de top werden de compromissen gesloten die dan weer tot deze, dan weer tot die coalitie leidde. De zuilenmaatschappij is veranderd in de consensusmaatschappij waar nog altijd niet kan worden geregeerd zonder coalitie. Dit betekent dat de tegenstander van vandaag de vriend van morgen kan zijn.

In de consensusmaatschappij gaan de meningsverschillen over "smalle marges' die niet worden verdedigd door uitgesproken personen, protagonisten van hun partij, maar waarvan de essentie te vinden is in de partijprogramma's. We leven bovendien in een klein land waar geen vraagstukken aan de orde zijn die door de kiezers als levensvraagstukken worden beschouwd. De noodzaak tot coalities, de smalle marges en het belang van programma's boven personen zijn de drie factoren die maken dat de Nederlandse politiek weinig persoonlijk en abstract is. Dat heeft zijn invloed op de politieke omgangsvormen. In de Nederlandse politiek heerst het primaat van de zwachtels. Men drukt zich uit in ingewikkelde windsels. "Dat heeft u mij niet horen zeggen', is het meest polemische dat een Kamerlid ten gehore kan brengen. Roept hij in zijn opwinding iets minder fatsoenlijks, dan wordt dat uit de Handelingen geschrapt.

Hoe anders gaat het in de Verenigde Staten toe. Daar heeft men niet één vraagstuk aan zijn hoofd, men staat er voor een zee van plagen. Twee partijen hebben zeer uiteenlopende oplossingen voor de uitvoering waarvan zich zeer verschillende persoonlijkheden aandienen. Aan de ene kant proberen ze zich, en probeert hun partij deze heren aan de kiezer te brengen door reclamecampagnes waarbij het, zeker naar onze maatstaven, zeer glad toegaat. Aan de andere kant stellen ze alles in het werk om de tegenstander tot de grond toe af te breken waarbij de rauwste methoden niet worden geschuwd. Dat is dus helemaal niet gladjes. Het maakt de politiek wel interessanter.

Maar, zal een bezorgd Nederlands Kamerlid zeggen, daarmee gaat toch alles verloren waarom het in werkelijkheid gaat! Daar ben ik niet zo zeker van. In de botsing der machten zoals die zich in de Amerikaanse politiek voltrekt leert de kiezer meer over de fouten, zwakheden, domheden, achterbaksheden en vergissingen, en natuurlijk ook over de kwaliteiten van zijn politici, dan in een systeem waar de consensus wordt gepraktiseerd. Daar gaat het tenslotte om: de kiezer moet zich een mening kunnen vormen over degenen die hij voor zich heeft. Dat lukt in zo'n campagne van bijna een jaar heel goed.

Zou het raadzaam zijn iets meer van de Amerikaanse gebruiken in Nederland in te voeren? Dat gaat niet. We zouden eerst een tweepartijensysteem moeten ontwikkelen. We hebben er drie die tot de jongste dag niet zullen verdwijnen. Daarom moeten we leven met de gladheid van de consensusmaatschappij. Het CDA is het plechtanker van onze politieke beleefdheid.

    • H.J.A. Hofland