WHO zoekt steun voor nieuw bestrijdingsprogramma; Malaria blijft voorlopig nog

AMSTERDAM, 26 OKT. Malaria blijft ook de komende decennia nog een veel voorkomende ziekte. Het doel van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), eind jaren vijftig gesteld, om de malariaparasiet wereldwijd te vernietigen blijkt nog onhaalbaar. Nu de malariabestrijding vrijwel overal in het slop is geraakt en malaria weer toeneemt, heeft de WHO een nieuw controleprogramma opgesteld. Vandaag en morgen zal tijdens een congres in Amsterdam, waaraan zo'n zeventig ministers deelnemen, worden geprobeerd hierover overeenstemming te bereiken.

“Duizenden jaren hebben we geleefd in een soort non-agressie pact met de malariaparasiet. En dat zullen we voorlopig moeten blijven doen”, zei in Amsterdam dr G. Monekosso, directeur van het WHO-kantoor in Brazzaville. “We willen de sterfte terugdringen en de ernstige ziektegevallen aanpakken, maar we verwachten nog wel een eeuw met de ziekte te zitten.”

Jaarlijks maken meer dan honderd miljoen mensen een malaria-aanval door. Ruim een miljoen mensen sterven aan zo'n aanval, waarvan 800.000 kinderen die jonger zijn dan vijf jaar en in Afrika ten zuiden van de Sahel leven.

Malaria neemt wereldwijd weer toe doordat de parasieten resistent worden tegen de oude geneesmiddelen en doordat de mens gebieden ontgint waar vanouds de malariamug heerst en zich daar dan vestigt. Ook vermenigvuldigen de muggen zich in het stilstaande water van slecht aangelegde irrigatiekanalen en waterbekkens. Migratiestromen zorgen ervoor dat ook mensen besmet raken die in hun jeugd geen weerstand tegen malaria hebben opgebouwd. Bovendien krijgen volwassenen dan weer malaria-aanvallen.

De conferentie in Amsterdam beoogt malaria weer hoog op de agenda van de lokale gezondheidsautoriteiten en de ontwikkelingswerkers te brengen. De ontwikkelingslanden verplichten zich in het slotdocument van de conferentie om hun malariabestrijding nieuw leven in te blazen en aan te passen aan de eisen van de tijd. De donorlanden verbinden zich om geld te geven aan de lokale gezondheidsautoriteiten. Dat doen ze niet graag omdat daarmee de controle over de uitgaven verloren gaat.

De WHO beschouwt de moderne malariacontrole als eerstelijns gezondheidszorg. Assistent-directeur-generaal dr R. Henderson: “Wie malaria bestrijdt, bestrijdt armoede. We willen overeenstemming, betrokkenheid en geld.” De hoop op een hoogtechnologische oplossingen is voorlopig opgegeven. Een vaccin tegen malaria laat nog zeker tien jaar op zich wachten. Nieuwe geneesmiddelen zijn er niet binnen vijf jaar. “Alternatieven voor het oude vertrouwde chloroquine zijn te duur, zijn niet zo werkzaam en hebben meer bijwerkingen,” aldus de Nigeriaanse hoogleraar dr L. Salako. Henderson meldt overigens wel een kentering in de houding van de farmaceutische industrieën - zij zouden tegenwoordig iets meer geneigd om te investeren in geneesmiddelen tegen ziekten die alleen in arme landen voorkomen.

De malariabestrijding moet volgens de WHO door de lokale gemeenschappen worden gedragen, gesteund door getraind personeel. Vroege diagnose van de ziekte, snelle behandeling met vertrouwde medicijnen, op lokale omstandigheden afgestemde preventiemaatregelen en vroege herkenning van epidemieën moeten malaria de komende jaren onder controle houden. Ook in gebieden waar de parasieten resistent zijn tegen geneesmiddelen hebben de oude medicijnen nog zin omdat de ziekte minder ernstig verloopt. Tot de zinvolle maatregelen behoort volgens de WHO het gebruik van met insectendodende middelen geïmpregneerde klamboe's voor kinderen en zwangere vrouwen.

De WHO heeft de nieuwe doelen niet hoog gesteld. In 1997 moet negentig procent van de ongeveer honderd landen waar malaria heerst hun controleprogramma's hebben aangepast. In 2000 moet de sterfte aan malaria met minstens twintig procent zijn afgenomen, vergeleken met de sterfte in 1995. Het ijkpunt is 1995 omdat de WHO weet dat er op dit moment minder malariadoden worden gemeld dan er werkelijk zijn. Dr P. de Raadt, directeur van de afdeling tropische ziekten van de WHO: “Zodra de aandacht voor malaria terugkeert vind je dat ook in de statistieken terug. We weten nu al dat malaria door betere registratie de komende jaren op papier zal toenemen.”

Malaria wordt overgebracht door steken van muggen van de soort Anopheles. Aanvankelijk groeien de malariaparasieten in de lever. Ongeveer een week na de besmetting ontstaat er een vorm die in de rode bloedcellen groeit. De nieuwe generaties komen daar vaak met tussenpozen van twee of drie dagen uit vrij, waarop het lichaam van de patiënt reageert met de karakteristieke periodieke koortsaanvallen. Muggen die een patiënt steken worden besmet en kunnen de ziekte overbrengen. Nierschade, hersenafwijkingen en een shocktoestand zijn levensbedreigend. Patiënten lijden vaak aan bloedarmoede, wat voor zwangere vrouwen fataal kan zijn.