Weer aanslag op toeristen in Egypte

KAIRO, 26 OKT. Bij de tweede aanslag op toeristen in Egypte binnen vier dagen zijn gisteren in de stad Port Said drie Russische toeristen gewond. President Hosni Mubarak verzekerde zaterdag dat Egypte “geen enkele moeite zal sparen” om de veiligheid van toeristen te waarborgen.

Moslim-extremisten, die vechten voor een islamitisch bewind in Egypte, zijn verantwoordelijk voor een reeks aanslagen op toeristen in de afgelopen weken. Daarbij viel woensdag de eerste dode, een Britse vrouw. Zij zat in een toeristenbus die in Zuid-Egypte door extremisten werd beschoten. Eerder was een cruiseschip op de Nijl onder vuur genomen - waarbij enkele bemanningsleden werden gewond - en was een bom gegooid naar een groep toeristen, eveneens in Zuid-Egypte.

De Russische toeristen, een man en twee vrouwen, werden naar hun zeggen door een moslim-fundamentalist met messteken gewond terwijl ze foto's namen van een moskee in het centrum van Port Said. Volgens bronnen in veiligheidskringen waren hun verwondingen niet ernstig, en konden ze vandaag het ziekenhuis weer verlaten. Hun aanvaller wist te ontkomen.

In het toenemende geweld dat met moslim-fundamentalisten in verband wordt gebracht zijn dit jaar in Egypte meer dan 60 mensen om het leven gekomen: extremisten zelf, leden van veiligheidsdiensten, kopten, voorbijgangers en een prominente antifundamentalistische schrijver. De militante Islamitische Groep (El-Gama'a el-Islamiya), die in de jaren zeventig op de Egyptische universiteiten opkwam, is bij veel dergelijke gewelddadigheden betrokken; zij heeft in september laten blijken ook het toerisme, Egyptes belangrijkste bron van buitenlandse inkomsten, als doelwit te hebben gekozen. Na de aanslag op de Britten dreigde zij met verdere acties tenzij de regering onder andere alle gevangenen vrijlaat en haar arrestatiecampagne staakt.

Mubarak probeerde zaterdag na een gesprek met de Britse premier, Major, de aanslag op de Britse toeristen te bagatelliseren. Hij noemde die actie het werk van individuen, “niet iets tegen het toerisme”. (Reuter, AP)