Verrassende nieuwelingen in ballet De Schone Slaapster

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Produktie: The Sleeping Beauty. Choreografie: Marius Petipa. Produktie en regie: Peter Wright. Muziek: Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Decor en kostuums: Philip Prowse. Begeleiding: Het Nederlands Balletorkest o.l.v. Roelof van Driesten. Gezien: 16, 18 en 24 okt, Muziektheater Amsterdam. Daar nog te zien 27, 29, 30 okt, 1,2 en 3 nov. Verder 5 en 6 nov, Rotterdam; 9 en 10 nov, Den Haag. Informatie over rolbezettingen: 020-5518242.

Voor de serie Sleeping Beauty-voorstellingen heeft Het Nationale Ballet naast de oudere vertolkers Coleen Davis, Caroline Sayo Iura, Esther Protzman, Alan Land, Wim Broeckx en Barry Watt drie nieuwe Aurora's en drie nieuwe prinsen Florimund in de aanbieding. Van de nieuwelingen zag ik Nathalie Caris met Wim Broeckx als partner, Jahn Johansen als de droomprins van Coleen Davis en het jonge paar Kumiko Hayakawa en Boris de Leeuw. Anna Seidl zal met een nog onbekende partner op 2 november haar debuut maken.

Opvallend is dat Johansen, De Leeuw en Hayakawa nog niet tot de solistenrangen behoren. De nieuwe tableau de la troupe-indeling in het programma laat zien dat Johansen en Hayakawa als grand sujets te boek staan en Boris de Leeuw is ingedeeld in het twee rangen lagere corps de ballet. Hun prestaties echter waren van een dusdanige kwaliteit dat een promotie naar een solistenstatus in de toekomst aannemelijk is.

Na hoofdrollen in het Zwanenmeer en Romeo en Julia was het debuut van Nathalie Caris in de rol van Aurora voor de hand liggend. Te meer daar zij technisch zeer trefzeker is en prachtige zuivere lijnen heeft en een ingebouwd gevoel voor balans. Tot nu toe vond ik haar dansen fraai, maar te introvert en ongenuanceerd. Nu is er een artistieke ontwikkeling zichtbaar. Zij heeft meer contact met wat er om haar heen gebeurt en weet ook de dynamiek in haar bewegingen te variëren. Het kan allemaal nog overtuigender, maar de aanzet is er. Als zij zich blijft verdiepen in niet alleen technische zaken die zij in zo hoge mate in huis heeft, maar ook haar eigen gevoelens durft te laten meespreken, dan kunnen wij nog veel van Nathalie Caris verwachten. Haar partner, Wim Broeckx, is in de ontwikkeling tot kunstenaar al veel verder. Hij is een nobele, attente prins die ook de vele niet dansante scènes overtuigend en met een rustig overwicht weet in te vullen. Jahn Johansen weet juist met die scènes nog niet echt raad. Maar zijn uitstraling, zijn vrij afgewerkte solo's en zijn betrouwbaar partnerwerk bezitten een verfrissend enthousiasme. Zijn prinses Coleen Davis blijkt weinig gegroeid in de rol. Wat zij doet is mooi, heel mooi, vooral de solo's in de eerste en derde acte. Doch het is allemaal een beetje te veel in één kleur. Haar draaien bijvoorbeeld worden nooit echt flitsend en haar armbewegingen behouden altijd een wat zoete lieflijkheid.

De grootste verrassing was voor mij Kumiko Hayakawa. In eerder werk was zij vooral opgevallen door de zuiverheid van haar techniek en de wat koele elegantie van haar presentatie. Als Aurora bleek zij een onverwachte levendigheid in spel te bezitten en een gave om bewegingen van heel eigen accenten te voorzien. De jeugdige spontaniteit van haar eerste acte contrasteert fraai met de ingetogen lyriek uit de visioen-scène. En in de laatste acte is zij een werkelijk stralende prinses. Hayakawa heeft een fragiele, natuurlijke gratie en tegelijkertijd is zij zelfbewust en reageert zij op situaties alsof zij ze werkelijk voor het eerst meemaakt. Dat maakte haar Aurora zeer overtuigend.

De nog jonge, twintigjarige Boris de Leeuw heeft alles om hem tot een ideale prins te maken. Dat zijn solo's nog de nodige briljantie missen lijkt eerder een kwestie van onervarenheid dan van technisch onvermogen. Wat dat betreft was dit waarschijnlijk een wat prematuur debuut, maar het pakte toch veel positiever uit dan ik verwacht had omdat hij in de niet gedanste fragmenten stijlvol en met inzicht te werk ging en in het danswerk een vanzelfsprekende noblesse liet zien.

In de vele overige solistische partijen die de Sleeping Beauty kent waren eveneens veel nieuwelingen te zien uit lagere rangen. Niet allemaal even goed. Vooral bij de feeën in de proloog waren nogal wat matige prestaties. In gunstige zin vielen op Marieke Simons, Karin Ellis, Sabine Chaland, Aaron Watkin, Christopher Newman en Sjef Annink. Bij de "oudjes' trok vooral Rachel Beaujean de aandacht, die alles wat zij doet een opwindend aspect meegeeft.

De overlange produktie - met name de tweede acte zou best wat ingekort mogen worden - lijdt onder de vaak trage tempi waardoor veel dansen in plaats van een zangerige een zeurderige kwaliteit krijgen. Storend vond ik ook dat bij vele dansers de mime-onderdelen onhelder zijn door zwemmerige, in het niets verdwijnende gebaren, dat de blikrichting zo volstrekt zinloos naar de toneeltoren gericht is en dat de entree van de nymphen in de tweede acte ondanks acht repetitoren nog steeds een rommeltje blijft.

    • Ine Rietstap