Tweede Kamer tegen verplichte poliovaccinatie

DEN HAAG, 26 OKT. Een meerderheid in de Tweede Kamer (CDA, VVD, D66, kleine confessionele partijen) wijst een verplichte inenting tegen polio af, de PvdA is voorstander. Het kabinet wil de vaccinatieplicht weer in discussie brengen.

Vrijdag kondigde het kabinet aan dat “een hernieuwde afweging” moet worden gemaakt tussen het collectieve belang van de volksgezondheid en de individuele vrijheid. Inenting gebeurt nu nog op vrijwillige basis; ongeveer 95 procent van de bevolking is ingeënt tegen polio.

Ruim een maand geleden, bij het begin van de polio-epidemie, zei staatssecretaris Simons (volksgezondheid) dat hij inenting niet wil verplichten. Intussen heeft hij “een zekere evolutie” in zijn denken doorgemaakt, zo verklaarde hij dit weekeinde, maar is “nog helemaal niet toe aan een verplichting”. Wel vindt Simons herbezinning geboden. Bij negen mensen is inmoddels polio vastgesteld, bij één persoon is het zeer waarschijnlijk, vier mensen hebben vermoedelijk polio.

Om religieuze redenen weigert een aantal groepen principieel inenting. Zelfs bij een verplichting zullen de meeste van deze gewetensbezwaarden zich niet aan inenting onderwerpen en een boete voor lief nemen, zo constateerde de Gezondheidsraad in 1974 in een advies. Ook bij de vorige polio-epidemie, in 1978, kwam de Gezondheidsraad advies gevraagd tot dezelfde conclusie: verplicht inenten is niet wenselijk.

Het Tweede-Kamerlid Netelenbos (PvdA) vindt het verstandig dat het kabinet opnieuw de discussie aanzwengelt. Zij betreurt het dat op voorhand zoveel fracties verplichte inenting afwijzen. Netelenbos voelt veel voor een indirecte inentingsverplichting; medici en onderwijzend personeel zouden als potentiële besmettingsbronnen hun beroep alleen mogen uitoefenen als zij ingeënt zijn.

Van verplichte inenting wil CDA-Kamerlid Laning-Boersema (CDA) niets weten. Zij meent dat er geen sprake is van een gevaar voor de volksgezondheid in de brede zin; slechts enkele procenten van de bevolking zijn niet ingeënt tegen polio. Hoe onverstandig het volgens Laning ook is om zich bewust niet te laten inenten, “men moet de verantwoordelijkheid van mensen die geloof boven gezondheid stellen respecteren”. Als inenten verplicht wordt, zal dat er volgens haar toe kunnen leiden dat ouders uit de ouderlijke macht worden ontzet. “Je moet als wetgever wel zeer goede argumenten hebben om zo diep in de privacy van mensen in te grijpen.”

Ook het Tweede-Kamerlid Kohnstamm (D66) is tegen verplichte inenting. “Je moet proberen om mensen ervan te overtuigen dat niet-inenten stom is. Maar je steekt de Rubicon over als je verplicht gaat inenten. Soms moet je nu eenmaal accepteren dat mensen domme dingen doen.” Kohnstamm wijst op de integriteit van het menselijk lichaam, vastgelegd in de Grondwet. Hij vindt dat kinderen vanaf twaalf jaar zelf moeten kunnen beslissen over inenting, kinderen onder de twaalf als ze daar volgens de arts zelf toe in staat zijn. Ten slotte vraagt Kohnstamm zich af of de regering straks ook veilig vrijen gaat afdwingen. “Dat is per saldo hetzelfde vraagstuk.”