Tien jaar met één motief - winnen

Woensdag 4 november is drs. R.F.M. Lubbers tien jaar premier van Nederland. Het jubileum wil hij in stilte voorbij laten gaan. Geen manifestaties, geen feestredes. De premier heeft al aangekondigd dat dit zijn laatste ambtstermijn zal zijn. Tien jaar Lubbers - van "no nonsense' tot "schaatsen in de yoghurt'. Eerste deel van een vierluik.

Tien jaar minister-president. Van degenen die met hem in 1982 aan het regeren begonnen, is alleen Hans van den Broek nog over. Alle andere ministers overleefde hij. Net als veel van de volksvertegenwoordigers. In de Tweede Kamer zitten nog slechts 53 van de 150 volksvertegenwoordigers die hem op 22 november 1982 zijn eerste regeringsverklaring hoorden uitspreken. De fractievoorzitters heten, op een enkeling na, allemaal anders. Van de belangrijkste vertegenwoordigers van het door hem zo gekoesterde maatschappelijk middenveld is niemand van de begintijd nog aanspreekbaar. VNO, NCW, FNV, CNV - allemaal wisselden ze, soms meer dan eens, van voorzitter.

In Europa zag hij de meeste collega's vertrekken. Slechts samen met bondskanselier Kohl, president Mitterrand en de Deense premier Schlüter kan hij terugkijken op de Europese Raad van eind 1982. En nu dreigt aan de andere kant van de oceaan zijn "goede kennis' George Bush hem ook al te ontvallen. Langzaam maar zeker wordt het stil rondom Ruud Lubbers. Het is het onvermijdelijke gevolg van langdurig leiderschap.

Nog maar even en het regeerrecord dat nu nog op naam staat van de eerste katholieke minister president van Nederland, Ruijs de Beerenbrouck, zal zijn gebroken. Aanzienlijk verbeterd wordt het niet, want in 1994 stopt Lubbers definitief. Dan vindt ook hij het welletjes geweest. Het einde is in zicht, daarom wat hem betreft nu niet te veel aandacht voor het ambtsjubileum. Het past ook niet bij zijn persoon. Zo uitbundig als Helmut Kohl vorige maand zijn tienjarig leiderschap vierde, zo ingetogen wil Lubbers het laten passeren. Geen manifestaties, geen feestredes, geen speciale vraaggesprekken met uitzondering dan van het eigen partijblad CD/Actueel. Daarin vertrouwde hij vorige week toe in de afgelopen tien jaar niet veel veranderd te zijn. “Alleen fysiek wat ouder geworden. Ook wat meer ervaring in het incasseren, minder emotioneel. Politiek gezien ben ik dezelfde gebleven.”

Eén decennium Lubbers aan de leiding van Nederland, van het kabinet en van het CDA. Achteraf bezien is zijn weg naar de top niet anders dan slordig te noemen. De premier die Nederland eind 1982 kreeg, en die aldus zijn stempel zou zetten op de jaren tachtig, was niet de naam die circuleerde toen de kiezers op 8 september van dat jaar naar de stembus gingen. De gedoodverfde premier heette Dries van Agt. Wat de "inner circle' van het CDA wel wist, maar de rest van Nederland niet, was dat Van Agt na de verkiezingen geen premier meer wilde zijn. Jan de Koning moest hem in een nieuw kabinet opvolgen als minister-president, schreef Van Agt in een brief aan de partijtop. Maar De Koning ging een half uur met Lubbers in conclaaf, concludeerde na een gezamenlijke sterkte-zwakte-analyse dat hij zelf meer zwakke punten bezat dan Lubbers, waarna de laatste zijn “positieve grondhouding” in het openbaar kenbaar maakte. Een leider was geboren.

Waarin schuilt het succes van Lubbers? Allereerst is dat de tijdgeest. Toen Lubbers in 1982 begon, waren onder druk van de economische recessie de geesten rijp voor drastisch beleid. Niet alleen in Nederland maar in de hele Westelijke wereld. De Verenigde Staten hadden Reagan, Groot-Brittannië saneerde onder leiding van Thatcher, Helmut Kohl "zette recht' wat de sociaal-democraten onder leiding van Schmidt hadden laten "scheefgroeien' en in België regeerde Wilfried Martens met bijzondere volmachten. Daar kwam voor Nederland nog bij dat, in een periode waarin de werkloosheid jaarlijks met meer dan 150.000 personen toenam, onder leiding van het duo Van Agt/Den Uyl een jaar lang totaal niet geregeerd was. De acceptatiegraad voor "no nonsense-beleid' kon kortom nauwelijks groter zijn.

Daar komt nog bij dat, door Lubbers premierschap, in elk geval één onzekere factor voor het voeren van een dergelijk beleid was uitgeschakeld: Lubbers als fractievoorzitter. Want het was onder leiding van CDA-fractievoorzitter Lubbers dat eind jaren zeventig de eerste grote bezuinigingsoperatie sinds Drees die het kabinet-Van Agt/Wiegel had opgesteld, Bestek '81, stelselmatig werd getorpedeerd. “Een gebrek aan reactievermogen op de sterk verslechterde economie”, erkent Lubbers anno 1992 in CD/Actueel. Een gebrek ook aan disciplinerend vermogen. De CDA-fractie was verdeeld en Lubbers heeft daaraan geen einde weten te maken. Dat gebeurde pas nadat Bert de Vries in 1982 zijn functie als fractievoorzitter had overgenomen. Die kon dat doen omdat op dat moment de verhoudingen binnen de christen-democratische geledingen waren gewijzigd.

Want Lubbers nam als eerste christen-democratische premier ook de informele macht mee naar het kabinet en brak daarmee met een traditie. Van oud KVP-leider Schmelzer komt de uitspraak dat het fractievoorzitterschap van de grootste regeringspartij een veel invloedrijker, machtiger en creatiever functie is dan het premierschap. Lubbers wist daar alles van. Als fractieleider van het CDA was hij van 1978 tot 1982 de schaduwpremier van Nederland. Zijn roestige okergele Renault 6 stond al voor het gebouw van de Tweede Kamer geparkeerd als in de Nijmeegse Heilige-Landstichting in Nijmegen de wekker bij premier Van Agt nog moest aflopen. Hij liep de deur van het ministerie van algemene zaken plat om weer een nieuw idee aan te dragen. Niet koersvast, wel creatief. Ambtenaren staan erom bekend tien problemen voor één oplossing te bedenken; Lubbers hield uit die dagen de reputatie over voor één probleem tien oplossingen te bedenken.

Lubbers nam eind 1982 de positie van fractievoorzitter Lubbers mee naar het kabinet. Een onaantastbaar en hard regeerakkoord beschermde hem tegen creatief meedenkende regeringsfracties, maar ook tegen zichzelf. Het beleid werd in het vervolg gemaakt en bepaald in het kabinet. De CDA-fractie werd tegelijkertijd getransformeerd in een stemmachine. Lubbers had eindelijk de ongedeelde leiding en de strijd kon beginnen.

Strijd werd het zeker. Met de samenleving die moest wennen aan bezuinigingen, maar ook intern in het kabinet. Zeker na een paar jaar toen het nieuwe en samenbindende element van de shocktherapie wegebde. Regeren met Lubbers wordt door nogal wat (ex-)ministers ervaren als een constante wedstrijd. Wie in de ministerraad even niet oplet, staat op achterstand. Als er maar ergens een klein gaatje is, ruikt hij dat en maakt er gebruik van. Er wordt wel gezegd dat wie wil weten hoe Lubbers politiek bedrijft, moet kijken hoe hij bridget: zonder systeem en zonder gevoel, met maar één motief - winnen. De ministerraad is niet bedoeld als vriendenclub, vindt hij. Er moet gewerkt worden en dus is er bijvoorbeeld geen tijd voor "small talk' of gezellig samen lunchen. De wekelijkse broodjes tijdens de ministerraad zijn puur functioneel. Ze worden staande verorberd, zodat de ministers "en marge' onderling zaken kunnen doen - Lubbers voorop.

De kabinetsziting zelf leidt Lubbers strak. Plastic mapjes en kleine briefjes waarop hij in "spijkerschrift' aantekeningen maakt, vormen zijn gereedschap. Lang plenair praten over een agendapunt komt niet vaak voor. Als het te lang gaat duren, geeft Lubbers er de voorkeur aan eerst een oplossing in kleinere kring te zoeken. Het zijn de befaamde "bilateraaltjes'. Begrotingsoverleg betekent voor de ministers die niet tot de financieel-economische kern van het kabinet behoren dan ook vooral overlegpauzes.

Vaak wordt een probleem door Lubbers in stukken gehakt, dan blijft het voor hem beheersbaar. Als het voldoende is voorgekookt (in politiek gevoelige gevallen betekent dat veelal ook een "commitment' van de fractievoorzitters en hun specialisten), komt de zaak pas weer terug in de voltallige ministerraad waar het dan bijna als hamerstuk kan worden afgehandeld.

Kennis is macht. Veel meer dan zijn voorgangers zit hij onderraden van de ministerraad ook daadwerkelijk voor. De keren dat hij bij de ministerraad verstek heeft laten gaan, zijn in de afgelopen tien jaar minimaal geweest. De raadadviseurs van zijn ministerie van algemene zaken fungeren als zijn infanteristen. Departement voor departement lopen ze af om de dossiers voor de premier samen te stellen. Ministers met een probleem bellen hem op. Door dit alles heeft hij een enorme informatievoorsprong op de andere ministers. Bij problemen leeft Lubbers op, want dan kunnen er weer oplossingen worden gezocht. Het is zijn kracht, maar tevens zijn zwakte want bij het oplossingsgerichte denken blijven zijn eigen prioriteiten buiten beeld. Bovendien gaat deze na zoveel jaren voor iedereen bekende gave ook tegen hem werken. Ministers weten maar al te goed dat als ze een probleem bij Lubbers melden, het risico lopen dat hij er mee aan de haal gaat. Dus wordt het probleem maar niet gemeld of gaan ministers opeens hun eigen verantwoordelijkheid opeisen. De controverse tussen Van den Broek en Lubbers over het primaat van het buitenlands beleid is daarvan het meest sprekende voorbeeld. Toch eist Lubbers krachtige figuren om zich heen. Voor iemand als Kok heeft hij respect, dus kan hij met hem samenwerken. Van de VVD'er De Korte die vice-premier in het vorige kabinet was, had hij een intellectuele afkeer dus verliep de samenwerking niet.

Zijn electorale succes heeft Lubbers in de partij een onaantastbare positie gegeven. Niet geliefd, wel gerespecteerd, is dan de omschrijving die wel vaker voor leidersfiguren wordt gebruikt. Zijn voorganger Van Agt wist in zijn eigen partij uitgesproken haat- dan wel liefdegevoelens op te wekken. Lubbers dwingt ontzag en waardering af. Als hij iets echt niet wil, gebeurt het niet. Maar wil hij iets, dan gebeurt het. Als Lubbers zegt dat Brinkman hem moet opvolgen, dan is die benoeming op termijn vanaf dat moment een feit. Zoals Lubbers in 1989 bepaalde dat van zijn demissionaire ministersploeg Brinkman fractievoorzitter moest worden, en Deetman voorzitter van de Tweede Kamer. Alleen staatssecretaris Van Rooy kreeg hij niet op de plaats die hij haar had toegedacht. De Kamerfractie eiste iemand uit haar eigen midden als vice-voorzitter.

Een "partijtijger' is Lubbers zeker niet, maar op de beslissende momenten is hij er. De onlangs benoemde commissie die het verkiezingsprogramma gaat opstellen, kent een paar persoonlijke voordrachten van hem. Als het partijbestuur over een politiek gevoelige zaak als de WAO praat, dan zorgt Lubbers dat hij erbij is. En als hij, zoals in 1989, in de verkiezingsfilm van de partij een paar shots van PvdA-leider Kok ziet die hem met het oog op eventuele coalitievorming niet welgevallig zijn, dan worden die geschrapt.

Maar de sfeer is snel aan het veranderen. Het elan is weg, de geest is verdwenen. Lubbers staat al lang niet meer voor "no nonsense', maar eerder voor “schaatsen in de yoghurt”, zoals VVD-leider Bolkestein het ooit eens uitdrukte. Lubbers wil in 1994 stoppen en steeds minder mensen in zijn partij betreuren dat. Alle ogen zijn nu gericht op Brinkman. Het is zoals in het familiebedrijf. De oude heer is dan nog wel op papier president-directeur, maar de zoon die hem gaat opvolgen is voor het gros van het personeel dat nog langer meemoet een stuk interessanter geworden. Ook in het CDA worden het voor Lubbers eenzame laatste jaren.

    • Mark Kranenburg