SER: nieuwe formule "lastendruk' wenselijk

DEN HAAG, 26 OKT. De Sociaal-Economische Raad vindt dat bovenwettelijke sociale premies niet meer tot de collectieve lastendruk (het totaal van belastingen en sociale premies) moeten worden gerekend. Dit blijkt uit het voorlopige advies van de SER over de overlegeconomie.

De bovenwettelijke premies voor ziektewet, arbeidsongeschiktheid, vervroegd uittreden, vorstverlet en ziektekostenregelingen bedragen dit jaar ongeveer 4,7 miljard en volgend jaar 5,4 miljard gulden. Dat komt overeen met één procent van het nationaal inkomen. De totale premiedruk bedraagt dit jaar 20,2 procent van het nationaal inkomen.

Het gaat de SER om premies, waarvan de vaststelling voor een deel geen bevoegdheid is van de overheid, maar van werkgevers en werknemers. Hetzelfde geldt voor CAO-afspraken, zoals bijvoorbeeld over het ziekengeld, waarbij de wettelijke uitkering van 70 procent van het dagloon wordt aangevuld tot 100 procent.

De SER acht het voor de helderheid beter als de bovenwettelijke uitkeringen en premies uit de formule van de collectieve lastendruk worden gelicht en afzonderlijk worden vastgesteld. Daarmee wordt duidelijker hoe de verantwoordelijkheden tussen overheid en sociale partners zijn geregeld. De SER tekent hierbij aan dat het kabinet met de premies geen inkomenspolitiek mag bedrijven en ze evenmin mag gebruiken om budgettaire problemen van de overheid op te lossen.

Minister De Vries (sociale zaken) heeft zich er eerder dit jaar voorstander van getoond de bovenwettelijke regelingen uit de collectieve lastendruk te halen. Dat was vooral uit irritatie omdat, aldus de minister, afspraken tussen kabinet, werkgevers en werknemers over de bestrijding van het ziekteverzuim via de CAO's ongedaan werden gemaakt. Later heeft het kabinet laten weten deze periode de definitie van de collectieve lastendruk niet te willen wijzigen, tenzij daartoe “zeer dringende redenen” zijn.

In het huidige kabinet geldt de afspraak dat de collectieve-lastendruk (inclusief alle premies en belastingen) de 53,6 procent niet mag overschrijden. Als de bovenwettelijke premies hieruit worden gehaald, moet deze norm worden aangepast, vindt de SER, om te voorkomen dat het kabinet zich ruimte verschaft voor belastingverhoging.