Sanering in profwielrennen: "Weg met kneuzen, leve de elite'

Het profwielrennen wordt een elitesport. Alleen voor de beste coureurs is er nog plaats in het internationale peloton. De recessie, met als gevolg het afhaken van een aantal sponsors, leidt ertoe dat twintig tot dertig procent van de profs zijn baan verliest.

Gisteren eindigde het seizoen, dat werd beheerst door Spanjaarden en Italianen. In hun land bestaat het wielerparadijs nog. Daaruit is Nederland verdreven. De vooruitzichten voor het nieuwe seizoen in vogelvlucht.

Erik Breukink. Erik Breukink in het shirt van Once, het zal even wennen zijn. Nederlands beste ronderenner, die dit jaar teleurstelde, neemt bij de Spaanse ploeg de rol over van Marino Lejarreta, de oude vos die stopt na een ernstige val. De sponsor rekent erop dat de nieuwkomer de prestaties van Lejarreta ten minste zal evenaren. Maar op één punt zal de Gelderlander niet aan de Iberiër kunnen tippen: Lejarreta, een onverwoestbare Spaanse Flandriën, reed altijd een super-programma. Hij schrok er niet voor terug in één jaar te starten in zowel de Ronde van Spanje, de Italiaanse Giro en de Tour de France.

Breukink is wat dat betreft een verwende renner. In zijn tijd bij Peter Post werd hij nog gedwongen de Giro aan de Tour te koppelen, van de zachtaardigere Jan Gisbers mocht hij àlles op het Franse spektakel zetten - afgelopen lente gold zijn deelneming aan de Vuelta louter als training. Hoe zal zijn programma bij Once er volgend jaar uitzien? Als het aan zijn ploegleider Manolo Saiz ligt moet Breukink vaak aan de bak. Want Saiz huldigt het principe dat een renner het beste uit de verf komt als hij veel wedstrijden rijdt. Neem Alex Zülle en Laurent Jalabert, twee nieuwe collega's van Breukink. Saiz stuurde het jonge getalenteerde duo in 1992 met succes van koers naar koers.

Het grote geld. Breukink zal zijn oude vertrouwde omgeving missen. Hij is sfeergevoelig en heeft behoefte aan degelijke helpers. Dat hij in 1992 zwak acteerde was voor een deel te wijten aan het vertrek bij PDM van Sean Kelly, de evenwichtige Ierse vechtjas. Maar er is perspectief: de geschiedenis leert dat wie naar Once overstapt fietsend progressie boekt. En Breukink gaat er ook financieel fors op vooruit.

Spanje is, evenals Italië, nog een wielerparadijs. Net als in het voetbal zijn alleen de twee schiereilanden nog in staat topsalarissen te betalen. Geen wonder dat er een trek richting Middellandse Zee op gang is gekomen. Laurent Fignon, Jalabert, Kelly, Jean-François Bernard, Stephen Roche en Jean-Paul van Poppel gingen Breukink voor. En Steven Rooks volgde hem.

Maar die elite-groep wordt in 1993 kleiner, want over de hele linie is de klad in de lonen gekomen. In de financiële glorietijden van het wielrennen, begonnen met de entree van de Franse vernieuwer Bernard Tapie in het begin van de jaren tachtig, was plaats voor véél grootdieners. Anno 1993 betalen sponsors buiten Spanje en Italië geen monsterbedragen meer. Hun budgetten zijn daarvoor ontoereikend. Vraag het maar aan Post, wiens geldschieter Panasonic plaats maakt voor Histor/Novémail. Of aan Jan Raas, die met WordPerfect aan de slag gaat. In het niet-latijnse deel van Europa is sprake van een malaise. Een groot aantal van de ploegen (PDM, RMO, Tulip, Helvetia, en Seur zijn de voornaamste) verdwijnt. Met als gevolg dat het internationale profpeloton per 1 januari van 750 tot 500 à 600 inkrimpt.

De sponsors. De internationale wielerunie (UCI) vindt die ontwikkeling niet slecht. Weg met de kneuzen, leve de elite, luidt haar motto. Voorzitter Hein Verbruggen becijfert dat het totale sponsorbedrag jaarlijks nog altijd 350 miljoen groot is. “Welke sport kan dat nazeggen?” De totale pot mag rijkelijk zijn gevuld, het valt niet mee er een graai in te doen. Gelouterde chefs d'equipe als Post en Raas hadden deze zomer de grootste moeite een nieuwe "suikeroom' te vinden. En ze doen water bij de wijn. Het tweetal moet in 1993 aan het werk met een andere groep renners dan het zich had gewenst. Post met een aantal Fransen - Charly Mottet voorop - van wie het de vraag is of ze niet te veel uit zijn op persoonlijke successen. En Raas, altijd voorstander van een Hollandse familie, met een internationaal getinte club.

Geld, geld, geld. Alles draait om geld in wielerland. Wil de beroepssport overeind blijven, dan zal men zuiniger moeten zijn op de sponsors. Het is een taak van de UCI kandidaat-geldschieters beter voor te lichten. Verbruggen begrijpt dat heel goed. Zodat ze een hoger rendement uit hun dure avontuur kunnen halen.

Een onderzoek van Buckler in 1991 wees uit dat de Tour 31 procent van de publiciteit van alle profteams samen opeist. De geldschieters willen in juli op de buis komen. Maar datzelfde geldt voor Coca Cola en Crédit Lyonnais, die la Grande Boucle als evenement sponsoren. Dus zal er ook in 1993 op gênante wijze slag worden geleverd op het erepodium. Miguel Indurain van de bank Banesto, moet een pet op van de bank Crédit Lyonnais. Daarmee worden de belangen van de ploegsponsor geschaad. Verbruggen weet dat het verkeerd is. Zijn oplossing klinkt mooi: laat de UCI met de organisatoren van de belangrijkste wedstrijden een koepel vormen, die de televisie een pakket koersen aanbiedt. Met als voorwaarde dat de tv de namen van de 25 ploegsponsors regelmatig toont. Maar zou het plan uitvoerbaar zijn? En zo ja wanneer?

De Tour. De Tour, ook sportief gezien de belangrijkste wedstrijd van het jaar, heeft in 1993 oude bekenden als favorieten: het latijnse trio. Indurain, de tweevoudige winnaar, richt zich ook nu weer enkel en alleen op het Franse spektakel. Gianni Bugno (dit jaar teleurstellend derde) kan zich in zijn tweede regenboogtrui niet nòg een keer permitteren alle kaarten op de Tour te zetten. Claudio Chiappucci (tweede) doet dat zeker niet, het ligt niet in zijn aard. De smaakmaker heeft de goede gewoonte van Milaan-Sanremo tot en met de Ronde van Lombardije naar de hoofdprijzen te dingen. De campione spot daarmee met de theorieën van de Nederlandse top-allrounders Breukink, Rooks en Gert-Jan Theunisse. Zij geven de voorkeur aan een zuinige competitiestart, willen reserves kweken “want het seizoen is nog zo lang”. Waarom zou Breukink in 1993 niet een gooi doen naar de eindzege in de Vuelta? Als Tony Rominger Spanje kan winnen, kan Breukink dat ook. En een plaats op het erepodium van de Tour is voor hem vermoedelijk te hoog gegrepen.

De klassiekers. In de schaduw van de drie grote etappewedstrijden staan de klassiekers. Tien van die eendaagse ritten maken deel uit van de Wereldbeker, een circuit dat er met zijn puntensysteem aan heeft bijgedragen dat veel wedstrijden een sterkere internationale bezetting kregen. In het verleden pleegden Nederlandse profs een hoofdrol in de klassiekers te vertolken, in 1992 was er sprake van een dieptepunt. Voor het eerst sinds 1976 was er niet één triomf voor een nationale renner. Trouwens, al vier jaar lang is er een dalende lijn in het aantal Nederlandse zeges te signaleren.

9De jeugd. Routiniers als Rooks, Frans Maassen en Jelle Nijdam, vooral zij, zullen oranje in de klassiekers van 1993 wellicht weer enigszins uit het dal helpen. Van de jeugd is niet veel te verwachten. Slechts weinigen (Eddy Bouwmans, Erik Dekker) dienen zich voorzichtig aan. In de eerste helft van de jaren tachtig was het aanbod van goede neo-profs veel en veel groter. Toen bestonden er bij de amateurs nog sponsorploegen als Amstel, Jan van Erp en Gazelle, met vakkundige begeleiders, grote onderlinge concurrentie en buitenlandse programma's.

Maar dat systeem vond de KNWU niet goed genoeg. De unie bracht de amateurtoppers in één selectie, die het hele jaar met een bondscoach samen was. De sponsorteams hadden nog slechts de beschikking over de subtop, met als gevolg dat de beste teleurgesteld afhaakten. De KNWU is er daardoor mede schuldig aan dat het nationale wielrennen achteruit hobbelt.

De meest aansprekende transfers:

Erik Breukink (PDM) naar Once; Raul Alcala (PDM) naar WordPerfect; Jean-Paul van Poppel (PDM) naar Festina; Rolf Sörensen (Areostea) naar Carrera; Steven Rooks (Buckler) naar Festina; Charly Mottet (RMO) naar Histor/Novémal; Maurizio Fondriest (Panasonic) naar Lampre; Olav Ludwig (Panasonic) naar Telekom; Johan Museeuw (Lotto) naar GB/MG; Melchor Mauri (Once) naar Amaya; Adri van der Poel (Tulip) naar Mercatone Uno

De volgende Nederlandse profs hebben nog geen onderdak of stoppen:

Patrick Eyk, Antoine Goese, Twan Poels, Gerrit Solleveld, Jos Elen, Cees Hopman, Jan-Willem van Loenhout, Henk Woltman, Eric Knuvers, Robert van de Vin, Menno Vink, Henk Lubberding, John van den Akker, Gert Jakobs, John Vos, Jos van der Pas, Eddy Schurer, Jan Siemons, Mark Siemons, Adri Kools, Jac van der Poel, Johan Lammerts, Erwin Nijboer, René Beuker, Dick Dekker, Theo Akkermans, Mathieu Hermans, Luc Suykerbuyk, Michel Zanoli, Henri Manders, Peter Stevenhaagen.

    • Guido de Vries