Parijs: GATT-akkoord mag Franse landbouw niet schaden

PARIJS, 26 okt. De Franse regering blijft een GATT-akkoord over liberalisering van de wereldhandel afwijzen zolang “de Franse landbouw niet volledig wordt gespaard”. Dit zei de Franse premier Pierre Bérégevoy zaterdag in antwoord op de toenemende kritiek in Europa en de Verenigde Staten dat Parijs een akkoord blokkeert.

In een rede waarin hij aankondigde dat hij de campagne van de regerende socialistische partij voor de parlementsverkiezingen van maart volgend jaar zal leiden, zei Bérégovoy dat er geen akkoord komt vóór de Amerikaanse verkiezingen op 3 november. De Franse premier stelde zich daarmee vierkant achter minister van buitenlandse zaken Roland Dumas, die vorige week verklaarde dat een akkoord in de Uruguay-ronde van het GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) nog "verscheidene maanden' op zich zou laten wachten.

Na scherpe reacties uit diverse Europese hoofdsteden en uit de Verenigde Staten en Australië, waar landbouworganisaties opriepen tot een boycot van Franse produkten, houdt Parijs blijkens de verklaring van Bérégevoy dus voet bij stuk. De Franse minister van industrie Dominique Strauss-Kahn demonstreerde dat eveneens met zijn verklaring, zondagavond in een radio-debat dat “men niet onderhandelt onder dreiging van tegenmaatregelen”.

De Franse regering heeft ook te verstaan gegeven dat de ministers van landbouw van de twaalf EG-landen, die vanavond en morgen voor overleg in Luxemburg zijn, het onderhandelingsmandaat van de Europese Commissie moeten "bijstellen'. De Europese landbouwcommissaris Ray McSharry bestrijdt dat hij in zijn overleg met de Amerikaanse minister van landbouw Madigan verder is gegaan dan zijn mandaat hem toestond.

Parijs, gesteund door Duitsland, eist dat de Verenigde Staten hun export van zgn. graanvervangers (vooral sojabonen) naar de EG beperken in ruil voor de vermindering van de Europese graanexport, de belangrijkste Amerikaanse eis in het GATT-overleg. Frankrijk wil daarnaast slechts instemmen met een zeer beperkte vermindering van de produktie van oliehoudende zaden, veel minder dan Washington eist. De eerste Franse voorwaarde is binnen de EG omstreden omdat bijvoorbeeld Nederland veel graanvervangers uit Amerika importeert. Deze Amerikaanse produkten, die vooral als grondstof voor de produktie van voedsel voor koeien etc. worden gebruikt, zijn veel goedkoper dan het Europese graan.

De Franse regering staat onder zware druk van de Franse landbouworganisaties die, met de parlementsverkiezingen van maart volgend jaar in aantocht, veel invloed op het platteland kunnen uitoefenen. Ook de rechtse oppositie is zich daarvan bewust. De gaullistische afgevaardigde Edouard Balladur, die als potentieel premier van een rechtse regering geldt, zei gisteren dat de EG niet aan druk moet toegeven. Hij riep de andere EG-landen op “meer solidariteit te betonen”.

Een Franse Euro-parlementarier, oud-minister van landbouw Francois Guillaume, zegt daarentegen vanochtend in Le Figaro dat het GATT-akkoord "geregeld' is. Volgens Guillaume is de EG bereid de graanexport met 21 procent te verminderen (de VS hadden 24 procent gevraagd) en de produktie van oliehoudende zaden, die nu 12,5 miljoen ton omvat, terug te brengen tot 8.5 miljoen ton. Hij meent dat er sprake is van een "grote hypocrisie' over dit akkoord dat volgens hem een "grote ramp' voor de Franse landbouw betekent.

Het gezaghebbende Franse instituut voor de statistiek (INSEE) publiceerde dit weekeinde een studie waaruit blijkt dat de Franse graanexport de komende jaren aanzienlijk zal verminderen als gevolg van de wijziging van het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid waarmee Parijs eerder dit jaar heeft ingestemd. Volgens INSEE zal de graanexport van de EG in 1996 slechts 14,8 miljoen ton bedragen, tegen 28 miljoen ton vorig jaar. In de GATT-onderhandelingen eisten de VS een reductie van de EG-graanexport met 24 procent in 1996, uitgaande van de gemiddelde EG-export in de periode 1986-88. Volgens INSEE betekent dit dat de EG-export in dit geval iets minder dan 14 miljoen ton in 1996 zal bedragen, nauwelijks minder dus dan onder de nieuwe EG-landbouwpolitiek mogelijk zal zijn. Met een vermindering van de export met 21 procent zoals overeen zou zijn gekomen, verandert er voor Frankrijk waarschijnlijk niets of zeer weinig.

INSEE suggereert voorts dat de EG het moeilijk zal krijgen haar overtollige graan op de wereldmarkt te verkopen als de Europese exportsubsidies worden verminderd zoals in de GATT-onderhandelingen is voorzien. De produktiviteit van de Amerikaanse graanboeren was in de periode 1973-1989 30 procent hoger dan die van hun EG-concurrenten. Het Amerikaanse graan was gemiddeld 20 procent goedkoper dan het Europese omdat de Amerikaanse landbouwers profiteren van lagere prijzen voor grond, brandstoffen, kunstmest en voedingsmiddelen voor hun dieren. Volgens INSEE is de Amerikaanse landbouw produktiever dan de landbouw in enige EG-lidstaat met uitzondering van Nederland.

    • Jan Gerritsen