NACHTMERRIE ALS WERELDKAMPIOEN

De Pakistaan Jansher Khan, halve finalist bij het NCM Dutch Open, is de beste squasher ter wereld en hij deelde gisteren in Amsterdam mee dat hij dat nog vijf jaar wil blijven. “Waarom niet? Ik ben pas 23 jaar.”

Voor Chris Dittmar is dat niet zo'n prettige mededeling. De voorzitter van de vereniging van squashprofs staat op de tweede plaats op de wereldranglijst en was al vijf keer verliezend finalist bij het WK. De Australiër vindt dat Khan “charisma en gevoel voor pr” mist. De 28-jarige Dittmar noemde de nummer één al eens “een nachtmerrie als wereldkampioen”. “Het is in deze sport belangrijk dat we het de sponsors naar de zin maken. Maar Khan laat zich nooit zien bij bijeenkomsten. Wij drinken niet, zeggen de Pakistanen dan. Nou en? Ze kunnen toch cola nemen en hoeven niet tot zes uur 's ochtends aan de bar te hangen.”

Het klikt absoluut niet tussen Jansher Khan en met name de Australiërs in het circuit. Khan en Dittmar groeten elkaar niet eens als ze elkaar in de gang van een hotel of in de kleedkamer tegenkomen. Ze hebben daar, beweren ze, beiden geen probleem mee. “Misschien is het zelfs wel beter zo. Je kan beter niet bevriend zijn met de man die je moet verslaan”, aldus Dittmar. Khan: “Ik heb geen behoefte aan contact. Ik ben liever onder mijn eigen mensen. We hebben dezelfde interesses en eten ons eigen voedsel.”

Khan wordt altijd omringd door landgenoten. Ze slapen bij hem op de kamer en zitten geduldig langs de kant tijdens zijn urenlange trainingssessies. Vaak is zijn broer Mohibullah één van de begeleiders. Hij was zelf ooit nummer twee van de wereld. Jansher Khan is niet de enige Pakistaan in de squashtop. Er staan er nog drie bij de top-40 van de wereld. Dat waren er verleden jaar meer, maar twee Pakistaanse spelers zijn voor twee jaar geschorst nadat ze tijdens een toernooi in Kiel squashmateriaal uit een winkel hadden gestolen.

Jahangir Khan, zesvoudig wereldkamp-ioen en van 1982 tot '86 ongeslagen, staat momenteel nog op de zesde plaats van de wereld, maar hij trok zich tijdens het laatste WK terug met een blessure en de verwachting is dat hij niet meer op topniveau zal spelen. Jansher en Jahangir zijn geen familie van elkaar, maar komen wel uit dezelfde streek. Hun verhouding is koel en zakelijk. Toch betreurt Jansher Khan dat zijn naamgenoot uit het circuit is verdwenen. “Het is belangrijk als een andere Pakistaan een paar sterke spelers kan uitschakelen. Dan wordt de druk voor mij minder.”

Buiten de Pakistaanse collega's kent niemand van de topsquashers Jansher Khan eigenlijk goed. Zijn gebrekkige Engels sluit een diepgaand gesprek uit. Volgens Nederlands kampioen Raymond Scheffer heeft Khan gevoel voor humor. “Als je hem in zo'n groep Pakistanen ziet zitten schateren ze het soms uit met z'n allen. En dan blijkt Jansher vaak de aanjager.” Scheffer herinnert zich verleden jaar een interviewtje met Khan voor de Nederlandse televisie. De Pakistaan zei bij die gelegenheid dat Ivan Lendl een favoriet van hem was en toen de verslaggeefster hem vroeg waarom dat zo was antwoordde Khan dat Lendl net zo als hij zelf het open Britse kampioenschap - Wimbledon voor de tennissers - nog niet had gewonnen. Scheffer: “En dat is toch een gevat antwoord, of niet soms?”

Khan won in april van dit jaar eindelijk wel het British Open op Wembley. Voor hem was die felbegeerde zege belangrijker dan de verleden maand in Johannesburg behaalde wereldtitel. Die had hij al drie keer eerder veroverd. Jansher Khan, inmiddels ruimschoots miljonair, werd op zestienjarige leeftijd wereldkampioen bij de jeugd en een jaar later was hij al de beste bij de senioren. Hij is zeker geen spectaculaire speler. Raymond Scheffer noemt de kwaliteit van Khans slagen “gruwelijk mooi”. Alleen constateert hij dat de Pakistaan geen aanvaller is en niet echt op jacht gaat naar punten. “Daarom kan je hem vergelijken met Courier en Lendl.”

Scheffer is van mening dat Chris Dittmar “de perfecte wereldkampioen” zou zijn. “Hij heeft een opvallende speelstijl en ook nog een goede babbel.” Scheffer, nummer 49 op de wereldranglijst, speelde drie keer tegen Khan. Twee keer verloor hij slechts met 3-2 en de laatste keer, bij het British Open in Londen, met 3-0. “Ik maakte toen maar twee punten. Toch duurde het nog 52 minuten en was het één van mijn betere partijen. Dat kan tegen Khan. Hij slaat je nooit helemaal weg, maar zorgt er voor dat hij de belangrijke punten maakt.”

De grote kracht van Jansher Khan is zijn snelheid en zijn lichamelijke gesteldheid. Zijn voetenwerk is fabuleus. Hij wordt binnen de squashwereld wel “de fitste sportman ter wereld” genoemd. “Hij kan ongelooflijk veel hebben”, zegt Chris Dittmar. “Hij slaat elke bal terug, óók nog na twee uur spelen.” Khan is 1.80 meter lang, maar weegt slechts 61 kilo. De wereldkampioen van 1991, Rodney Martin, is met dezelfde lengte negentien kilo zwaarder. Niemand traint ook harder dan Khan. Hij staat zes dagen in de week gemiddeld vier uur op de baan en besteedt er ook nog eens twee aan loop- en krachtwerk. Meestal staat hij al voor zes uur naast zijn bed.

Khan wijst er in het Amsterdamse Frans Otten-squashcentrum op dat hij een Pathaan is en die staat bekend om zijn vastberadenheid en innerlijke kracht. Pathanen waren in de geschiedenis een strijdlustig en bloeddorstig volk uit de Khyber-pas én orthodoxe Moslims. Dus vertrouwt Khan, geboren en getogen in Peshawar, op God en bidt ook op wedstrijddagen vijf keer per dag. Hij leeft uiterst sober. “Geen drank en geen vrouwen”, zegt Khan gedecideerd.

Aan dat laatste moet echter worden getwijfeld. Zijn affaire met een oudere getrouwde vrouw uit Londen werd verleden jaar breed uitgemeten in de Engelse boulevardpers. Daar praat Khan niet over. Hij vertelt wel dat zijn vrouw zwanger is en begin december haar tweede kind verwacht. Daarom kan hij niet aan het toernooi in Hongkong meedoen. Khan werd in het verleden verscheidene keren beboet voor vergrijpen zoals het "weggeven' van een partij en het niet verschijnen op het officiële banket. Tegenwoordig gedraagt hij zich echter voorbeeldig.

Paul Meijs, toernooidirecteur van het NCM Dutch Open, heeft nooit problemen met Jansher Khan gehad. Hij was wel teleurgesteld toen de Pakistaan zich verleden jaar al in de voorronde uit het toernooi liet slaan en de Beurs van Berlage, waar de eindfase van de titelstrijd werd gespeeld, niet haalde. “Ik had last van mijn rug”, verontschuldigt Khan zich nu. Hij is dit jaar - met de finale op dinsdagavond - wel vastberaden te winnen. “Maar ik ben geen machine, weet je.”

    • Hans Klippus