Lof van het zang- en muziekcafé; Antwerpen

Het hele café staat te zingen. Het is bomvol in zanglokaal "Bonaparte'. Buiten op de Antwerpse keien staat nog een lange rij zanglustigen te wachten. De meeste bezoekers hebben het liederenboek in de hand. Naast me gilt een man het uit. Het lied gaat over onderdrukte Vlamingen en de schoonheid van het Vlaamse land.

De zangober drukt me al zingend een liederenbundel in de hand. Er zijn twee categorieën te bestellen liedjes: Vlaamse en Engelstalige. Deze zijn weer onderverdeeld in het levenslied, de pop- en love-song.

Als de zanglustige bezoeker een lied heeft uitgekozen, laat hij of zij dat weten aan de zangober. Deze zet je op de wachtlijst. Als je aan de beurt bent, word je door de stagemanager naar het toneeltje midden in het café ontboden. Deze drukt je een microfoon in de handen en start daarna de videoband met de originele versie van het uitgekozen lied. Zodra de eerste beelden verschijnen brengt de zanger(es) het lied ten gehore.

Op het toneeltje staan twee geblondeerde lollypopmeisjes met vuurrode lippen en torenhoge kapsels een lied van de Beatles te zingen. Op een aantal over het café verspreide televisietoestellen zingen hun idolen de originele versie.

Het merendeel van de "zangzoekers', zoals de ober hen noemt, negeert het duo en kijkt naar de televisie of in de liederenbundel. Het schijnt de lollypops niet te deren. Ze zingen maar liefst drie Beatle-nummers. Bij het laatste nummer laat de kleinste de microfoon uit haar handen vallen. Met een bemoedigend schouderklopje geeft de stagemanager haar het ding terug. Als ze klaar zijn, wordt er nauwelijks geapplaudisseerd.

Een baardige man met een ziekenfondsbril loopt zich warm voor het volgende nummer. Het is een levenslied over een hypocriete pastoor, gemene roddelaars en een onmogelijke liefde.

Bijna iedereen zingt het uit volle borst mee. Met weidse gebaren onderstreept de zanger het liefdeslied en de gemeenheid van de lokale herder. Bij elke zin glijdt de bril verder van zijn neus. Bij het laatste refrein staat hij op het uiterste puntje.

Het zangpubliek weet de hele avond van geen ophouden. Sommige bezoekers bestellen hun drankjes zelfs zingende. Zo'n bestelling neemt al gauw enige minuten in beslag.

Tegen sluitingstijd worden de performances onder invloed van overmatig drankgebruik onstuimiger. Vooral de wel zeer eigen interpretatie van een door twee carnavalstypes ten gehore gebracht levenslied krijgt veel bijval. Het verband tussen de videoband en de toneelperformance is overigens al gauw zoek en als de televisie al minutenlang ruis en strepen laat zien, zijn de zangers slechts halverwege het lied.

Wanneer de presentator hen tot spoed maant duwen omstanders hem resoluut van het toneel.

“Vooral in het weekeinde eindigt het vaak zo”, verzucht de zangkeeper, terwijl hij voor de zoveelste keer een dronken zanger van zich afduwt.

    • Ad Kooyman