Inkatha-voorman is in Umlazi zijn leven nooit zeker; Mfeka kijkt gewapend naar de tv

UMLAZI, 26 OKT. Hij zit gewoon tussen de familie Mfeka op de bank, de jonge agent van de KwaZulu-politie. Hij staart naar de televisie en houdt het geweer tussen zijn benen geklemd. “Ik moet wel”, zegt Reuben Mfeka (65), Inkatha-leider in het township Umlazi bij Durban. “Iedereen kan elk moment binnenkomen en het vuur openen. Mijn familie moet 24 uur worden bewaakt.”

In Natal kan een partijlidmaatschap een doodvonnis zijn. Een politicus is zijn leven nooit zeker in de gewelddadige strijd om de hegemonie tussen de zwarte organisaties ANC en Inkatha, waarbij sinds het midden van de jaren tachtig duizenden doden vielen. Sinds de ondertekening van het Nationaal Vredesakkoord een jaar geleden door ANC-leider Nelson Mandela en Inkatha-chief Mangosuthu Buthelezi werden 49 Inkatha-voormannen in Natal vermoord. De laatste maanden gebeurde dat volgens een nieuw patroon: gerichte executies in militaire stijl, waarvoor Inkatha het ANC-leger Umkhonto we Siszwe verantwoordelijk houdt.

Reuben Mfeka probeert met een politieman voor de deur niet nummer 50 te worden. “Je hoopt dat je tijd nog niet gekomen is. Het is beschamend dat je je politieke overtuiging niet kunt uitdragen, dat je geïntimideerd wordt om wat je denkt”. Hij moet weg, naar een bijeenkomst met de ouders van twee jongeren uit de buurt. De Inkatha-jongen stak de ANC-jongen bij een ruzie neer. Dood. Mfeka wil vergelding voorkomen.

In de heuvels van Natal vechten natuurschoon en armoede op het netvlies. Meestal wint de armoede. Kinderen lopen blootsvoets door de modder naar school. Een varken schuifelt tussen de golfplaten hutten. Umlazi is in omvang het derde township van Zuid-Afrika. Er wonen zeker twee miljoen mensen in krotten, modale huizen en bungalows als die van Reuben Mfeka.

Net als elders in de killing fields van Natal vechten aanhangers van het Afrikaans Nationaal Congres en de Zulu-beweging Inkatha in Umlazi al jarenlang hun strijd om politiek territorium uit. Geweldsonderzoekers aan de universiteit en van ANC-gezinde organisaties wijzen Inkatha als hoofdschuldige aan. Deze partij, die het over Natal verspreide Zulu-thuisland KwaZulu alleen regeert, zou in samenwerking met blanke politiemannen in het gebied het ANC bestrijden. Maar de andere kant maakt zich evenzeer schuldig aan geweld, intimidatie en moord. Het gevecht schijnt in Umlazi nog steeds gelijk op te gaan. Uitgebrande huizen, behorend tot aanhangers van een der partijen, getuigen van veldslagen uit het verleden.

Inkatha heeft zich onlangs in Umlazi teruggetrokken uit het lokale vredescomité. De comités zijn krachtens het vredesakkoord van vorig jaar in het leven geroepen, als hoopvol instrument om in de townships tegenstanders aan het praten te krijgen en geweld te voorkomen. “Het heeft geen zin”, zegt Mfeka. “We zitten met het ANC rond de tafel en een paar weken later is een van ons vermoord . En dan zeggen ze: het geweld kan niet zomaar voorbij zijn, het is een proces.” Mfeka's voorganger Sabelo, lid van het Vredescomité, werd in februari in zijn kruidenierswinkel in Umlazi doodgeschoten door twee mannen die sigaretten kwamen kopen. Zijn 19-jarige zoon Mzwandile stond erbij. “De nieuwe eigenaars hebben de kogelgaten weggewerkt”, zegt Mzwandile als hij in de winkel uitlegt hoe het gebeurde. Hij klinkt verbaasd, alsof het gisteren was.

Natal is door de politieke rivaliteit, het geweld, etnische spanningen en de armoede het kruitvat van Zuid-Afrika. De ontploffingsgraad is de afgelopen weken toegenomen door plannen van het ANC om naar de KwaZulu-hoofdstad Ulundi te marcheren - een demonstratie in navolging van die in Ciskei, die uitliep op een bloedbad en 28 doden. Inkatha-leider Buthelezi dreigde openlijk met een burgeroorlog en repte van afscheiding van een aparte Zulu-staat uit Zuid-Afrika. Hij trok zich terug uit elk overleg, toen de regering en het ANC een akkoord sloten over de beveiliging van de hostels (arbeiderspensions) en een verbod op het dragen van traditionele wapens, onderwerpen die de Inkatha-aanhang direct aangaan.

Buthelezi sloeg luider dan ooit op de trom van het Zulu-nationalisme en riep zijn aanhang (voornamelijk leden van deze grootste etnische groep van Zuid-Afrika) op zich te verdedigen tegen de “anti-Zulu”-politiek van het ANC. Het ANC is er volgens hem op uit de regering van KwaZulu en Zulu-koning Goodwill Zwelithini omver te werpen. Regionale ANC-leiders zijn ervan overtuigd dat ze aan de winnende hand zijn en willen Buthelezi, volgens hen hevig in paniek door een afbrokkelende aanhang, verder in de hoek drukken. Als het in Zuid-Afrika tot een burgeroorlog komt, begint die hier.

Voordat hij weer in overleg treedt met de regering of het ANC, wil Buthelezi de gewapende arm van het ANC, Umkhonto we Siszwe (MK), definitief ontmanteld zien. Inkatha meent dat MK-guerrillastrijders verantwoordelijk zijn voor een golf van aanslagen in Natal in de afgelopen twee maanden, waarbij tientallen Inkatha-aanhangers, leiders en stamhoofden het leven verloren. Vooral de professionele stijl van de executies - voorbereid via surveillances, snel uitgevoerd met de verzekering van goede vluchtwegen door daders in uniform van de Zuidafrikaanse politie of het leger - duidt op de hand van MK, beweert Inkatha in een rapport over de recente moorden.

Eind augustus werd het hoofd van de Mkohbeni-stam en Inkatha-lid Fana Nzimande met zijn vrouw en vier kinderen doodgeschoten, nadat zij door een doodseskader tegen de muur van hun huis waren gezet. De daders hadden zich bekendgemaakt als politie-agenten op zoek naar wapens. Op 4 september werden tien leden van de Inkatha-jongerenbrigade in een huis bij Port Shepstone doodgeschoten door schutters in legeruniform. De tien stonden te wachten op een bus die hen naar een jeugdcongres van Inkatha zou brengen. Midden september werden acht Inkatha-leden door schutters uit de bosjes langs een autoweg in Zuid-Natal neergemaaid.

De lijst is veel langer en telt de namen van Inkatha-leiders uit verschillende gemeenschappen in Midden- en Zuid-Natal. Als de daders al opgespoord werden, waren ze volgens Inkatha meestal leden van het ANC. Eén gewapende aanvaller, die zelf bij de moord op twee Inkatha-leiders in Ninginzumi zwaar gewond raakte, was in Angola en Tanzania als MK-strijder opgeleid en twee jaar geleden teruggekeerd in Zuid-Afrika.

De aanval op MK past in de propagandaslag tussen de partijen. In Natal, waar geen van de partijen schone handen heeft, zijn ook veel leiders en aanhangers van de andere kant om het leven gekomen. Maar de recente reeks moorden op Inkatha-aanhangers komt op een moment dat Buthelezi's organisatie zich geïsoleerd voelt - een groot risico voor meer revanche-geweld. Inkatha-leden registreren de openbare vernederingen die hun leider moet ondergaan. Tijdens een gespeelde rechtszaak werd Buthelezi tot levenslang veroordeeld wegens collaboratie met het apartheidsregime. In het township KwaMashu hing een poster met het hoofd van Buthelezi op een babylijfje met luier. “Gatsha”, zoals zijn bijnaam bij vriend en vijand luidt, is wel “de theejongen van Mandela” genoemd en koning Zwelithini “de schoonmaker van Mandela's kantoor”.

Het lijken kwajongensgrappen, maar Zulu's voelen ze als diepe beledigingen, zegt Nkosinathi Ndelu (35), lid van het Centraal Comité van Inkatha. “Als het ANC dan ook nog Buthelezi wil afzetten, worden Inkatha-leden gedwongen hun leider te verdedigen”, zegt hij. Natal heeft volgens Ndelu een vruchtbare voedingsbodem voor een burgeroorlog. “Het is een sterk verarmde regio. Er is een grote verloren generatie, de jongeren hebben niets te verliezen. Als de oorlog hier uitbreekt, zal het snel overslaan naar andere regio's, want veel mensen van hier werken elders.”

Jeff Radebe, voorzitter van de regio Zuid-Natal van het ANC, ontkent elke betrokkenheid van Umkhonto bij de moorden op Inkatha-leiders. Hij houdt vast aan de “derde macht”-theorie van het ANC, die ervan uitgaat dat rechtse blanken in leger en politie de hand hebben in het geweld tussen zwarten. “De regering en de politie zijn betrokken. Het is heel goed mogelijk dat ze nu beginnen Inkatha-mensen te vermoorden, zodat het idee ontstaat dat het ANC moordt. Het is ook een gevolg van interne conflicten binnen Inkatha.”

Radebe is voorstander van een mars naar de hoofdstad van KwaZulu. Is dat gezien het risico van een nieuw bloedbad verantwoord? “Martin Luther King kreeg ook te horen dat demonstraties gevaarlijk waren, maar hij ging toch. Waarom zou dit land gebieden moeten hebben waar wij niet kunnen komen? De werkelijke reden dat Buthelezi zo tekeer gaat is dat Zulu's straks in Ulundi zullen demonstreren, terwijl hij beweert de leider van de Zulu's te zijn. Het bedreigt zijn politieke overleving.”

    • Peter ter Horst