Gonzalez blijft, mits zijn partij zich aan hem aanpast

MADRID, 26 OKT. Hij doet het. Felipe Gonzalez is bereid nog eens vier jaar aan het hoofd te staan van de Spaanse regering. Maar als zijn partij hem als lijsttrekker wil, dan zal ze zich ook naar zijn wensen moeten schikken. En dat betekent: minder loon en harder werken, socialistische idealen opofferen aan de Europese realiteit. Een andere koers kan hij voor zijn geweten niet verantwoorden.

Deze boodschap heeft het 50-jarige wonderkind van de Spaanse politiek het afgelopen weekeinde verkondigd via de media en ten overstaan van vijfendertigduizend partijgenoten in de monumentale arena van Madrid. De bijeenkomst was bedoeld om het tweede lustrum te vieren van de historische verkiezingsoverwinning van 1982, toen de socialisten voor het eerst een absolute meerderheid veroverden. Gonzalez gebruikte hem echter vooral om een einde te maken aan de langdurige onzekerheid over zijn aanblijven als leider van regering en partij.

Drie jaar geleden zinspeelde hij voor het eerst op zijn vertrek en tot voor kort, zo hebben intieme vrienden verzekerd, was de premier vastbesloten de landspolitiek te verlaten. Hij is op dat besluit teruggekomen onder invloed van de economische problemen die Spanje en Europa doormaken en door de crisis waarin zowel zijn partij als het proces van Europese eenwording zich bevindt. “Ik ben niet iemand die wegloopt als het moeilijk wordt”, zo verzekerde hij zijn gehoor in de arena Las Ventas.

De bijeenkomst werd bijgewoond door een publiek dat met bussen uit alle delen van Spanje was aangevoerd. Vooral de plattelandsbevolking van Andalusië en Extremadura was goed vertegenwoordigd, maar ook uit Galicië en Catalonië had het kader er een tien uur durende reis voor over gehad om de nog altijd charismatische "nummer één' te horen spreken.

Boven het stadion cirkelde even een reclamevliegtuigje van de rechtse Europarlementariër Ruiz-Mateos met de tekst “Geef je over, Felipe” en voor de ingang werden marxistische pamfletten uitgedeeld met een oproep voor een algemene staking tegen het regeringsbeleid. Geen van beide uitingen kon op enige bijval rekenen.

Meer dan de helft van de aanwezigen was ouder dan vijftig jaar. Ze hadden spandoeken en rode vlaggen meegenomen. Broodjes werden door de organisatie verstrekt. Niettemin vielen tientallen mensen flauw tijdens de ruim een uur durende rede van Gonzalez waarin hij eens “kalm en langer dan normaal” tot zijn aanhangers spreken wilde.

Zijn boodschap contrasteerde scherp met de traditioneel-socialistische entourage waarin zij werd gebracht. Terugblikkend op tien jaar socialistisch bewind erkende de premier dat hij fouten had gemaakt, maar geen fundamentele. Hij noemde de periode 1982-1992 “het meest voorspoedige decennium in de Spaanse geschiedenis van de laatste honderdvijftig jaar” en verweet met name de pers dat er dezer dagen teveel nadruk op de schaduwzijden van zijn beleid wordt gelegd. Gonzalez herinnerde zijn publiek eraan, dat hij altijd heeft gezegd twintig á vijfentwintig jaar nodig te hebben om “de loop van de geschiedenis te wijzigen”.

Een vrouw had Gonzalez vlak voor hij het podium besteeg toegeroepen dat zij bereid was voor hem te sterven. Dat verlangde hij niet. Wel vroeg hij zijn aanhangers om harder te werken, want “we kopen meer dan we produceren” en op die manier kan de aansluiting bij de sterkste economieën van Europa niet verwezenlijkt worden. Gonzalez maakte nog eens duidelijk dat spoedige intrede in de Economische en Monetaire Unie doel en uitgangspunt blijft van zijn beleid. Hij rangschikte deze opgave onder “het werk dat we moeten verrichten, niet omdat we een socialistische regering zijn maar omdat we de regering van Spanje zijn” en herinnerde in dit verband aan het referendum over de NAVO, waaraan hij destijds ook zijn politieke toekomst verbond. “Dat was niet leuk, maar wel noodzakelijk en het heeft ons uiteindelijk voordeel gebracht.”

Met de strekking van zijn rede ging Gonzalez rechtstreeks in tegen wat de op-één-na machtigste man in de partij, zijn oude strijdmakker Alfonso Guerra, de laatste maanden tijdens talloze spreekbeurten en natuurlijk ook achter de schermen heeft bepleit, namelijk een “terugkeer naar de principes van het socialisme” en een stevige afrekening met de “rechtse elementen” in de partij.

Sinds Guerra zelf in verband met een corruptieschandaal moest terugtreden als vice-premier heeft hij zich geheel gestort op de versterking van de partijorganisatie. Onder zijn leiding is de huidige campagne ter viering van het regeringsjubileum opgezet, waarin de "vernieuwers' geen rol kregen toebedeeld. Guerra is ook persoonlijk verantwoordelijk voor de publikatie van het opzienbarende stripboekje waarin de resultaten van tien jaar socialistisch bewind worden uiteengezet. Het beeldverhaal is in de afgelopen dagen overladen met spot en hoon om de simpele, patroniserende toon die erin wordt aangeslagen. Het doorgaans regeringsgezinde dagblad El Pais kwalificeerde het zaterdag in een hoofdartikel onder de kop "socialistisch realisme' als “lomp” en “belachelijk” en wees erop, dat zaken die tien jaar geleden als legitieme rechten werden geclaimd nu worden voorgesteld als door de regering verleende gunsten. Ook prominente socialisten hebben inmiddels afstand van het boekje genomen, maar toch moet het partijkader er de komende weken mee langs de deuren om uit te leggen wat door de “huurlingen” (aldus Guerra) van de media systematisch wordt verdonkeremaand.

Uit een zondag gepubliceerde opiniepeiling van het dagblad El Mundo blijkt dat de rechtse Partido Popular de PSOE van Gonzalez nu op vijf procentpunten genaderd is in de stemintentie, terwijl Verenigd Links nog sneller groeit en nu op twaalf procent van de kiezers zou kunnen rekenen. Diezelfde dag drukte El Pais een lang gesprek met Gonzalez af, waarin hij verzekert dat hij “in het geheel niet onrustig wordt van de gedachte een coalitieregering te moeten voorzitten”.