Gabriël Metsu en 't Roo Hart

De vraag of de zeventiende-eeuwse Hollandse genreschilder Gabriël Metsu (1629-1667) liefhebber van een goed glas bier was mag zeker niet tot de nijpende kunsthistorische kwesties worden gerekend.

De relatie tussen Metsu en bier houdt mij niettemin al enige tijd bezig. Het begon allemaal met een bezoekje aan het Rijksmuseum waar ik op een verloren middag Metsu's paneel "De oude drinker' aandachtig bekeek: een klein schilderijtje van een oude man die de bezoeker vriendelijk, zij het een tikje troebel aankijkt. De rechterhand van de drinker omklemt een tinnen kan; in zijn andere hand houdt hij losjes een pijpje vast. Zijn linkerarm rust op een houten ton waarop - nu komt het - een vignet is geschilderd. Je moet er even aandachtig voor turen, want het rode merkteken dreigt een beetje weg te vallen tegen de bruine achtergrond. Maar wie goed kijkt, herkent de contouren van een hert. Het wapen van een brouwerij? Ik nam me voor eens uit te zoeken of er een zeventiende-eeuwse bierbrouwer met zo'n vignet had bestaan, want dat gestileerde rode hert kwam me bekend voor.

Fietsend over de Amsterdamse Prinsengracht wist ik het een paar weken later opeens weer: het rode hertje prijkt daar op de gevel van een aantal naast elkaar gelegen grachtenpanden die tot luxe appartementen worden verbouwd.

Ik haalde er een ansicht van "De oude drinker' bij, stelde mij ter hoogte van de Lauriergracht op en vergeleek het wapen op de Prinsengracht-panden met het beeldmerk op de ton. Geen twijfel mogelijk: hetzelfde hertje. Zou er op die plaats een brouwerij hebben gezeten? Ik had er inmiddels wel een middagje speuren voor over en toog naar de bibliotheek van het Amsterdams Historisch Museum. Mijn theorie leek reddeloos onderuit te gaan toen een grachtengidsje de Prinsengracht-panden (no. 353 t/m 357) wreed dateerde aan het begin van de achttiende eeuw. Toch nog maar even doorgezet. Het register van het Jaarboek Amstelodamum maakt onder het trefwoord brouwerijen melding van “'t Roo Hart”, oudhollands voor het rode hert. En ja hoor! In verschillende nummers van Amstelodamum wordt brouwerij 't Roo(de) Hart aan de Prinsengracht genoemd. Het mooiste bewijsstuk dat de ton op "De oude drinker' van deze brouwerij afkomstig moet zijn geweest is wel een aquarel van G. Lamberts uit 1817. Het plaatje toont enkele mannen die op het stukje Prinsengracht tegenover de Lauriergracht biertonnen op een slede laden. Op een pilaar aan de grachtzijde prijkt een beeldje van een hert en op de houten tonnen weer datzelfde beeldmerk met het hertje: anderhalve eeuw na Metsu nog onveranderd. Ook in de zeventiende eeuw was de brouwerij overigens al op die plek gevestigd. De vroegste vermelding die ik kon vinden stamt uit 1619. In een notariële akte van dat jaar wordt David Coster brouwer van 't Roo Hart genoemd. In het daaropvolgende jaar wordt een andere eigenaar vermeld: Pieter Denijs, een ondernemend man. Zijn naam duikt herhaaldelijk in archiefstukken op. Naast zijn activiteiten als brouwer stak Denijs veel geld in uitvindingen. Hij investeerde in een ontwerp voor een staaloven, een molen om plassen droog te malen en een nieuwe cementsoort. Daarnaast handelde hij in civetkatten, roofdieren die vanuit West-Afrika naar Amsterdam werden verscheept, waar door prikkeling van de anale klieren van de dieren de geurstof civet werd gemaakt.

In 1642 komt Denijs in aanvaring met concurrerende brouwerij 't Witte Hert. Twee knechts verklaren dat de eigenaresse van deze brouwerij jongens die biervaten naar het Roo Hart brachten, over probeerde te halen deze aan haar te leveren: “op welke halve vaten dan haar merk wiert geritst ende voorts 't Rode Hart met wit overstreken of geverft, in allen schijn of 't haer eigen vaten waren.” Tot 1650 wordt Denijs als brouwer in documenten vermeld. Maar juist over de periode waarin Gabriël Metsu in Amsterdam woonde (van de late jaren '50 tot zijn dood in 1667) verschaft de bibliotheek van het Historisch Museum geen informatie over 't Roo Hart.

Het tijdschrift The Art Bulletin biedt uitkomst. In een artikel over marktscènes in de Nederlandse zeventiende-eeuwse schilderkunst vestigt Linda Stone Ferrier de aandacht op de door Metsu geschilderde Amsterdamse groentemarkt aan de Prinsengracht. Ze constateert dat Metsu pal naast die groentemarkt woonde en vermeldt ten bewijze een document uit 1657. Daarin verklaart een vrouw die naast "Het Rode Hart' woont ten behoeve van haar buurman Gabriël Metsu dat de buren enkele kippen van de schilder hebben gestolen. In een ander document - waaruit blijkt dat de moeilijkheden met de buren nog niet over zijn - wordt de woonplaats van de schilder aangeduid als: “Prinsengracht, in de gangh van de gecroonde Hert” waarmee zeker de brouwerij wordt bedoeld. Metsu heeft dus min of meer zeker in 't Roo Hart gewoond. Of "De oude drinker' nu anders geïnterpreteerd moet worden is nog maar de vraag. Dat het om een portret (Pieter Denijs of een opvolger?) zou gaan lijkt gezien het ietwat karikaturale karakter van het paneeltje en de onpersoonlijke trekken van de drinker vrijwel uitgesloten. Minder onwaarschijnlijk is dat het schilderij voor een betrokkene (een brouwer? een kroegbaas?) werd gemaakt.

De meest aannemelijke verklaring is evenwel dat het hertje als grapje op de ton werd geschilderd: een detail voor wie er oog voor heeft, een "inside joke'. Die verklaring verschaft de kunstgeschiedenis geen nieuwe inzichten, maar maakt aannemelijk dat Gabriël Metsu niet onwelwillend tegenover het bier van het Roo Hart heeft gestaan. Aan de toekomstige bewoners van de panden bij deze het verzoek om zo nu en dan eens op zijn nagedachtenis te drinken.

    • Erik Spaans