Enthousiasme van Panic loopt stuk op Servisch nee; "Vredesweg' van Zagreb naar Belgrado blijft nog even dicht

DRAGALIC, 26 OKT. Verkleed als eenvoudige boeren staat een groepje Servische strijders naast enkele forse, de rijbaan versperrende oogstmachines op de autoweg tussen de Servische hoofdstad Belgrado en de Kroatische hoofdstad Zagreb, die eens, bij de aanleg door jonge communisten in de jaren vijftig, "Weg van Broederschap en eenheid' heette. Terwijl het Nepalese vredesbataljon van de VN om ons heen vuurdekking verleent, legt een der "boeren' uit waarom de witte VN-bussen met journalisten uit Belgrado de Servische sector "West-Slavonië' niet in mogen. Er kan geen sprake van zijn dat we verderop langs de nu al meer dan een jaar verlaten en door drie fronten doorsneden autoweg onze collega's van een soortgelijke bus uit Zagreb ontmoeten en zo de weg symbolisch heropenen. “Niemand kan over ons beslissingen nemen, eerst moet onze Servische Republiek Krajina worden erkend.”

De Joegoslavische president, Dobrica Cosic, en de Kroatische president, Franjo Tudjman, kunnen vorige week wel mooi hebben afgesproken dat de autoweg wordt heropend, maar daar komt voorlopig niets van in. En dat de Joegoslavische premier, Panic, ons vanochtend in Belgrado heeft uitgewuifd maakt ook geen indruk. “Die Panic moet zich niet met ons bemoeien”, meent een der stevig gebouwde "landlieden'. “En laat hij anders teruggaan naar Californië.”

Nee, de hyperactieve Amerikaanse miljonair van Servische afkomst Panic valt onder de Servische strijders in Kroatië en Bosnië duidelijk niet in goede aarde. “Dit is een spontane actie”, probeert een van de mannen met de Servische vlag in hartje Kroatië nog, maar mijn Servische collega's in de bus terug zijn het erover eens: “Dit is een grap van Slobo”, oftewel van Panic' grootste rivaal, de Servische president Slobodan Milosevic.

Panic was dit weekeinde nog wel zo belofterijk begonnen. Zaterdagmorgen: Panic roept in het "Paleis van de federatie' in Belgrado, een groots maar nu grotendeels leegstaand statussymbool van de vroegere Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië, een persconferentie bijeen om zijn eerste honderd dagen als premier van het nieuwe Joegoslavië te vieren. Een doorslaggevend succes, die honderd dagen, blijkt uit het verstrekte document "100 days in office, the major accomplishments'. Neem alleen al punt zes: “Bezocht: honderd wereldleiders in dertig verschillende steden”.

“Toen ik hier in juli aankwam”, vertelt Panic beurtelings in Engels met Servisch accent en in Servisch met Amerikaans accent, “trof ik hier een gedemoraliseerd land aan, een land dat naar een economische en politieke ramp was gevoerd, zoals in de geschiedenis nog niet was vertoond. Mijn programma is simpel: vrede, welvaart en democratie.” Het ene glas cola na het andere drinkend geeft hij keer op keer blijk van zijn grenzeloze optimisme dat hij de democratie kan brengen, de sancties tegen Joegoslavië opgeheven kan krijgen en de oorlog kan beëindigen: “De mensen zijn moe van geweld en politie, ze willen vrede en een waardig leven”.

In een belendend zaaltje tekent de Joegoslavische president, Dobrica Cosic, het decreet voor de "eerste vrije, democratische verkiezingen' op 20 december. Zij zullen het land naar een "nieuw tijdperk' voeren, zegt hij in een korte toespraak. Panic omhelst Cosic en trekt zelfs diens hand omhoog, alsof er een bokswedstrijd is gewonnen. “Als hij gelukkig is, ben ik gelukkig”, verklaart de premier stralend. “Ik geef de mensen een duwtje, ook Cosic praat nu al heel anders dan in het begin”, aldus Panic. Cosic ontkent het niet. “Ik ben een schrijver, geen politicus”, zegt hij. Beiden vormen, zo is de boodschap, een hecht duo dat de macht van Milosevic zal beëindigen.

Zaterdagavond: Milosevic, voorshands nog de machtigste man van Joegoslavië, neemt het woord op het congres van zijn eigen SPS, een verbouwde versie van de communistische partij. Alles op het congres doet nog aan het communisme denken: een verzameling weldoorvoede mannen met eendere kostuums, niet geneigd tot debat maar wel tot eenstemmig klappen en stemmen en met typisch communistisch machtsjargon, vaag en dreigend tegelijk. Milosevic dankt voor de verkiezing tot partijvoorzitter (918 stemmen vóór, twee tegen) - hij was trouwens de enige kandidaat. In een saai betoog van 20 minuten bestaat de Servische president het met geen woord in te gaan op de dramatische oorlog van de afgelopen anderhalf jaar. Evenmin laat hij zich op enig beleidsvoornemen betrappen.

Zondagmorgen: Milan Panic staat op het Plein van de Republiek, hartje Belgrado, om de journalisten die "symbolisch' de autoweg Belgrado-Zagreb gaan heropenen goeiedag te zeggen. “Die weg moet de "Vredesweg' gaan heten”, meent de premier opgetogen. “We gaan de beer in Sarajevo redden”, zegt Panic ook, doelend op de laatste, zieke bewoner van de dierentuin in de Bosnische hoofdstad, waar alle andere beesten door Servische granaten geraakt of verhongerd dood in de kooien liggen. Als hij ook nog de witte VN-autobus eigenhandig een eindje wil besturen, maakt de VN-chauffeur bezwaar. We vertrekken. De premier staat dan nog enthousiast te oreren.

Aanvankelijk verloopt de reis voorspoedig. De autoweg is, op een opgeblazen brug en wat bomkraters na, nog intact. Zowel Kroatië als Joegoslavië stelt zich veel voor van de inkomsten in harde valuta, die de heropening van deze belangrijke toeristische en vrachtroute naar Griekenland, Turkije en het Midden-Oosten kan opleveren. We passeren de Joegoslavische grenspost, de Russische VN-post in "Sector Oost' waar de dorpen verwoest zijn en de Servische strijders zich niet laten zien, de Kroatische grenscontrole.

De uit Belgrado meegenomen kranten bevatten een bekendmaking van de regering van de "Republiek van de Servische Krajina', dat het journalistenkonvooi van de VN in West-Slavonië geen doorgang zal worden verleend. De VN-functionarissen in de bus wuiven dat weg: alles is met de lokale, Servische autoriteiten in Okucani, de plaats waar we onze per bus uit Zagreb komende collega's zullen ontmoeten, piekfijn geregeld. Even voorbij Nova Gradiska, als de huizen langs de weg weer verwoest zijn, komt aan de droom een einde. De Nepalezen aan de post aan het begin van "Sector West' zijn in volle gevechtsparaatheid, want verderop, waar de Serviërs met hun landbouwmachines de autoweg hebben versperd, zijn trucks met gewapende mannen waargenomen.

Een bittere teleurstelling, geeft de Argentijnse generaal Carlos Zabala, VN-commandant in Sektor West, toe. “We hadden alles woensdag geregeld met de burgemeester van Okucani. Maar om half elf vanochtend lieten ze ons plotseling weten dat de hele zaak niet door zou gaan. Ons mandaat staat de VN toe u met geweld de sector binnen te leiden, maar er is besloten dat zulks misschien de verhoudingen zinloos zou verstoren.”

Als we even later naar de Servische barricade lopen, geeft de burgemeester van Okucani, Dusan Vitez, tekst en uitleg: “De Kroaten hebben maar één wens: ons uit de weg ruimen. Wij hebben er een paar: erkenning van onze republiek, de erkenning dat onze eigen militie hier het beheer heeft over onze 42 kilometer van de weg en dat hier onze eigen douaneposten worden ingericht”. Voor verdere discussie is Vitez niet te vinden. In de verte buldert een kanon. Het wordt tijd voor de terugreis naar Belgrado. Panic' "Vredesweg' blijft nog dicht.

    • Raymond van den Boogaard