En toch is Rusland dichtbij

WE ZIJN NU precies veertien maanden verder. Maar of er in de voormalige Sovjet-Unie sinds de mislukte staatsgreep van augustus 1991 veel ten goede is veranderd, is nog steeds de vraag.

Natuurlijk, er is aan de buitenkant veel gebeurd. De USSR bestaat niet meer. De communistische partij heeft haar formele positie verloren. Bijna alle oude gezichten van de Sovjet-macht zijn verdwenen. Iedereen mag zo goed als alles zeggen en schrijven. En over negen weken zal zelfs elke burger met zijn of haar paspoort naar het buitenland mogen zonder eerst een stempel bij de politie c.q. geheime dienst te hoeven halen. Kortom, precies wat het Westen altijd heeft gewild.

Lang hebben de politici in het Westen daarom de ogen toegeknepen voor de nasleep van de coup. Ze wilden de Russen de tijd geven. Driekwart eeuw communisme liet zich immers niet in een handomdraai hervormen, was de redenering. Het debat over de Sovjet-Unie werd gesloten verklaard.

MAAR DIE FASE van goede wil en goede hoop is nu toch wel zo langzamerhand voorbij. De signalen die het democratische Rusland uitzendt, wijzen er niet op dat het slechts een kwestie van geduld is. De markteconomie wil maar niet van de grond komen. Herkenbare politieke structuren, bevolkt door mensen die aanspreekbaar zijn op hun verantwoordelijkheid, blijven achterwege. In veel voormalige Sovjet-republieken, zelfs in de Europa zo verwante Baltische staten, woedt een vorm van hypernationalisme dat met de beste wil van de wereld niet kan sporen met bekende opvattingen over vrijheid, gelijkheid en broederschap. Om over de openlijke burgeroorlogen in het zuiden nog maar te zwijgen.

Dat alles heeft nog altijd veel te maken met die 75 jaar communisme. Maar niet exclusief. Al die nevenverschijnselen zijn ook de consequentie van de nieuwe leiders om het dekolonisatieproces enigszins te ordenen. Dat geldt vooral voor Rusland, de grote broer om wie alles altijd heeft gedraaid en nog steeds draait. Vooral in dat land zijn de zogenaamde "Westerlingen' meer en meer op hun retour sinds president Boris Jeltsin heeft besloten om zijn politieke positie meer via slinkse manoeuvres te verdedigen dan met een heldere politieke koers.

DE PARADOX is nu deze: Rusland kijkt met begerige ogen naar het Westen. Alles wat het etiket "import' draagt, wordt per definitie geprefereerd. Maar tegelijkertijd laat het zich weinig aan het Westen gelegen liggen. De Westerse eisen over democratie en markteconomie worden er naïef gevonden, irreëel en arrogant. Rusland heeft zijn eigen "weg' te gaan. Het is niet voor niets twee keer zo groot als de Verenigde Staten. Het Westen zou zich daar rekenschap van moeten geven. Maar de eigen economische en politieke problemen hebben het afgelopen jaar geleid tot introvertie. De publieke armoede in Amerika, het dreigende fiasco van de Europese eenwording en het onvermogen om met enkele eeuwenoude erfenissen in Oost-Europa om te gaan, houden politici en publieke opinie momenteel in hun ban. Op nieuwe onheilstijdingen uit Rusland zit niemand te wachten, moegebeukt als iedereen is door al die apocalyptische boodschappen uit dat gebied.

Rusland is niettemin wel dichtbij gebleven. Als die enorme reus straks echt wegzakt in zijn eigen moeras dan wel gered gaat worden door een bondgenootschap van militairen, geheime agenten, staatsmanagers en eventueel zelfs doldrieste nationalisten met een communistisch verleden zal dat consequenties hebben die niet automatisch voor Smolensk halt houden. Dan wordt de vraag ineens zeer actueel of het Westen dezelfde prijs voor zijn veiligheid wil betalen als in de jaren van de Koude Oorlog. Dan zal het er weer om gaan of er, al dan niet en zo ja hoe, terwille van de geopolitieke ontspanning zaken moeten worden gedaan met een land dat bij lange na niet voldoet aan de eisen die de Raad van Europa zou stellen. Het wordt tijd om het debat weer te heropenen. Over Rusland.