Een "caveat' uitzetten

In de politiek wordt vaak slecht geluisterd. Vorige week werd premier Ruud Lubbers in de Kamer voorzichtig op de vingers getikt.

Want hoe kon het dat de regering alvast negen miljoen wegstreepte bij de adviesorganen, terwijl een zware Kamercommissie in het kader van de staatkundige vernieuwing nog bezig is om zin en onzin van die adviesorganen kritisch te bekijken?

Commissievoorzitter Gerrit de Jong (CDA) had al schriftelijk zijn beklag gedaan, maar Lubbers bleef bij zijn bezuinigingen. Hij weerde de aanval karakteristiek af met een “wat praktische lijn”: “Het is wel mogelijk om bij het overleg met de betrokken organen twee caveats uit te zetten.” Die caveats houden in dat de door bezuinigingen getroffen adviesraden er rekening mee moeten houden dat er nog een advies van de commissie-De Jong komt. De uitvoering van de bezuinigingen kan dan wel wat later in het jaar gebeuren.

Bij Lubbers betekent het niet-Nederlandse woord caveat (Latijn voor "dat hij oppasse, bescherme') kennelijk iets als "een element van overweging'. Wat hij bedoelde was dat het kabinetsbesluit toch niet onmiddellijk per 1 januari in zijn geheel zou worden ingevoerd, dus als de commissie-De Jong een beetje opschoot, dan was er toch geen probleem? Als het langer duurt, is dat de eigen schuld van het parlement.

Met een Lubberiaans wollige formulering sloeg hij de Kamer vervolgens knock-out. “We zitten nu aan het begin. Het is een voornemen. Bij dat voornemen kunnen de twee door mij genoemde elementen gelegd worden. Zo bedoel ik dat ook precies. Die betrek je bij een zorgvuldige uitvoering. Ik geloof dat ik daarmee een helder antwoord heb gegeven.”

De Kamer nam er, in verwarring, genoegen mee. De Jong, die zwijgend had zitten luisteren, was diep teleurgesteld over het gebrek aan standvastigheid van de fracties. Als hij zou hebben geweten dat caveat in het Engels, in welke taal het woord wèl voorkomt, ook "schorsingsbevel' betekent, zou hij anders hebben kunnen kijken. Lubbers trouwens ook. (HS)