Bratislava doof voor protest Hongaren en milieu-activisten; Slowaken leiden de Donau om

ÁSVANYRARO, 26 OKT. De burgemeester van Ásvanyraro, een Hongaars plaatsje vijftig kilometer ten zuidoosten van de Slowaakse hoofdstad Bratislava, bracht gistermiddag zelf koffie en thee rond in het gemeentehuis, een woonhuis dat zich van de andere huizen alleen onderscheidt doordat er een marmeren gedenkplaat naast de deur is aangebracht.

In dit dorpje, voornamelijk bewoond door mensen die in het nabijgelegen Györ werken, had gisteren een bijeenkomst plaats van het "Verdedigingscomité voor de Donau' waarin een aantal milieubeschermers uit Hongarije, Oostenrijk, Slowakije, maar ook uit andere landen, samenwerkt om zich te weer te stellen tegen de bouw van de dam in het Slowaakse Gabcikovo die het milieu in het grensgebied tussen Slowakije en Hongarije volgens hen in groot gevaar brengt. Zo'n twintig mensen waren in Ásvanyraro bijeen om zich te beraden op de komende strategie nadat zaterdag de Slowaakse autoriteiten zijn begonnen gedeelten van de Donau af te dammen om daardoor het kanaal vol te laten lopen met Donauwater dat de waterkrachtcentrale in Gabcikovo na 5 november in werking moet stellen.

De Slowaakse stap om nu al met het werk te beginnen is immers een duidelijke provocatie tegenover niet alleen de Hongaren, maar ook tegenover de Europese Gemeenschap, die een bemiddelingspoging heeft gedaan en de Slowaken had gevraagd voorlopig geen “technische beslissingen” te nemen. Kennelijk is het de bedoeling van Bratislava om, zolang dat formeel nog mogelijk is, de internationale verantwoordelijkheid voor de dam nog maar even bij Praag te laten. De Tsjechoslowaakse federatie is immers voorlopig, dat wil zeggen tot 1 januari 1993 wanneer er twee afzonderlijke staten zullen zijn, nog verantwoordelijk voor de internationale betrekkingen van de federatie, in dit geval dus die met Hongarije. De Tsjechische premier, Václav Klaus, liet overigens vorige week al weten dat Praag in het Gabcikovo-conflict geen standpunt zal innemen.

Zaterdag begonnen Slowaakse arbeiders met het dumpen van 14.500 grote blokken beton van 2,5 ton, stenen van 200 kilo elk en ander materiaal in de Donau, bij elkaar ongeveer 8.000 kubieke meter, waardoor het water van de Donau naar het kanaal wordt geleid. Volgens het bedrijf dat het project bouwt, Vodohospodarska Vystavba, zal er een dag of vier mee gemoeid zijn om de Donau in het kanaal te dwingen.

Volgens de Hongaarse autoriteiten betekent deze operatie dat de grenzen tussen Slowakije en Hongarije worden gewijzigd - een grens die liep volgens het in 1918 gesloten verdrag van Trianon, namelijk precies in het midden van de rivier - waardoor de Slowaken een internationaal verdrag schenden.

Hetzelfde zeggen de Slowaken overigens van de Hongaren. Die immers hebben eerder dit jaar eenzijdig het in 1977 tussen de toenmalige (communistische) Tsjechoslowaakse en Hongaarse regeringen gesloten verdrag opgezegd dat voorzag in het bouwen van twee dammen in de Donau om in de energiebehoefte van de twee landen te voorzien.

De Hongaren legden het werk aan het project echter al in augustus 1989 stil, na protesten van de steeds sterkere milieubewegingen in Hongarije. Formeel liet Boedapest in mei van dit jaar weten dat het niet langer meedoet aan het project, nadat het Hongaarse parlement verdere medewerking had verboden. Daarbij werden de ecologische bezwaren tegen het project en de economische moeilijkheden waarin het land verkeert aangevoerd als de voornaamste redenen tegen voltooiing. Toen de Slowaken echter doorgingen met de bouw, en begin vorige week ook aanstalten maakten om het Donauwater om te leiden, vroeg Hongarije afgelopen vrijdag om bemiddeling door de CVSE, de Conferentie voor veiligheid en samenwerking in Europa, nadat een bemiddelingspoging door de EG op niets was uitgelopen. Bovendien heeft Boedapest de zaak aanhangig gemaakt bij het Internationale Gerechtshof in Den Haag. Maar dat lichaam kan die aanvraag alleen aanvaarden als beide kanten het gezag van het Hof accepteren.

Sinds zaterdag is het terrein waar het water wordt omgeleid door politie met honden hermetisch afgesloten, zodat op die dag enkele honderden Hongaarse demonstranten niet dichterbij konden komen. Bij de strategiebesprekingen van de milieu-activisten gisteren bleek vooral de vrees groot dat de Hongaarse autoriteiten uiteindelijk bereid zouden zijn om concessies te doen. In dat geval, zo werd door de Hongaren beloofd, zal een enorme demonstratie worden georganiseerd bij het parlementsgebouw in Boedapest, net zoals in 1989. Het verschil is alleen dat toen ook nog andere onderwerpen, zoals de omverwerping van het communistische gezag, aan de orde waren, waarvoor 60 tot 70.000 Hongaren de straat opgingen.

“Het heeft te lang geduurd”, was de mening van een van de Hongaarse activisten. “De publieke opinie is langzamerhand niet meer voldoende geïnteresseerd in Gabcikovo. Het is gemakkelijker om twaalf Hongaarse parlementsleden bij elkaar te krijgen om te protesteren dan twaalf losse burgers uit de buurt.”

Die defaitistische boodschap werd echter niet door de aanwezigen gedeeld: de plaatselijke gemeenschappen in het (overigens tamelijk dun bevolkte) gebied moesten actiever worden, er moesten meer internationale organisaties worden benaderd, onder meer het IMF om eventuele hulp te bieden aan Slowakije, er moesten handtekeningen worden verzameld die konden worden aangeboden hetzij aan Delors (voorzitter van de Europese Commissie) en Antall (premier van Hongarije) of aan Meciar (premier van Slowakije). In mei (dat is dus over een half jaar) zal een groot openluchtconcert in het gebied worden georganiseerd, een soort Life Aid voor de Donau.

Maar of het allemaal nog veel zal helpen? Meciar stuurt zijn "super boys' al naar de Donaugemeenten om de burgemeesters en gemeentebesturen die welwillend staan tegenover de milieubeweging te bewerken. De industriële lobby in Slowakije en in mindere mate in Hongarije zet alle zeilen bij om duidelijk te maken dat dit project alleen maar góed is voor de economie van beide landen. De grootste steun die de Hongaarse en Slowaakse milieu-activisten te verwachten hebben op dit moment komt uit het buitenland. Van Oostenrijkse collega's van het WWF (het Wereld Water Fonds), van een Amerikaanse "waarnemer', van Duitse Groenen, van een enkele Nederlander. Het is in Gabcikovo, zo lijkt het, voorlopig vechten tegen de bierkaai.