Aandacht West-Europa voor fluwelen revoluties verslapt

Na de "fluwelen revoluties' in 1989 was alle aandacht op Oost-Europa gericht. President Havel werd door de Franse president Mitterrand als een vorst ontvangen. De Poolse president Walesa mocht zelfs op Buckingham Palace blijven slapen en president Bush ontving de nieuwe regeringsleiders alsof het oude vrienden waren. Maar de aandacht voor Centraal en Oost-Europa was slechts van korte duur. De Golfoorlog en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie eisten de aandacht van West-Europa op. Nu is alle aandacht gericht op het beheersen van het conflict in het voormalige Joegoslavië en op de perikelen van het Westeuropese integratieproces.

De kritiek, ook binnen de Europese Gemeenschap, op het beleid ten aanzien van Centraal- en Oost-Europa neemt toe. De president van de Oosteuropa bank, Jacques Attali kritiseerde recentelijk de opstelling van West-Europa. “Een arm en akelig Europa is gevaarlijk dichtbij” als de Westerse houding niet wordt gewijzigd. EG-commissaris Frans Andriessen deed daar afgelopen week nog een schepje bovenop. “Het Oosteuropa-beleid zal aan geloofwaardigheid inboeten als de EG-lidstaten hun markten niet meer openstellen voor Oosteuropese produkten. Er gaat een verkeerd signaal uit van de EG-landen.”

De aandacht van West-Europa is verslapt. De hulp bestaat vaak alleen maar uit goedbedoelde adviezen, de eigen handelsbelangen worden beschermd en de investeringen, waardoor nieuwe werkgelegenheid wordt geschapen, zijn te beperkt. In het overgangsproces dat zich nu in de Centraal- en Oosteuropese landen voltrekt, is de omvorming van een centraalgeleide economie naar een markteconomie de meest dominante factor. De behoefte aan veiligheid mag echter niet worden genegeerd.

Het transformatieproces bevindt zich in een cruciale fase. De toenemende externe instabiliteit heeft een negatieve invloed op de binnenlandse stabiliteit en speelt het nationalisme in de kaart. Externe veiligheid vormt een randvoorwaarde voor een goed verloop van de politieke, economische en sociale hervormingsprocessen. De uitslag van de verkiezingen in Roemenië geeft weinig hoop voor de toekomst. Als de winnaar, het Democratisch Front van Nationale Redding, een coalitie aangaat met de extreem-nationalistische partijen (Partij voor Roemeense Nationale Eenheid en Partij van Groot-Roemenië) dan zal dit de positie van de Hongaarse minderheid niet bevorderen. De Roemeense strijdkrachten zijn nog niet gezuiverd en gedepolitiseerd. De intimidatie van de Hongaarse bevolking in Transsylvanië door dit machtsinstrument doet denken aan het optreden van het Joegoslavische Volksleger en militia tegen de Albanezen in Kosovo. Dergelijke ontwikkelingen veroorzaken negatieve reacties in Hongarije, waardoor het nationalisme, dat nu openlijk de kop opsteekt, indirect wordt bevorderd.

Ook de ontwikkelingen in Slowakije voorspellen niet veel goeds. De verhouding met Hongarije is gespannen, onder meer door de behandeling van de Hongaarse minderheid (circa 600.000 op een totale bevolking van 4,6 miljoen) en het geschil over het stuwdamproject dat Hongarije eenzijdig heeft stopgezet. Het voorstel van de Slowaakse premier Meciar om de Tsjechoslowaakse strijdkrachten niet op te splitsen, maar onder een centraal commando te plaatsen, kwam niet voort uit een drang tot pragmatische samenwerking met Tsjechië, maar was uitsluitend gebaseerd op de mogelijkheid om in de toekomst een eigen "machtspolitiek' te kunnen voeren. Militaire macht, als politieke machtsfactor, heeft ook in het nieuwe Europa helaas niet aan belang ingeboet.

De nieuwe democratieën zijn, nu de regionale instabiliteit toeneemt, ook teleurgesteld in de houding van de Westeuropese veiligheidsinstellingen. Zowel de Navo als de Weu onderhouden goede contacten met de "nieuwe partners', maar van enige duidelijkheid over toekomstige toetreding is geen sprake. Ook deze houding speelt het nationalisme in de kaart. De terughoudende Westerse opstelling komt de ex-communisten goed van pas en leidt tot renationalisatie van de defensie. De kleine landen, zoals Hongarije en Bulgarije, maken zich zorgen over de toekomst. Hoe zal het conflict in het voormalige Joegoslavië aflopen? Wat zijn de gevolgen voor de Hongaren in de Vojvodina? Wat gebeurt er met Macedonië? Bulgarije heeft, zich bewust van zijn geo-strategische ligging - grenzend zowel aan Turkije als aan Griekenland - een pragmatische veiligheidspolitiek ontwikkeld. Zo worden de militaire eenheden, die in de periode van het Warschaupact nog gelegerd waren in de buurt van de Turkse en Griekse grenzen, teruggetrokken. Een vrije militaire zone moet het oude wantrouwen wegnemen. Echter een politieke stabiliserende factor in de regio ontbreekt.

West-Europa denkt dat het de eigen veiligheidsagenda kan blijven bepalen. Niets is minder waar. Halfslachtig optreden, zoals in Joegoslavië, zal de betekenis aan militaire macht en eigen richting doen toenemen. Kortzichtig beleid op economisch èn op veiligheidsgebied, zal ertoe leiden dat Europa op termijn de rekening krijgt gepresenteerd. Nauwere samenwerking met Centraal- en Oost-Europa, ook op veiligheidsgebied, is dan ook geboden. Op deze wijze kan men de stabiliteit bevorderen en het verloop van het proces mede positief beïnvloeden. Het politieke gewicht van de Navo zal andere landen kunnen afremmen in hun nationalistische aspiraties. Vergaande samenwerking vereist wel gelijke uitgangspunten. Het formuleren van voorwaarden voor nauwere samenwerking en toetredingseisen voor een eventueel lidmaatschap op termijn, ligt dan voor de hand. Harmonisatie van het veiligheids- en defensiebeleid, politieke controle over de strijdkrachten en volledige nakoming van het Handvest van Parijs vormen hiervoor de basisvoorwaarden.

De Navo moet dan ook mee evolueren met de gewijzigde veiligheidssituatie. De bereidheid om buiten het verdragsgebied operaties voor de vredeshandhaving te willen uitvoeren is een goede stap in die richting, maar vredeshandhavende operaties zijn pas mogelijk nadat conflicterende partijen dit zijn overeengekomen. Er dient dus in een vroegtijdig stadium te worden opgetreden. Door nauwere samenwerking met Centraal- en Oost-Europa kan de Navo een belangrijke politieke rol spelen in conflictvoorkoming. De eind vorig jaar opgerichte Noordatlantische Samenwerkingsraad is, door de grote onderlinge verschillen tussen de leden, hier niet het geschikte forum voor.

    • M. van den Doel