Weer een referendum

Niemand ligt er van wakker aan deze kant van de oceaan, maar in Noord-Amerika duikt maandag - acht dagen voor de Clinton-Bush-verkiezingen - een ander bevriend land de stemhokjes in. Canada zet zich aan een door Quebec afgedwongen referendum over zijn toekomst. De inzet lijkt op de referenda over Europa, maar andersom: niet eenheid maar ontvlechting is de koers. Belangrijkste overeenkomst met de stemming in Europa is dat het Nee steeds meer de boventoon voert.

Een vergelijking tussen Canada en de debatten en referenda over "Maastricht' is natuurlijk een beetje bizar. Met 24 miljoen inwoners zou Canada een middelgroot Europees land zijn. Wel twintig keer zo groot als Frankrijk, om de gedachten te bepalen. Leegte vergelijken met volte heeft dat zin?

Bijna alles is anders. Maar wie kijkt naar de gelijksoortige economische en maatschappelijke ontwikkeling hier en daar, en bedenkt dat veel Canadezen van West-, Midden- en Oosteuropese afkomst zijn, ziet de verwantschap, ook zonder hun rol in onze bevrijding te kennen. Het meest fascinerend zijn de overeenkomsten in de opkomende gevoelens van regionale, culturele en taalkundige heimwee naar een eigen toekomst.

De officiële plannen wijzen in verschillende richtingen: de nieuwe grondwet zou de band tussen de Canadese provincies losser maken, terwijl Brussel ijvert voor meer gemeenschap. Wat de burgers intuïtief aangeven, verschilt minder. In het uitgestrekte Canada verlangen steeds meer mensen naar een lossere eenheid dan de confederatie die zij nu hebben. Zij zoeken een à la carte-verband zoals de huidige Europese Gemeenschap. Sinds het Deense Njee en het Franse Nja vragen velen in Duitsland, Engeland en misschien zelfs in Nederland of de eenwording niet al te ver gegaan is. Het punt van vertrek is dus verschillend maar het instinct niet.

Dergelijke sentimenten zullen maandag in Canada waarschijnlijk bijdragen tot de verwerping van een grondwets-arrangement waar tien jaar aan is gedokterd. De voorstellen geven de tien provincies plus "the native peoples' meer bevoegdheden en erkennen het "anders-zijn' van Quebec. De nationale regering in Ottawa zou dus minder voor het zeggen krijgen. Dat lijkt in overeenstemming met de tijdgeest in het land.

De belangrijkste redenen waarom de Canadezen in meerderheid toch zijn afgeknapt op het voorstel van minister-president Mulroney en de tien provinciale premiers zijn verwant aan de anti-gevoelens bij veel Europese burgers. "Gewone' Canadezen hebben ontzettend genoeg van hun politieke klasse, ongeacht hoe subtiel verwoord hun compromis klonk. Naarmate de recessie langer duurt en de werkloosheid toeneemt, wordt die afkeer verbetener. Voor Europese politici ook geen onbekend verschijnsel.

Het glanzende akkoord van Charlottetown, waar Canada's politieke elite 28 augustus mee naar buiten kwam, is in een dikke maand campagne verbleekt tot een dubieus opzetje. Na de eerste juichkreten duurde het weken voor de echte tekst kwam. Daarin bleek van alles te ontbreken. Bovendien lekten pijnlijke telefoongesprekken uit tussen top-ambtenaren die nauw bij de onderhandelingen betrokken waren. Leve de autotelefoon. De premier van het Franstalige Quebec bleek bij de neus te zijn genomen.

Het meest opvallend van de kritiek was niet dat de separatisten in Quebec het akkoord te mager vonden, maar dat in andere provincies ten minste evenveel bezwaren rezen. British Columbia, in het Westen van Canada, als enige provincie economisch bloeiend dankzij de toeloop van investerende Hong Kong-Chinezen, neemt de eindeloze "bevoordeling' van Quebec niet meer.

In Alberta en de "prairie provincies' heeft men ook steeds minder zin om het constitutionele pingpong van de centrale regering in Ottawa met Quebec te steunen. Zij zien het compromis als "een deal voor centraal Canada', dat wil zeggen Quebec en de belangrijkste industrie-provincie Ontario.

Aan de andere kant van het afwijzingsfront stonden de mensen die het hele akkoord een fatale bedreiging voor de eenheid van Canada vonden, met voorop oud-premier Pierre Elliott Trudeau (71). In tijdschriftartikelen, die binnen een paar uur uitverkocht waren, heeft hij zich begin deze maand krachtig afgezet tegen het eindeloos toegeven aan "de chantage' van Quebec.

Trudeau komt zelf uit Quebec, maar verwijt die provincie het hele land al decennia in gijzeling te houden. “Als wij de Quebecois voortdurend boter aanbieden, en geld om het te kopen, zullen zij het zeker accepteren. Maar al zijn zij Franse Canadezen, ook zij weten heel goed dat een land op enig moment moet besluiten wel of niet te bestaan, dat je Canada niet kan redden door het te ontmantelen.”

Met juridische en historische argumenten gaat Trudeau even fel tekeer tegen de "gewetenloze' Quebecois die iedere tien jaar een "laatste kans voor Canada' eisen als tegen de Engelstalige politici die "steeds weer zo goeiig zijn dit soort kinderachtigheden serieus te nemen'.

Als dit referendum iets heeft aangetoond, dan is het dat referenda wel degelijk de volkswil op een andere manier zichtbaar kunnen maken dan gewone verkiezingen. Hoewel de voorbereiding van het Akkoord van Charlottetown bestond uit eindeloze inspraakrondes, heeft het publiek voor "de politiek' een afstraffing in petto wegens het negeren van de directe belangen van het volk. Dat wil werk, huizen en wegen. Ook daarin verschilt Canada niet sterk van West-Europa, al wordt "Maastricht' daar nuttig voor genoemd.

De discussies hebben bovendien glashelder gemaakt dat Canada niet meer zo overzichtelijk is als vroeger. Van oudsher was het Quebec tegen de rest. Nu staat Quebec bijna aan de kant van degenen die de unie bij elkaar willen houden. De Engelstaligen van Canada waren altijd verenigd uit angst voor inlijving bij de Verenigde Staten. Het Vrijhandelsverdrag met Amerika en Mexico heeft laten zien dat men meer van noord-zuid-banden heeft te verwachten dan van oost-west-betrekkingen binnen Canada.

Ook zonder de haarden van etnisch en nationalistisch getint fanatisme, die EG-Europa aan zijn grenzen voelt branden, beleeft het welvarende Canada een vergelijkbare revolutie van regionaal gedreven afzonderingsdrift. Als dat uitloopt op een soort EG, is de ramp te overzien. De echte slachtoffers van het Nee van maandag, zijn de resterende 650.000 indianen, die nog nooit zo dicht bij erkenning zijn geweest. Maar zij zijn wel wat gewend in vijfhonderd jaar.