Verzet

In zijn interview met de oud-verzetsman Gerrit Kleinveld probeert Frits Abrahams een genuanceerd beeld te geven van een buitengewoon gecompliceerde oorlogsaffaire: de overval op het distributiekantoor te Joure in oktober 1942 en de nasleep daarvan. Centraal in het artikel staat de beschuldiging van Gerrit Kleinveld dat Dick van Veen, een mede-overvaller, een "ordinaire verrader' zou zijn geweest. Kleinveld zegt voor deze zware beschuldiging alle bewijzen te hebben, maar op de naam van het mogelijke slachtoffer na (Evert van Voorthuizen) ontbreekt iedere toelichting of verklaring op dit punt. Dat is een grove omissie.

Bij andere beschuldigingen aan het adres van Van Veen plaatst de interviewer verscheidene kanttekeningen en vraagtekens. Daarbij ontbreken de cruciale tegenargumenten die de begin 1989 overleden Van Veen altijd ter verdediging van zichzelf heeft aangevoerd.

Kleinveld doet het voorkomen alsof Van Veen zijn spel met de Duitsers helemaal in zijn eentje heeft gevoerd. Bovendien zou hij er slechts op uit zijn geweest zijn eigen leven te redden ten koste van dat van Theo Dobbe, een door de Duitsers fel gezochte verzetsman. In werkelijkheid stonden er veel meer levens op het spel.

Jo Pellicaan, die zichzelf als plaatsvervanger voor Van Veen aanbood zolang deze contact zocht met Dobbe, was lid van de Centrale Leiding (CL) van Vrij Nederland. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis werd hij benaderd door leden van de Abteilung IV ("Gegnerbekämpfung') van de SD. Zij bleken erg goed op de hoogte van de VN-organisatie. Voor alle duidelijkheid: hun bron was een verrader uit de toen nauw met VN samenwerkende Ordedienst (OD), die begin 1943 door het verzet is geliquideerd.

Uit andere voorvallen was al gebleken dat de Duitsers er veel voor over hadden om Vrij Nederland tot zwijgen te brengen. Ditmaal deden zij VN via Pellicaan het voorstel om de uitgave van het illegale blad te staken. In ruil daarvoor zouden de levens van verscheidene gearresteerde VN-medewerkers, wie de doodstraf wachtte, worden gespaard. Aan dit voorstel werd door de leiding van VN zeer veel gewicht gehecht. Het leidde tot een langdurige discussie, zowel intern als met de leiding van de OD, waarbij Pellicaan nog een aantal malen heeft geprobeerd met de Duitsers te onderhandelen over de precieze voorwaarden.

Volgens Kleinveld had Van Veen meteen na zijn vrijlating moeten onderduiken en alle relaties met de Duitsers moeten verbreken. Van Veen heeft er altijd op gewezen - en hij werd in die lezing gesteund door Pellicaan - dat hij niet kòn onderduiken en genoodzaakt was zijn spel nog enige tijd in schijn voort te zetten. Hij kon zijn vriend en diens reddingspogingen niet desavoueren door te verdwijnen. Pas na het definitieve afketsen van de onderhandelingen tussen VN en de Duitsers heeft ook Van Veen de band met hen losgelaten.

In het artikel wordt ten onrechte gesuggereerd dat Van Veen na deze gebeurtenissen als een verdacht individu door VN werd gemeden. Helaas werkt ook de uitlating van mr. A.H. van Namen, voormalig lid van de leiding van het illegale VN, die indruk in de hand. Van Namen meent, zo blijkt uit zijn aangehaalde bewoordingen, dat VN geen contact meer heeft onderhouden met Van Veen. Het is jammer dat hij zich blijkbaar niet meer herinnerde dat Van Veen in de zomer van 1943 weer werd ingeschakeld als lid van de VN-organisatie, ditmaal als een soort "reizend ambassadeur'.

Aan de relatie van Van Veen - en die van Pellicaan - met VN kwam pas in het voorjaar van 1944 een einde om persoonlijke en politieke redenen. Pellicaan en Van Veen vervolgden hun verzetsloopbaan met de oprichting van de illegale drukkerij DAVID. Ook als drukkers verleenden ze nog hand- en spandiensten aan VN. De verwijdering werd pas groter toen het tweetal toetrad tot de staf van de OD, waarmee VN inmiddels op politieke gronden zwaar gebrouilleerd was.

Ik blijf de verbetenheid en stelligheid waarmee Kleinveld zijn beschuldigingen is blijven uiten, raadselachtig vinden. Die verwondering is na lezing van het interview alleen maar toegenomen.

Naschrift Frits Abrahams:

Als interviewer voel ik mij niet verantwoordelijk voor de uitlatingen van geïnterviewden. Niettemin zal ik niet toestaan dat zij beschuldigingen uiten die elke grond missen. Ik heb mij dan ook grondig verdiept in deze zaak, onder meer via lange gesprekken met Paul Koedijk.

Wat mij daarbij opviel was dat Koedijk, die met Dick van Veen bevriend raakte in diens laatste levensjaren, nota bene ook zèlf twijfels koestert over diens "spel met de Duitsers'. Vele malen heeft Koedijk het hem laten uitleggen, maar altijd bleef hij, Koedijk, twijfelen aan het waarheidsgehalte van Van Veens lezing. Vanwaar dan nu opeens die stelligheid waarmee Van Veen wordt verdedigd? Raadselachtig.

De details in de brief van Koedijk vertroebelen de zaak onnodig. Zij doen niets af aan het feit dat niemand precies heeft geweten wat zich tussen Van Veen en de Duitsers heeft afgespeeld. Dat bevestigt ook oud-topman van Vrij Nederland, Arie van Namen, in mijn artikel. Het is nogal flauw om Van Namens mening terzijde te schuiven door hem op één vergeetachtigheid te betrappen.

In mijn artikel heb ik nergens gesuggereerd dat Van Veen later in de oorlog als een verdacht individu door VN is gemeden. Maar nu Koedijk daar toch over begint: in zijn samen met Gerard Mulder geschreven biografie van H.M. van Randwijk schrijft hij zelf dat ""het niet onmogelijk is'' dat Van Randwijk later opzettelijk Van Veen buiten de Centrale Leiding van VN heeft gelaten. Dit zou Van Randwijk besloten hebben na een waarschuwing van Kleinveld. Als dat zo is - en ik ga graag af op de vermoedens van goede biografen - dan heeft kennelijk óók Van Randwijk zich afgevraagd of Van Veen wel zo brandschoon was als hij zelf deed voorkomen.

Ik vind de verbetenheid van Kleinveld niet zo vreemd. Zijn zwager Evert van Voorthuizen werd opgepakt op een adres dat Van Veen - hij heeft het zelf toegegeven - de Duitsers had toegespeeld. Van Veen had zijn eigen verklaring voor deze loslippigheid, maar die was oncontroleerbaar. Is het verwonderlijk dat degenen die zich de dupe voelen van dergelijke spelletjes met de Duitsers, zich later onverzoenlijk tonen?

    • Paul Koedijk