Verdachte van steekpartij in tram vrijgesproken

AMSTERDAM, 24 OKT. De rechtbank in Amsterdam heeft gisteren de 29-jarige G.B., verdacht van het doodsteken van een trampassagier eind vorig jaar, vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Het wettig bewijs tegen de man bestond volledig uit verklaringen van een aantal ooggetuigen, die B. van foto's en tijdens confrontaties in meer of mindere mate meenden te herkennen. B. werd pas in juli van dit jaar aangehouden. Hij heeft altijd ontkend de 53-jarige stadgenoot in tramlijn negen te hebben doodgestoken.

Officier van justitie mr. C. Goes had gevraagd de zaak aan te houden voor nader onderzoek met betrekking tot B.'s alibi, maar de rechtbank wees dat verzoek af. Wel werd het verzoek van raadsvrouwe Th. Gijsberts gehonoreerd om gistermiddag, enkele uren na de zitting, uitspraak te doen.

Tijdens de zitting eiste de officier van justitie acht jaar gevangenis. De eis gold tevens poging tot doodslag op de echtgenote van het slachtoffer, die tijdens de worsteling in de volle tram had geprobeerd de vechtpartij tussen het slachtoffer en de dader te beëindigen.

Het slachtoffer kreeg op zaterdag 23 november achterin de tram ruzie met twee mannen, nadat de trambestuurder de passagiers had gewaarschuwd tegen zakkenrollers. Er volgde een worsteling die eindigde in de steekpartij. Het slachtoffer, dat de eerste klap zou hebben uitgedeeld, werd twee keer in de borst gestoken en overleed korte tijd later in de tram.

De politie hield aanvankelijk een verdachte aan die niets met de zaak te maken bleek te hebben. Nadat getuigen met politiefoto's waren geconfronteerd, kwam B. in beeld. Technisch onderzoek, zoals een geurproef met een in de tram achtergebleven zonnebril en baseballpet, leverde niets op.

B. werd al eerder, in 1988, op verdenking van moord aangehouden en berecht. Ook toen werd hij vrijgesproken.