Soliste Jane Bunnett weet wat timing is

Concert: het Quintet van de Canadese saxofoniste/fluitiste Jane Bunnett met o.a. Larry Cramer (trompet). Gehoord: 23/10 BIMhuis, Amsterdam.

Niet bekend

Ook de aanvankelijk concertpianistiek studerende Jane Bunnett kon niet om Amerika heen. In 1991 speelde zij met pianist Don Pullen en slagwerker Billy Hart in een Newyorkse club. Er werd een mooie cd van gemaakt (Jane Bunnett Quintet, live at the sweet Basil, Denon Can-9009) en de critici spitsten hun oren. Met als gevolg dat Bunnett in augustus jongstleden in de poll van het Amerikaanse muziektijdschrift Down Beat de eerste plaats kreeg in de categorie Talent deserving wider recognition. De Canadese overheid erkende dat en lapte wat bij waardoor zij nu door Europa kan toeren.

In het Amsterdamse BIMhuis werd snel duidelijk dat Jane Bunnett inderdaad niet mis is. Haar toon op sopraansaxofoon is breed en vol en zij weet wat timing is. In Epistrophy van Thelonious Monk schiet ze behendig door de akkoorden en voedt ze de spanning met vette glissandi. Op de dwarsfluit, die ze helaas wat minder ter hand neemt, is ze een absolute autoriteit. De beweeglijkheid van Eric Dolphy gecombineerd met de humor van Roland Kirk, dit alles overgoten met veel van haarzelf. Wat een speelplezier, wat een ongelooflijke boventonen.

Haar groep is helaas minder ideaal. Haar "buddy' en trompettist Larry Cramer verstopt zich te veel achter zijn dempers, pianist D.D. Jackson is nogal breedsprakig en bassist Kieran Overs rondweg saai. Veel erger is dat de musici geen eenheid vormen waardoor fraaie plannen soms louter papier blijven. Als gevolg hiervan blijft Jane Bunnett een wat eenzaam talent. Als solist is zij zonder twijfel interessant, als bandleider nog niet.