Salomon Brothers: terugslagen Europese eenwording oorzaak beursmalaise; Ontredderde beursstemming duurt voort

AMSTERDAM, 23 OKT. Ondanks dalende rentetarieven sloot de Amsterdamse beurs deze week per saldo lager af. Beleggers verkochten hun cyclische conjunctuurgevoelige fondsen als Hoogovens, Océ, Daf en Philips De Amerikaanse effectenbank Salomon Brothers verklaart de matte stemming op de internationale beurzen mede door de tegenslagen die de Europese eenwording ondervindt.

Op een rustige beurs bleven de koersen van de pechvogels van deze week dalen. De grootste verliezen waren derhalve weer weggelegd voor Hoogovens, Daf, Philips en Fokker. Elders was de stemming in het algemeen ook aan de gedrukte kant, waardoor de CBS-stemmingsindex gisteren omstreeks het middaguur was gedaald tot 103,70, het laagste punt van 1992.

D. Shulman, effectenanalist van Salomon Brothers in Londen, heeft wel een verklaring voor de sombere stemming bij beleggers. “In plaats van een verenigd continent dat aan het begin staat van een periode van economische bloei, is Europa gedompeld in recessie en bitterheid”, schrijft hij in een recente publikatie van het gerenommeerde Amerikaanse effectenhuis.

“Hoewel we het niet beseften, veranderde de wereld op 2 juni 1992”, aldus Shulman. Op die dag verwierpen de Denen, die hun nationale economische politiek niet wilden opofferen aan een gemeenschappelijke munt, het Verdrag van Maastricht. De internationale beurzen reageerden met een scherpe koersdaling. De belangrijkste graadmeter voor de wereldwijde beursstemming, het Dow Jones Industrieel gemiddelde, heeft zich nog steeds niet hersteld tot boven het hoogterecord aller tijden (3.413 punten), dat op 1 juni dit jaar werd geboekt.

Volgens Shulman ging op 2 juni de ogenschijnlijk onvermijdelijke ontwikkeling ("globalism') teloor die zou moeten leiden tot een wereldwijde vrije markt waarbij kapitaal ongehinderd naar de hoogst biedende kon vloeien. Dit was een duidelijke stimulans voor aandelenkoersen.

Het concept van "globalism' en het einde van de Koude Oorlog waren de twee doorslaggevende macro-econonomische factoren waardoor de aandelenkoeren na de beurskrach in 1987 wereldwijd konden stijgen. Het nipte "ja' van de Fransen in het voordeel van Maastricht en de openlijke spanningen binnen het Europees Monetair Stelsel, veroorzaakt de anti-inflationaire politiek van de Bundesbank, bracht de Europese trein tot stilstand.

Shulman: “Dit is een duidelijk negatieve factor, doordat de voordelen van een gemeenschappelijke kapitaalmarkt, die al waren verwerkt in de aandelenkoersen, nu tot later in de jaren negentig zijn uitgesteld. De daling van de Duitse rente verandert daar weinig aan.”

Terwijl het grootste deel van Europa in een recessie verkeert, worstelt Duitsland met de gevolgen van de vereniging. De politieke beslissing om over te gaan tot een één op één wisselkoers voor D-marken en Ostmarken heeft een begrotingstekort - en daardoor inflatie - veroorzaakt dat Ronald Reagan in zijn beste jaren niet zou misstaan. “De Bundesbank tracht nog steeds deze ongewenste effecten te "steriliseren”', zegt Shulman.

Salomon Brothers signaleert vergelijkbare problemen in Noord-Amerika, dat worstelt met een vrijhandelsakkoord tussen Mexico, Canada en de VS. Shulman meent dat de wereldwijde onzekerheden ook in invloed zullen uitoefenen op Wall Street. Hij heeft daarom een voorkeur voor bedrijven die voordeel hebben van internationale economische (valuta-) onrust, zoals de financiële sector.

Beleggers op de Amsterdamse effectenbeurs delen de visie van Salomon Brothers. Handelaren signaleerden deze week vooral vraag voor financiële fondsen en in minder mate voor voedingswaarden en uitgevers.