Rampzalige economie verscheurt corrupte verhoudingen in Italië; Politici die steekpenningen innen zijn een traditioneel Italiaans probleem

In Italië is er per traditie geen politieke partij met schone handen. De communisten hebben zich lange tijd zo gepresenteerd, totdat niet meer kon worden ontkend dat onder hun lokale bestuurders corruptie voorkwam. De fascisten hebben, hopend op een collectief geheugenverlies, onlangs zelfs op de Romeinse Piazza Venezia gedemonstreerd als de partij met de schone handen. Ze moesten daarbij hun zwarte verleden wel onder witte handschoenen verbergen.

Politici melden dat ze schone handen hebben als ze willen opvallen naast collega's met vuile handen. Die laatste categorie is in Italië per traditie goed vertegenwoordigd. De Italiaanse naoorlogse geschiedenis kent een aaneenrijging van politieke schandalen en van politici die het aureool van een heilige hadden en van wie velen verwachtten dat zij het land in één handomdraai zouden veranderen. De republikein Ugo La Malfa vervulde eind jaren zestig zonder enig resultaat de rol van boven het kwaad verheven heilige. De socialistische president Sandro Pertini kwam eind jaren zeventig in een soortgelijke positie, waarbij de Italiaanse pers verzweeg dat hij soms lucide was, maar dikwijls - voor zijn leeftijd niet ongebruikelijk - het zicht op de dingen geheel uit het oog had verloren. Zulke politici vervullen in Italië dezelfde rol als het bloed van de heilige Januarius in Napels : één keer per jaar kijkt men of het gaat borrelen om daaruit te kunnen afleiden of er goede of slechte tijden op komst zijn, maar het verandert niets aan de loop van de geschiedenis.

Politici die steekpenningen innen zijn een traditioneel Italiaans probleem. Een vroegere president van de staatsholding Eni, Mattei, antwoordde in 1960 op de vraag waarom hij zo kwistig geld aan politici uitdeelde: “Je moet toch ook voor de taxi betalen”. De steekpenningen zijn nooit verzwegen. Eind jaren zestig was er het schandaal van de steekpenningen die aannemers bij de bouw van autosnelwegen in de kassen van de socialistische en christendemocratische partijen moesten storten. In 1974 kwam naar aanleiding van steekpenningen van oliemaatschappijen voor politici een strengere wet op de financiering van politieke partijen, die nog eens verscherpt werd toen kort daarna ook de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Lockheed smeergelden bleek te hebben betaald. Eind jaren zeventig bleek dat de secretaris van de inmiddels door de Rode Brigades vermoorde christendemocratische politicus Moro, gewoon was smeergelden te innen.

De lijst van schandalen kent geen einde - in de jaren tachtig ging het verder met zaken als "de gouden gevangenissen', zo genoemd omdat de smeergelden de bouw zeer kostbaar hadden gemaakt. Een enkele keer is zelfs een vooraanstaande politicus gestraft. Zo kon men onlangs de voormalige sociaal-democratische partijsecretaris Longo de gevangenis zien verlaten om zich in het kader van zijn reclassering overdag bezig te gaan houden met drugsverslaafden, hetzelfde werk dat ook voormalige terroristen van de Rode Brigades mogen doen als zij zich netjes gedragen.

De steekpenningen voor politici waarover de laatste tijd zoveel wordt gesproken in Italië, zijn dus niets bijzonders. Ze waren er altijd al. Iedereen kon weten dat de schandalen die boven water kwamen het topje van de ijsberg waren. De smeergelden behoorden bij het systeem waarbij velen parasiteerden op de staatskas. Dat de kosten voor een autoweg met steekpenningen hoger zijn dan zonder smeergeld, deerde niet. Als de staatskas leeg is biedt een nieuwe staatslening uitkomst. Het is een logica die op Sicilië in het ondoordringbare netwerk van mafialeiders en politici tot haar uiterste consequentie is doorgevoerd.

De vraag is waarom juist op dit ogenblik vrijwel dagelijks politici en ondernemers worden gearresteerd wegens nieuw ontdekte smeergeldaffaires. Het is een verschijnsel dat heel Italië iedere dag weer tot verbijstering brengt en waarmee de reputatie van alle politici door het slijk wordt gehaald. Dat kan niet alleen worden verklaard uit het feit dat een dappere rechter in Milaan is begonnen om de corruptie van de socialistische politici in die stad boven water te halen, daarmee de mythe om zeep brengend dat Noord-Italië zich met schone handen onderscheidde van het door smeergelden en afpersing verloederde zuiden. Het doorslaan van zowel ondernemers als politici bij verhoren lijkt ook te maken te hebben met de economische toestand in het land.

Zolang bij smeergeld de betalende en de ontvangende partij beide denken er beter van te worden, is het een gezamelijk belang om te zwijgen. Is er geen sprake meer van een gezamelijk belang, dan vermindert ook de drang om de lippen op elkaar te houden. Mafiosi gaan met de justitie meewerken als ze van hun bendes niets meer te verwachten hebben. De mafia kan een politicus in ruil voor diensten stemmen bezorgen. Vanaf het ogenblik dat de politicus niets meer te bieden heeft, riskeert hij als lastige getuige te worden vermoord.

De corrupte verhoudingen in Italië zijn verstoord omdat de politici tegenover smeergelden minder te bieden hebben dan in het verleden. De torenhoge staatsschuld is een kwestie die opeenvolgende regeringen eindeloos voor zich uit hebben geschoven. Zoals politici voor zichzelf en de partijkassen smeergeld inden, zo hebben ze de staatskas gebruikt om kiezers aan zich te binden. Dat die praktijk desastreus was voor het land, werd onderkend en daar bleef het bij in de hoop dat ieder probleem ten slotte zichzelf oplost.

Toen Italië in 1979 tot het Europese monetaire stelsel (EMS) toetrad, hadden sommigen de hoop dat dit het land tot een financiële discipline kon dwingen. Het was vergeefse hoop en de waarde van de lire moest herhaaldelijk binnen het stelsel naar beneden worden bijgesteld. De eisen van een Europese monetaire unie hebben Italië opnieuw onder druk gezet om te veranderen. Die noodzaak is nog eens dramatisch onderstreept toen de regering vorige maand gedwongen was met de lire uit het EMS te treden.

De druk om financieel orde op zaken te stellen betekent een aantasting van het cliëntelisme (politici die gunsten uitdelen in ruil voor kiezersstemmen). Tegelijkertijd is er voor corrupte ondernemers minder reden om te vertrouwen dat politici hen aan opdrachten kunnen helpen. Er is minder aanleiding om elkaar de hand boven het hoofd te houden en Italië barst nu uit zijn voegen van de schandalen.

Teleurgestelde voormalige communisten roepen dat ze hun partijcontributie terug willen, politici worden uitgescholden en protestbewegingen floreren. De Lega Nord behaalt electorale successen met een verhaal over schone noordelijke handen, noodzakelijke afscheiding van het zuiden en scheldpartijen tegen fiscus en staatsleningen, maar biedt geen uitzicht op serieuze hervormingen. Pogingen om met een nieuwe democratische alliantie de macht van de traditionele partijen te breken, lijden onder het feit dat een te heterogene aanhang wordt gezocht: van opstandige christen-democraten tot republikeinen, binnen hun partij slaags geraakte socialisten en voormalige communisten die nooit in een landelijke regering hebben gezeten en zichzelf daarom minder besmet vinden dan de anderen.

Wie zijn hoop op politieke vernieuwing heeft gesteld wordt bovendien somber als hij de ongegeneerde manier ziet waarop oude partijbonzen hun posities verdedigen. De socialistische partijsecretaris Craxi is de grofste. Die verklaart openlijk dat politici die smeergelden hebben geïncasseerd en dat geld vervolgens in de kas van hun partij hebben gestort, niet vervolgd dienen te worden omdat die praktijk, hoewel in strijd met de wet, algemeen gebruik was. De christen-democraat De Mita, typisch vertegenwoordiger van het regime waar veel Italianen duidelijk de buik van vol hebben, is (met steun van de PdS, de voormalige communistische partij) tot voorzitter gekozen van de parlementaire commissie die hervormingen van het kiesstelsel voorbereidt. Hij maakt er geen geheim van dat hij alles wil doen om de protestbeweging die via referendums het stelsel zo wil veranderen dat de mogelijkheden voor corruptie verminderen, de voet dwars te zetten.

De oude christen-democratische rot Andreotti kwam onlangs spottend met het voorstel om de vernieuwing van zijn eigen partijbestuur te completeren met een voorzitterschap van Cossiga, de ex-president die berucht is geworden om zijn uithalen naar politici. Argument van Andreotti was dat Cossiga iemand is die dezelfde taal spreekt als de leider van Lega Nord, Bossi, en dus met zijn geschreeuw stemmen naar de christen-democraten zou kunnen terughalen. Noorditaliaanse christendemocraten zijn geobsedeerd door het verlies van kiezers aan de Lega Nord.

Gebrek aan perspectief bij de crisis is niet alleen een zorg voor Italianen. Voor de rest van Europa is instabiliteit in de onderbuik, vlak naast de vechtende partijen van het voormalige Joegoslavië, ook een probleem. Italië heeft in het noorden één van de belangrijkste industriegebieden van Europa. Als de ondernemingen daar in een nadelige positie komen tegenover concurrenten in andere EG-landen omdat Italië onmachtig is om de economie te saneren en straks aan een monetaire unie deel te nemen, worden de problemen alleen maar vergroot. Vandaar dat sommige Italiaanse ondernemers, die zich in het publieke debat meestal beperkten tot opmerkingen over de economie, nu ook in het openbaar de corruptie veroordelen en waarschuwen tegen ideeën als van de Lega Nord, die de problemen slechts kunnen vergroten. Ze kunnen dat nu wel gemakkelijk, omdat de kans dat een politicus op dit ogenblik om smeergeld vraagt wel uiterst klein is. Maar ze zijn wel laat. Ze hebben met hun steekpenningen decennia lang opdrachten en winsten binnengehaald. Maar ze hebben daardoor een belangrijke bijdrage geleverd aan de huidige politieke en economische crisis, waardoor ze nu zelf mede lijden.

    • Ben van der Velden