Québec slaapt al lang apart; Canada stemt over de voortzetting van een mislukt huwelijk

Aanstaande maandag houdt Canada een nationaal referendum dat de toekomst van het land zal bepalen. Hoe groot is de kans dat het recalcitrante, Franstalige Québec via een volksraadpleging de status van "distinct society' verwerft? En zal dat op den duur betekenen dat Québec zich losmaakt van het grotendeels Engelstalige Canada? Voor de toch al zwaarbeproefde Canadese economie zou de scheiding dramatisch kunnen zijn, maar de Franstalige chantage is ook onbetaalbaar. Op bezoek bij de Québeccers, de erfgenamen van een onbegrepen cultuurgoed: een volk dat zich iets herinnert.

De Canadese provincie Québec beschouwt zichzelf als een "distinct society', met het recht om de eigen cultuur te beschermen en uit te dragen - en of de rest van Canada dat maandag 26 oktober maar even voor de wet wil bevestigen. Vooral in het westen is de weerzin jegens Québecs eis haast tastbaar. De unie van de tien (in hoge mate autonome) provincies die samen het op één na grootste land ter wereld vormen, staat of valt voor veel Canadezen met het principe dat gelijke monniken gelijke kappen dragen. Waarop de Québeccers, op allerlei goede en minder goede historische gronden, met een citaat van Orwell repliceren: dat allen gelijk zijn, maar sommigen nu eenmaal gelijker que les autres. Een nee tegen de grondwetswijziging maakt het waarschijnlijk dat Québec in '93 of '94 een provinciaal referendum over onafhankelijkheid zal houden dat tot het uiteenvallen van Canada als staatkundige eenheid zou kunnen leiden. Maar zelfs een ja hoeft zo'n volksraadpleging niet per se te voorkomen: sterke nationalistische sentimenten bestaan in Frans-Canada al meer dan twee eeuwen.

Québec, ruwweg vijftig keer zo groot als Nederland, of drie keer zo groot als Frankrijk, herbergt 25 procent van de 28 miljoen koppen tellende Canadese bevolking. De provincie is de enige Franssprekende enclave van betekenis in Noord-Amerika: Frans is de moedertaal van 85 procent van de bevolking, zeven procent spreekt thuis Engels. Behalve de taal is ook de cultuur van de Québeccers veel meer door Frankrijk dan door Groot-Brittannië of de Verenigde Staten beïnvloed. Vooral in de hoofdstad - ook Québec geheten - is dat evident. Het oude, ommuurde deel van de "parel van Frans-Canada' is een aaneenschakeling van goed geconserveerde achttiende-eeuwse gebouwen die in het centrum van Lyon of Bordeaux niet uit de toon zouden vallen. Culinair kent de stad in eigen land geen concurrentie van betekenis. De straatmuzikanten op het roemruchte Terrasse Dufferin, een idyllische promenade van enkele honderden meters langs de majesteitelijke Saint Laurent-rivier, bespelen draailieren en accordeons en zingen nu eens geen Blowing in the Wind maar Franse volksliedjes. De vlag van Québec wappert op tientallen plekken: een wit kruis (symbool van het katholicisme) op een blauwe achtergrond (de kleur van de Franse monarchie), voorzien van Franse leliën. Hier en in Montréal, de enige metropool die de provincie rijk is, meandert elk jaar op 24 juni, de provinciale feestdag, een blauwwitte optocht door de straten, waarin de laatste jaren de leuzen om vrijheid - lees: onafhankelijkheid - steeds verhitter worden gescandeerd.

Québeccers zijn verknocht aan hun gezamenlijke verleden. Ooit heette de provincie Nieuw-Frankrijk, en in de zeventiende eeuw zwol het aantal Franse kolonisten er aan tot ongeveer vijftienduizend. In 1759 veroverden de Engelsen met een sluipaanval de stad Québec (de naam komt uit de taal van de Algonquin-indianen: "Vernauwing in de rivier') en lijfden het hele Franse territorium eromheen in. Om geen haarden van onrust te kweken werd de Franse taal niet taboe verklaard, en het katholicisme, dat in Engeland zelf toentertijd verboden was, evenmin.

De nummerborden in het huidige Québec zijn stuk voor stuk bedrukt met het motto Je Me Souviens ("Ik herinner me'), een frase die naar de collectieve historie en de Britse repressie verwijst. Op de voor- en achterkant van elke Québecse auto wordt de lichtelijk provocerende boodschap door heel Engelstalig Canada verspreid. Nog in de Tweede Wereldoorlog weigerden vele Québeccers om zich als soldaar naar Europa te laten sturen - niet uit angst voor dood of verminking, maar, erger, omdat ze dan aan de zijde van de Britten, hun overwinnaars, zouden moeten vechten.

Primaat

In Canada's overige negen provincies wordt Québec nogal eens gezien als een arrogante dwarsligger. De goodwill jegens de provincie is de afgelopen vijftien jaar zwaar op de proef gesteld. Het is vooral Québecs gehamer op het primaat van de Franse taal dat elders veel bitterheid veroorzaakt. In 1969 werd Canada, door de inspanningen van de toenmalige federale premier Pierre Elliott Trudeau, officieel een tweetalig land. Dat had tot gevolg dat miljoenen verkeersborden en andere openbare mededelingen - in stations, op vliegvelden, op militaire bases, in postkantoren - moesten worden gewijzigd. In provincies als Newfoundland en British Columbia wonen respectievelijk 0,3 en 0,6 % Franstaligen. Maar het ging "om het principe'. Groot was de commotie toen de separatistische Parti Québecois (PQ) in 1976 in de Franstalige provincie aan de macht kwam, en zonder talmen een wet uitvaardigde (Bill 101) die het bedrijfsleven en de middenstand verplichtte zaken te doen in het Frans. Tweetaligheid mocht, louter Frans ook, maar louter Engels werd niet getolereerd. De wet maakte Engelstalige entrepreneurs het leven dusdanig zuur dat veel van hen de wijk namen naar Ontario. Het is mogelijk dat 200.000 ondernemende anglofonen hun geluk ergens anders zijn gaan beproeven sinds de wet is ingevoerd. Dat creëerde weer zoveel spijtoptanten in Québec dat een PQ-voorstel tot het uitroepen van een soevereine staat in een provinciaal referendum in 1980 werd afgestemd: zestig procent tegen, veertig procent voor.

Min of meer in ruil voor deze tegemoetkoming aan de unie-gedachte wilde Québec dat in een nieuwe grondwet, die net in ontwerp was, een bepaling over het unieke karakter van de Franstalige provincie zou worden opgenomen. Québec boycotte de constitutie zolang ze geen wettelijke erkenning als "distinct society' kreeg, compleet met het recht deze te beschermen en te bevorderen. Verder eiste de provincie onder meer het veto-recht over grondwettelijke amendementen. De federale premier Brian Mulroney wist de provinciale regeringsleiders na lang bakkeleien zo ver te krijgen dat ze die eisen beloofden in te willigen. Het verdrag van Meech Lake (zo genoemd naar het conferentieoord waar de politici de zaak beklonken) leek een feit. De premiers moesten hun achterban nog consulteren, daarna stond niets het plaatsen van de handtekeningen in de weg.

Aanprijzingen

Toen beging Québec een historische blunder met een manoeuvre die federalisten het bloed onder de nagels vandaan tergde en politieke commentatoren sprakeloos maakte. De provincie legde een beslissing van het Hooggerechtshof naast zich neer waarin de magistraten bepaalden dat Bill 101 niet strookte met de Canadese wet. Dat is dan jammer voor de Canadese wet, hoonde de Québecse premier Robert Bourassa. En hij introduceerde een nieuwe wet (Bill 178) die bepaalde dat neonreclames en andere openbare aanprijzingen aan de openbare weg in Québec voortaan alleen nog maar Franstalig mochten zijn. In winkels en restaurants waren tweetalige mededelingenborden en menukaarten toegestaan, mits de Engelse tekst in kleinere letters werd weergegeven dan de Franse. Een heuse taalpolitie ziet er op toe dat deze bepalingen worden nageleefd.

""Politiek gezien was Bill 178 een afschuwelijke misser'', zegt Brian Young, hoogleraar geschiedenis aan de Engelstalige McGill-universiteit in Montréal. ""Het vestigde, of bevestigde, in de ogen van de rest van Canada het beeld van een intolerante, egoïstische francofone gemeenschap. Wat behoorlijk bezijden de waarheid is. Vooral Montréal is een dynamische, etnisch rijke stad. Québec als geheel is allerminst een gesloten, verkapt-racistische samenleving. Ik wil graag benadrukken dat ik me, als anglofone tweetalige, hier in Montréal prima kan ontplooien. Ik voel me niet gediscrimineerd of gemarginaliseerd, en dat geldt denk ik voor de andere minderheden ook. Maar sure, ik vind het wel eens jammer dat veel Québeccers kijken naar wat ons scheidt, en niet naar wat ons samenbindt. Hoe dan ook: zonder Bill 178 was het verdrag van Meech Lake volgens plan geratificeerd, had Québec gekregen waar het om had gevraagd - erkenning als "distinct society' - en was er van een schisma in het land geen sprake geweest.''

Die scheuring was echter prompt een feit. Als dit Québecs idee is van een "distinct society', dan moeten we dat vooral niet met onze handtekening bekrachtigen, vond Engelstalig Canada. Premier Gary Filmon van Manitoba en zijn ambtgenoot Clyde Wells van Newfoundland trokken hun steun voor het verdrag in, en daarmee ging het in rook op.

Maar de verongelijktheid bleef niet beperkt tot het anglofone kamp. Veel Québeccers ervoeren het afketsen van Meech Lake als een persoonlijk affront - als het zoveelste voorbeeld van onrecht dat hen was aangedaan. Tien jaar eerder hadden ze immers ja gezegd tegen de federale gedachte door in het referendum van 1980 voor een sterk, verenigd Canada te kiezen; nu zei Canada nee tegen Québec.

Ringbaard

François Gautrin, lid van de Nationale Assemblée (het Québecse parlement) voor de Liberale partij, en mede-verantwoordelijk voor het invoeren van de omstreden taalmaatregelen, wil niet met zoveel woorden zeggen of hij vandaag de dag opnieuw zou stemmen voor Bill 178 - maar tussen de regels door lijkt hij te erkennen dat er fouten zijn gemaakt. ""Ik zou denk ik de lijn van mijn partij volgen'', zegt hij, aan zijn ringbaard pulkend. ""We zullen de wet volgend jaar opnieuw bekijken en er waarschijnlijk wat wijzigingen in aanbrengen - of misschien wel tot afschaffing overgaan.''

Anderen zijn minder verzoenend. François Beaulne, politicus voor de Parti Québecois in de Nationale Assemblée, laat er in zijn kantoor in Montréal geen twijfel over bestaan: ""Engelstalig Canada heeft met het afwijzen van Meech Lake de deur in het gezicht van Québec dichtgesmeten. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met het feit dat Québec een van de twee oprichters is van Canada - en niet zomaar een van de tien provincies.

""Ik ben van mening dat we de Engelstaligen in Québec beter behandelen dan de Franstaligen in de rest van Canada behandeld worden. Samen met New Brunswick zijn wij de enige provincie die de rechten van minderheden in Québec, inclusief die van de anglofonen, hebben erkend. Elders in Canada moeten Franstaligen vechten voor hun eigen scholen. Hier in Montréal zijn vier universiteiten, waarvan twee voor Engelstaligen, en die worden door de regering van Québec flink gesubsidieerd. Het zelfde geldt voor hun ziekenhuizen en hun kinderopvang.''

Brian Young beaamt het, maar ziet toch ook één nadeel aan de royale behandeling: ""De Engelstalige gemeenschap in Québec bevindt zich wat dat betreft between a rock and a hard place. Hoe meer ze zich beklaagt over taalkwesties, hoe meer ze het risico loopt dat de standpunten zich gaan verharden, en dat ze haar privileges uiteindelijk verspeelt.'' En wat betreft Beaulnes andere argument: ""Je kunt moeilijk eeuwigheidswaarde verlenen aan de idee van nationalistische Québeccers dat Canada gesticht is door twee volken, de Britten en de Fransen. Canada vandaag de dag is een multi-culturele gemeenschap met, bijvoorbeeld, een heel grote Aziatische component. Het wordt tijd dat onder ogen te zien.''

Aboriginals

Met het nationale referendum van aanstaande maandag doet de federale regering van de liberaal Brian Mulroney nog één keer een poging het land bijeen te houden. Het voorstel waarvoor de steeds minder populaire premier electorale goedkeuring hoopt te krijgen omvat een aantal punten. Deels is het een echo van het verdrag van Meech Lake: opnieuw is de bepaling opgenomen dat Québec het recht moet hebben de eigen cultuur "te beschermen en uit te dragen'. Verder moeten de kiezers beslissen over een uitbreiding van de historische rechten van de ongeveer 700.000 aboriginals in het land; over een evenwichtiger vertegenwoordiging van de provincies in het nationale parlement; over de samenstelling van het Hooggerechtshof (drie van de negen zetels gaan naar Québec, een situatie die in de praktijk al lang bestond maar die nu een grondwettelijke bekrachtiging kan krijgen); en over de overdracht van taken en verantwoordelijkheden van de federale regering in Ottawa naar de provinciale autoriteiten.

Naar analogie van de ja- en nee-campagnes die onlangs in Frankrijk werden gevoerd in verband met het referendum over een verenigd Europa, trokken de afgelopen weken ook in Canada karavanen van politici en beleidsmakers van oord tot oord om de bevolking met propaganda voor en tegen te bestoken. Enqu^etes tonen aan dat het erom zal spannen.

De voorstanders weten zich verbonden door het doel van een eendrachtig Canada. De refuseniks hebben daarentegen de meest uiteenlopende - en vaak tegengestelde - redenen om nee te stemmen. Zo wil de kleine maar rap groeiende Reform Party, die vooral aanhang wist te kweken in British Columbia en Alberta, dat de tweetaligheid in het land weer wordt afgeschaft. Partijleider Preston Manning: ""De rest van Canada heeft lang genoeg naar Québecs pijpen gedanst.'' Veel Québeccers zijn juist van mening dat ze opnieuw niet de politieke macht krijgen die hen rechtens toekomt. En ze vrezen dat, als de voorstellen worden geratificeerd, Ottawa de komende jaren korte metten zal maken met de politieke wensen van Québec, onder het motto dat de beurt van de Franstalige provincie voorlopig even voorbij is. De separatisten stemmen nee volgens het verdeel- en heersprincipe: het accepteren van de huidige voorstellen zou de kans op afscheiding - op korte termijn althans - verkleinen.

Woedend

Een van de meest uitgesproken spelers aan de "Nee-kant' is oud-premier Pierre Trudeau, door het opinieblad Maclean's ""Canada's most prominent elder statesman'' genoemd. Trudeau heeft zich, niettegenstaande zijn Québecse afkomst, altijd ingespannen voor een verenigd Canada. Nog steeds is dat zijn grootste ideaal - maar niet ten koste van alles. Vorige maand schreef hij in een woedend essay in Maclean's: ""Alle eisen van de Québecse nationalisten komen neer op deze ene eis: blijf ons nieuwe rechten geven en het geld om ze ten uitvoer te brengen, anders vertrekken we. (...) In de rest van Canada zijn er nog goede zielen die deze woedeaanvallen serieus nemen en het losgeld dan maar betalen, uit angst om de laatste kans te verspelen Canada te redden - niet beseffend dat de dorst van de nationalisten nooit gelest kan worden, en dat de afpersing steeds zal worden herhaald, en het losgeld verdubbeld.''

Trudeau vindt het concept van een distinct society alleen al op dialectische gronden een monstrositeit. ""Een gemeenschap kan alleen maar distinct zijn in relatie tot een andere gemeenschap, waardoor die andere gemeenschap het automatisch óók is.''

Een groot deel van de Frans-Canadese bevolking redeneert dat, nu de rechten van verscheidene groeperingen - van vrouwen tot aboriginals - door heel Canada wettelijk erkend worden, ook de rechten van de Québeccers en hun distinct society moeten worden vastgelegd en bekrachtigd. Die lieden vergelijken appelen met peren, schampert Trudeau. ""Hebben die andere groepen soms wetgevende en rechterlijke macht, en hun eigen grondgebied?'' Ook vraagt hij zich af hoe het met de rechten van Engelstalige Québeccers stond toen de provincie bepaalde dat borden aan de openbare weg alleen nog Frans mochten bevatten. ""Toen heette het trots dat de collectieve rechten over individuele rechten hadden gezegevierd'', brieste de ex-premier. ""Je gaat je afvragen hoe Franssprekende minderheden in Québec, zoals Haïtianen, behandeld zullen worden. Kunnen zij hun eigen cultuur beschermen onder de paraplu van de Franssprekende collectiviteit? Of zijn zij uitgesloten van de "unieke cultuur' die Québec zo graag wil bevorderen? Kunnen neo-Canadese Québeccers (immigranten, RvB) hun culturele erfenis en hun oorsprong afzweren om de bescherming van de Franstalige collectiviteit te delen met Québeccers die er al generaties lang wonen? Of hebben we hier te maken met een racistische gril die tweede- en derdeklas burgers maakt van iedereen behalve "oude' Québeccers?''

Trudeaus drift zal de ja- en de nee-stemmers niet tot meer wederzijds begrip hebben bewogen. In de Franstalige pers werd hem verweten Québec een dolkstoot in de rug te hebben verkocht, en premier Brian Mulroney deed de filippica af als ""het bespottelijke gemurmel van een gefrusteerd man''.

Onafhankelijkheid

Wat de uitslag van het referendum ook zijn mag, de eeuwenoude nationalistische gevoelens in Québec laten zich niet zomaar wegmasseren. Het is goed denkbaar dat de PQ na de eerstvolgende provinciale verkiezingen in Québec de macht van de liberalen overneemt, waarop onvermijdelijk een referendum over onafhankelijkheid volgt. ""Waar het uiteindelijk op neerkomt, is dit'', zegt radiojournalist Jocelyn Laberge van de Canadese staatsomroep, een man met priemende bruine ogen, die onophoudelijk Gitanes rookt. ""Wij, de Québeccers, zijn een volk. Waarom hebben we geen land?''

Maar het verlangen van de separatisten naar een Québec Libre stoelt op méér dan Blut und Boden-simplisme. PQ-politicus Beaulne somt met graagte argumenten op die zijn bezoekers ervan moeten overtuigen dat het uitroepen van een soeverein Québec een verstandig besluit zou zijn - ook voor de rest van Canada. ""Beslissingen in dit land worden genomen op basis van mogelijk politiek gewin, niet vanwege economische efficiency. Eén voorbeeld: toen de federale regering een reeks F15-gevechtsvliegtuigen kocht, sleepte Québec het onderhoudscontract in de wacht. Mooi, dat betekende geld en banen. Maar toen voelde Manitoba zich tekortgedaan, waarna hun provinciale regering net zolang gezeurd en gekuipt heeft tot ze het onderhoud van de Air Canada-vloot hadden veiliggesteld. Terwijl alle faciliteiten voor dat onderhoud in Montréal stonden! Dat soort idiotie - ik kan u een hele waslijst geven, en wij hebben ons ook wel aan dat soort staaltjes bezondigd - kost het land elk jaar drie tot vier miljard dollar.''

Een soeverein Québec zou economisch voor beide partijen een stuk beter zijn, meent de parlementariër dan ook. ""Zowel wij als Canada zullen efficiënter kunnen werken. Uiteraard zullen spoorwegen en vliegroutes intact blijven, en het is denkbaar dat we als munteenheid de Canadese dollar zullen adopteren. We worden absoluut geen gezworen vijanden. Integendeel, ik denk dat de relaties zullen opklaren. U moet het zo zien: we hoeven niet met Canada in hetzelfde huis te slapen om het politiek en economisch goed met elkaar te kunnen vinden.'' Hij lacht. ""Een split level-woning is ook heel aardig.''

De taalkwestie zou met de onafhankelijkheid van Québec ook voor eens en altijd kunnen worden begraven. Beaulne: ""Zodra Québec soeverein is, zou dat de noodzaak voor de rest van Canada wegnemen om tegen heug en meug tweetalig te blijven.''

Dat laatste klinkt niet onaannemelijk. Maar economisch zien Brian Mulroney en de Nationale Bank van Canada flinke problemen opdoemen als een soeverein Québec straks ineens een feit zou zijn. Het land heeft al een werkloosheid van ruim elf procent, een zwakke munt die enkele weken geleden het laagste niveau in vier jaar bereikte en een astronomische buitenlandse schuld van bijna 400 miljard dollar (die slechts wordt overtroffen door die van de Verenigde Staten). Mulroney weet zeker dat investeerders de hand op de knip houden bij politieke instabiliteit, en dat kan Canada's problemen alleen maar verergeren.

Maar voorvechters van een ongeschonden, verenigd Canada kregen verleden week een extra sprankje hoop. Het honkbalteam the Blue Jays uit Toronto schopte het tot deelneming aan de Amerikaanse World Series, een prestigieus toernooi waarvoor een Canadees team zich nog nooit eerder had weten te kwalificeren. Het succes van de Jays kan aanstaande maandag de balans best eens doen doorslaan, zo speculeren de federalisten opgewonden, omdat het juiste gevoel van nationale saamhorigheid, godlof, eindelijk onder de Canadezen heeft postgevat.