Multimedia: de belofte van verrijkt communiceren

Multimedia is het nieuwe buzz word in de wereld van uitgevers, computerfabrikanten en televisieproducenten. Voordat de miljardenmarkt zich opent, zullen ze enkele fundamentele obstakels uit de weg moeten ruimen. De belofte van het verrijkte communiceren.

Het bezoek aan het Pavlovsk Paleis in Sint Petersburg begint in de Egytische vestibule. De zon schijnt door de ramen, strijkt over het rijk geornamenteerde plafond en doet het marmer op de vloer glimmen. Nadat de bezoeker bepaalde plekken van wat dichterbij heeft bekeken, is, na beoordeling van de plattegrond, de slaapkamer van de tsaar aan de beurt. In een vitrine staan kostbare snuisterijen, waar niemand aan mag komen. Maar het porceleinen kopje dat de aandacht trekt, draait zich gezeglijk 360 graden om zijn as en als de belangstellende nog niet tevreden is, kantelt het en toont ook onder- en bovenkant.

Het bezoek aan het Pavlovsk Paleis kan worden afgelegd vanuit de luie stoel, want computerfabrikant Apple legde het tot in detail vast op CD-ROM, een compact disc die een enorme hoeveelheid gegevens - tekst, (bewegend) beeld, geluid - voor de computer toegankelijk maakt. De kijker bevredigt zijn nieuwsgierigheid vanaf het beeldscherm, en geeft via een "muis' aan waarnaar zijn interesse uitgaat. De computer doet de rest. Apple toonde het snufje deze maand op een vakbeurs in Wiesbaden, waar het zijn "onvoorwaardelijke betrokkenheid' bij de verdere ontwikkeling van multimedia wilde onderstrepen.

Apple was niet de enige. IBM, 's werelds grootste computerfabrikant, toonde in Wiesbaden dezelfde ambities, evenals Intel, producent van computerchips, en Microsoft, 's werelds grootste fabrikant van computerprogramma's. Maar ook toonaangevende bedrijven uit andere werelden omhelzen multimedia, zoals uitgevers, producenten van consumentenelektronica als Philips en Sony, en fotografiegigant Kodak.

Multimedia, het geïntegreerde interactieve gebruik van tekst, grafische afbeeldingen, foto's, bewegende beelden en geluid - met behulp van computer, televisie, telefoon of combinaties daarvan - moet voor de jaren negentig worden wat tekstverwerkers voor de jaren tachtig en rekenmachientjes voor de jaren zeventig waren. Bedrijfstakken als de uitgeverij, de computerbranche, de consumentenelektronica, opleidingsinstituten - allemaal koesteren ze hooggespannen verwachtingen. Vooral fabrikanten van consumentenelektronica en computers, kampend met stagnerende traditionele markten, zien multimedia als hun redding.

Maar de revolutie laat nog even op zich wachten. Hoewel de ontwikkeling van multimedia in technisch opzicht razendsnel verloopt, kent de massamarkt het fenomeen nog nauwelijks. Voor massa-introductie is immers massaproduktie nodig. En daarvoor moeten nog heel wat moeilijkheden worden opgelost. Technische standaarden ontbreken nog bij voorbeeld. Of beter gezegd: er zijn er zoveel dat eigenlijk niemand precies weet waar hij aan toe is. Voordat gebruikers en informatieleveranciers grootscheeps investeren in de nieuwe technologie, zal duidelijk moeten zijn welke kant het opgaat.

Multimedia is daarom vooral een belofte. Een belofte die volgens de Amerikaanse Information Workstation Group in 1995 uitmondt in een omzet van 31 miljard dollar. Op de begin oktober in Frankfurt afgesloten internationale boekenbeurs waren de verzamelde uitgevers het erover eens dat over vijf jaar de helft van hun miljardenomzet uit multimedia zal komen. Volgens Infotech te Vermont, een leidend marktonderzoeksbureau op het gebied van multimedia, had de markt vorig jaar een omvang van 2,7 miljard dollar.

De doorbraak van multimedia is zeer nabij, zei John Sculley, voorzitter van computerproducent Apple, tijdens de beurs in Wiesbaden. De technologie is nu goed genoeg om een scala aan produkten te introduceren en een winstgevende business op te bouwen. “1993 zal een explosie van activiteiten in multimedia te zien geven, op zakelijke gebied, in onderwijs, in ontspanning.”

Pag 18: Computer of televisie centraal in richtingenstrijd; "Voor het eind van dit jaar zijn er ten minste twintig standaarden'; "Een consument moet zich niet afvragen hóé hij opbelt, maar wé'

Hoezeer fabrikanten van software en hardware - zowel in de sfeer van computers als van consumentenelektronica - ook moeite doen "multimedia' te presenteren als iets volledig nieuws, CD-ROM dateert al van midden jaren tachtig. De aan een microcomputer gekoppelde beeldplaatspeler, die goede diensten bewijst in menig bibliotheek en opleidingsinstituut, is een nog vroeger voorbeeld.

De komst van nieuwe en betere technieken om data te comprimeren en op te slaan (de Encyclopedia Brittanica past op één CD-ROM-schijf) gaf de multimediamarkt in het midden van de jaren tachtig een aanzienlijke stimulans. Op allerlei plaatsen duiken toepassingen op, zoals de interactieve informatiezuilen of "kiosken'. De Zwitserse bank UBS gebruikt een dergelijke kiosk om klanten te informeren over haar produkten, met vrolijke animaties - je ziet het geld in de kluis groeien - en geluidseffecten.

Dit soort apparaten heeft één belangrijk nadeel: de informatie erin is van "gisteren'. Hoe aardig zou het niet zijn als ze konden worden opgenomen in een (telecommunicatie)netwerk, zodat actuele informatie onmiddellijk kan worden toegediend. UBS zou erbij gebaat zijn als de jongste rentestanden in haar systeem konden worden opgenomen.

Het moment waarop dat grootschalig en goedkoop mogelijk wordt, komt naderbij. Sleutel daarvoor is de toenemende digitalisering, het omzetten van informatie in nullen en eentjes, de taal van de computer. Alles wordt digitaal, van televisiebeelden en radiogolven tot telefoonnetten. Digitale signalen zijn beter houdbaar dan analoge, nagenoeg ruisvrij, en laten allerlei signaalbewerkingstechnieken toe (zoals datareductie- en compressie). In combinatie met steeds krachtiger computers zorgt die digitalisering voor ongekende mogelijkheden om gegevens te combineren, te manipuleren en te verzenden.

“Iedereen gaat van analoog naar digitaal”, zegt Apple-voorzitter John Sculley. “Je ziet een naar elkaar groeien van computers, kantoorapparatuur, consumentenelektronica, telecommunicatie, media, enzovoorts.” Apple zal, als logisch uitvloeisel van die ontwikkeling, veranderen van een onderneming die microcomputers maakt tot een multimediabedrijf. “Er komt een heel nieuw soort onderneming”, belooft Sculley. CD-ROM-spelers, essentieel voor veel multimediatoepassingen maar tot nog toe slechts als optie verkrijgbaar, zullen straks standaard worden ingebouwd in computers die gebruikt zullen worden voor de be- en verwerking van beeld, geluid en tekst.

Dat de techniek daadwerkelijk voortschrijdt, toonde Apple in Wiesbaden door een nieuwe CD-ROM-speler te introduceren die tweemaal sneller is dan zijn voorganger. Ook toonde het bedrijf beeldvullende digitale film op het computerscherm, wat met de nu beschikbare multimedia-apparatuur vrijwel ondoenlijk is. Bewegend beeld vergt zoveel capaciteit, dat de digitale filmpjes nu alleen nog hun houterige vertoning (tien beelden per seconde) beleven op een klein stukje van het scherm (120 bij 160 pixels). Maar wie 15.000 dollar over heeft voor wat extra software en hardware, kan volgende maand al 30 beelden per seconde op 320 x 240 pixels vertonen (full screen full motion).

Apple, dat tot voor kort een eigenzinnige koers in de computerwereld volgde, lijkt al zijn kaarten op multimedia te zetten. Het gaat daartoe allerlei samenwerkingsverbanden aan. Met voormalig doodsvijand IBM werd vorig jaar de joint venture Kaleida opgezet, die tot doel heeft gezamenlijke technische standaarden te ontwikkelen voor multimedia-apparatuur en -programmatuur.

Die krachtenbundeling met het oog op de naderende multimediarevolutie is niet alleen zichtbaar in de computerbranche. Fabrikanten van consumentenelektronica doen hetzelfde. Beide kampen zijn ervan overtuigd dat ze een nieuwe massamarkt kunnen aanboren, en dat het daarvoor noodzakelijk is consumenten niet lastig te vallen met ingewikkelde technologie en besturingswijzen. Sculley: “Met multimedia moet het net zo zijn als met telefoons. Een consument moet zich niet afvragen hóé je iemand opbelt, maar wé.”

Het "hoe' moet echter wel worden opgelost door de fabrikanten, en daar voltrekt zich ruwweg de scheiding der geesten. Computerfabrikanten gaan ervan uit dat de computer in de verdere multimedia-ontwikkeling centraal staat, producenten van consumentenelektronica daarentegen zien de televisie als stralend middelpunt.

Vanuit die laatste optiek bracht Philips kort geleden CD-I (interactieve compact disc) op de markt: multimedia voor de computeranalfabeet. Nadat de consument de CD-I-speler heeft aangesloten op zijn eigen tv, kan hij zich verdiepen in de ontwikkeling van de jazz, een rondgang door de Hermitage maken of golf spelen, afhankelijk van de gekozen compact disc. De besturing ervan is kinderlijk eenvoudig; de kijker/gebruiker beweegt daartoe een bolletje op de afstandbediening, dat de cursor op het scherm naar tekst, beeld en geluid naar keuze stuurt.

Pieter Hermans, commercieel directeur van Elektroson uit Liempde, staat enigszins ambivalent tegenover die richtingenstrijd. Aan de ene kant weet hij dat een eenduidige standaard de groei van multimedia enorm kan stimuleren. Aan de andere kant doet zijn bedrijf nu goede zaken doordat zo'n standaard juist ontbreekt; het maakt software die CD-ROM-schijven "leesbaar maakt' voor apparaten met uiteenlopende standaarden.

De vorming van monsterverbonden zal de keuze voor één technische standaard en de opkomst van de massamarkt versnellen, gelooft Hermans. “Philips en Sony hebben verstand van consumentenelektronica en ze hebben de distributiekanalen voor de massaverkoop. Aan de andere kant zie je Microsoft, Apple en IBM samenwerken, en die hebben een enorme technische power. Als ik moet zeggen wie het gaat winnen, dan ben ik bang ..eh.. dat ik het gewoon niet weet.”

Julie Schwerin, directeur van het marktonderzoeksbureau Infotech, gelooft ook dat het samenspannen van de grootmachten uiteindelijk leidt tot een overzichtelijker markt. Maar niet direct. “Er zijn op dit moment twaalf standaarden voor multimedia, en voor het eind van dit jaar zijn het er twintig. Op z'n minst.”

Volgens Schwerin komt de interesse van hardware-producenten voor multimedia grotendeels voort uit de behoefte omzet- en winstgroei te behouden. De resultaten staan, met name in de traditionele computermarkt, door snelle prijsdaling en grote concurrentie ernstig onder druk. "Computeren' is nu nog voorbehouden aan mensen die nuttige informatie aan hun systeem willen toevertrouwen. Om de massa aan de computer te krijgen, zal de apparatuur hen in eenvoudiger ogende vorm moeten worden aangereikt, inclusief aansprekende informatie - literatuur, naslagwerken, spelletjes. Als was het televisie, “maar dan interessanter”.

De partijen op die nieuwe markt kennen alle de geschiedenis van de opkomst van microcomputer en videorecorder. In beide gevallen ontwikkelde de markt hiervoor zich pas echt toen eenduidige standaarden opkwamen en aantrekkelijke gebruiksmogelijkheden werden aangeboden.

Philips heeft hieruit lering getrokken. De onderneming ontwikkelde indertijd Video 2000, welk video-systeem als technisch superieur werd beschouwd. Maar het concern legde het af tegen de Japanse VHS-standaard omdat de Japanners hun systeem aanboden met een veel ruimere selectie videofilms.

Zo'n combinatie van software en hardware is essentieel voor succes op de massamarkt, zo oordelen ook de pleitbezorgers van multimedia. Daarom verkoopt Apple z'n nieuwe CD-ROM-spelers met tien programma's erbij, ontwikkeld in samenwerking met uitgevers. Ook Philips brengt z'n CD-I aan de man, inclusief een aantal onder zijn regie vervaardigde schijfjes.

De optische schijven die uitgevers in samenwerking met de elektronicaproducenten ontwikkelen, kunnen er op zichzelf aan bijdragen dat de markt voor multimedia tot bloei komt. Maar vaak is het zo dat de fabrikant van de apparatuur de technische specificaties voorschrijft die de informatie (alleen) op zijn machines bruikbaar maakt. De computerfabrikanten bewijzen lippendienst aan de noodzaak van een eenduidige standaard - als puntje bij paaltje komt, blijkt iedereen die van zichzelf te bedoelen.

De uitgeverij zit er maar mee. Ze kan kostbare en mogelijk nutteloze bestedingen opschorten in afwachting van die ene standaard, maar dat vertraagt de entree van multimedia en bergt het risico in zich van een achterstand op concurrenten met meer lef. Bovendien oefenen de hardware-producenten stevige druk uit. Veel uitgevers ontberen de vereiste technologische kennis om hun werken in multimedia-vorm te gieten, en daarnaast vormt de distributie van de schijven een probleem.

“Het is heel moeilijk om de plaatjes via hun traditionele afzetkanalen af te zetten”, bevestigt Ron Groot, directeur van Applidata in Nuenen, onderdeel van de Europa's grootste CD-ROM distributeur Euro-CD. “Via een uitgebreid dealer-net worden in Nederland momenteel zo'n duizend plaatjes per maand verkocht.”

Uitgever Dorling Kindersley (DK) heeft het er toch maar op gewaagd. Het Britse bedrijf, met een grote reputatie in de produktie van rijk geïllustreerde educatieve boeken, investeerde zo'n half miljoen pond om een boek over muziekinstrumenten op CD-ROM te zetten. De CD moet 49 pond of 79 dollar opbrengen, beduidend meer dan de 10 pond die DK vraagt voor het 64 pagina's grote boek dat aan de schijf ten grondslag ligt. Maar de hoeveelheid informatie op de schijf is er naar: 2000 pagina's tekst en illustraties van allerlei instrumenten, met geluidsfragmenten. De lezer-kijker-luisteraar kan uit verschillende overzichten een keuze maken: naar muzieksoorten (klassiek, jazz, pop), naar herkomst (Afrikaanse, Amerikaanse, Europese); naar soort instrument (hout, koper, snaar). Instrumenten vallen solo te beluisteren of in orkestverband, de gebruiker kan zelf een orkest samenstellen. Volgens de uitgever zal het schijfje zowel bij particulieren als in het onderwijs in de smaak vallen.

Met de hulp van Apple zal het worden gedistribueerd, want de computerdetaillist is happiger op de verkoop van dit soort artikelen dan muziek- of boekwinkel. Aantrekkelijke winsten verwacht de uitgever voorlopig niet, zegt Paget Hetherington, hoofd verkoop van DK Multimedia. Het aantal geïnstalleerde CD-ROM-spelers in de VS en het VK is voorlopig nog te gering. “Het duurt twee tot drie jaar voordat het zijn geld oplevert”, zegt ze. “Het wachten is op de doorbraak.”

    • Hans Wammes