LEXICON

Lexicon politiek-militair-strategische termen door Kees Nederlof (m.m.v. O. Beeksma, F. A. C. Fuchs, A. P. Venema) 250 blz., geïll., Bohn Stafleu Van Loghem 1992, f 45,-- ISBN 90 313 1487 0

CVSE, WEU, en NAVO: het zijn afkortingen waarbij we ons nog wel iets kunnen voorstellen. Maar wat te denken van COMINT, GRIT, OPCW, SGVN en NSG? Het geheel aan afkortingen dat het veiligheidsjargon overheerst, is wel eens een smakeloze alfabetsoep genoemd. Maar het zijn niet alleen de afkortingen die het veiligheidspolitieke debat vaak ontoegankelijk maken. Zou het begrip "Visegrad-landen' iedereen bekend zijn? Wat wordt nu precies onder een ""negatieve veiligheidsgarantie'' verstaan?

Deze week verscheen de nieuwe editie van het politiek-militair-strategisch lexicon, een boekje dat in 1979 voor het eerst onder auspiciën an de Nederlandse Atlantische Commissie werd gepubliceerd en waarvan vijf jaar later een herziene versie werd uitgebracht. Het boekje voorzag toen in een duidelijke behoefte omdat vele mensen vooral door het kruisrakettendebat in veiligheidspolitiek geïnteresseerd waren geraakt.

Er is nu alle aanleiding voor een gereviseerde editie. De veiligheidspolitieke wereld is immers in de afgelopen jaren sterk veranderd. Het esoterische karakter is echter gebleven. En dat terwijl er meer op het spel is komen te staan. De instabiliteit in Europa neemt toe, de zorg over de toekomst van ons werelddeel dus ook. Het veiligheidspolitieke debat is voor de niet-ingewijden vaak nauwelijks te volgen omdat mensen die zich er dagelijks mee bezighouden in discussies al gauw de alfabetsoep serveren. Probeer maar eens een Kamerdebat over Joegoslavië te volgen.

De verdienste van dit nieuwe lexicon is dat het helpt de kloof tussen specialisten en geïnteresseerde leken te overbruggen. Degene die uit belangstelling de veiligheidspolitiek wil volgen, heeft veel aan dit boek. De grote verdienste is dat uit de baaierd van begrippen, afkortingen en gebeurtenissen een evenwichtige selectie is gemaakt. Natuurlijk valt over elke selectie wat op te merken, zo ook op deze. Zo zou bijvoorbeeld een aparte behandeling van de begrippen "peacekeeping', "peacemaking', "peace-enforcing' en "peacebuilding' het lexicon niet hebben misstaan om de spraakverwarring hierover uit de wereld te helpen.

Anderzijds is de kracht van dit verklarende politiek-militair-strategische woordenboek juist dat de auteur niet getracht heeft elk denkbaar begrip op te nemen. De onderwerpen die zijn geselecteerd, worden in kort bestek en op heldere wijze beschreven. Vooral handig is dat moeilijke termen in een uiteenzetting met een klein pijltje in de tekst zijn aangegeven, zodat de lezer weet dat de verklaring daarvoor weer elders te vinden is.

Nog steeds bevat het lexicon veel onderwerpen uit de zogenaamde spijkerbak, de wapensystemen die de "hardware' van de de machtspolitiek vormen. Er is daarnaast ook ruime aandacht besteed aan de "software" van de internationale betrekkingen. Deze nieuwe versie van het lexicon is derhalve een aanrader voor een ieder die het veiligheidspolitieke debat wil blijven volgen.

    • Joop Veen