In het pak

De wegen van onze taal zijn wonderbaar en zelden geasfalteerd.

Vorige week kwam in deze rubriek een oude man voorbij, waardig in verval. Hij droeg een kostuum.

Nu waarschuwt een dame uit Rotterdam dat een kostuum ten enenmale ongeschikt is om een man waardigheid te verlenen. Zij schrijft: “Een van mijn vriendinnen, wier dochter aankwam met een nieuwe man, zei: nou ja, hij zegt kostuum, maar het is toch een geschikte jongen. In één zin lag hij in de goot! Kostuum zegt men niet, altijd pak.”

Voor alle zekerheid: ik gebruik het woord dame hier zonder sarcasme, deze vrouw draagt een naam uit de beste kringen en de toon van haar brief is aardig.

Mijn taalgevoel wortelt in de jaren '50. Gewone mensen trokken bij bijzondere gelegenheden een pak aan. Boven ons stonden mensen in een kostuum. En dáárboven, geheel aan ons oog onttrokken, blijken dus mensen te hebben gestaan die weer gewoon een pak droegen. Zij konden het zich veroorloven. Met het gemene volk was verwarring uitgesloten, hun zorg gold de parvenu's.

Nee, ik voel me niet ontmaskerd. Mij persoonlijk past een eenvoudige achtergrond uitstekend. Maar ik wil natuurlijk wel begrepen worden. Ik kan niet hebben dat ik een man beschrijf, dat de één dan denkt: hij bedoelt een heer, en de ander: hij bedoelt een patjepeeër.