Imrans rijk loopt van de Kaukasus tot Keulen

MINERALNYE VODI/MOSKOU, 24 OKT. Imran gaat nooit meer alleen op pad. Serjozja is altijd bij hem. Het is een wonderlijke etnische combinatie in dit door nationale frustraties geteisterde rijk: een Rus (Serjozja) die als een knecht dienstbaar is aan een Tsjetsjeen (Imran). Maar dat moge in de ogen van menig trotse Rus dan een ongerijmdheid zijn, het is in de "wilde' fase van het Russische kapitalisme wel een onloochenbare realiteit.

We ontmoeten Imran in een widebody van Aeroflot. Achterin, bij de toiletten, staat de harde kern van het vliegtuig bier te drinken en sigaretten te roken. Het eerste is geoorloofd, het tweede is strikt verboden. Een stewardess komt derhalve op het gezelschap aanstormen. Maar voordat ze er erg in heeft, heeft Imran het varkentje al gewassen. Een biljet van vijfhonderd roebel is voldoende.

Imran is 33 jaar en qua opleiding jurist. Ooit was hij bokser. Aan één oor is hij daarom doof. Nu is hij dik en draagt een blauwe blazer met koperen knopen. Hij is “handelaar in alles”. Vragen? Geen vragen. Het is al duidelijk. Imran is geboren in de Kaukasus, heeft daar onlangs een villa gekocht, maar pendelt hoofdzakelijk tussen zijn firma in Moskou en zijn nieuwe dependance in Bonn.

Hij is een rijk man, materieel zowel als immaterieel. Hij somt me derhalve allereerst z'n autopark op: een grote Mercedes, een kleine Mercedes cabriolet, een Audi 100, een Volvo 740 en een Volkswagen Passat. Zijn onroerend goed strekt zich uit van de Kaukasus via Moskou tot Keulen. Imran kent bovendien de hele wereld. Hij is in Los Angeles geweest en in Seoul. Ter illustratie wenkt hij met een simpel gebaar Serjozja. Sigaretten graag en een vers blikje bier. Serjozja is al weg.

Immaterieel heeft Imran ook geen klagen. Een “fijne Tsjetsjeense vrouw, een prachtige dochter van acht en een vriendin in Bremen, een te gekke blonde hoer met enorme borsten”. Het enige dat hem de laatste tijd verontrust, is dat hij tegenwoordig zo vaak ongevraagd bezoek krijgt van de Omon, de speciale brigades van de binnenlandse strijdkrachten die zich tot taak hebben gesteld de corruptie met harde hand te bestrijden. Laatst was er weer zo'n overval-commando over de vloer. Imran kreeg meteen een revolverloop tegen zijn slaap gedrukt. Geld en goede woorden deden de dreigende storm echter snel overwaaien.

“Goddank” heeft Imran veel vrienden. Zoals de Russische parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov, ook een Tsjetsjeen. De Tsjetsjeense president, generaal Doedajev, allerminst een vriend van Chasboelatov, “respecteert” hij eveneens. Al was het maar om de manier waarop hij Moskouse bankrekeningen voor het goede doel van zijn eigen republiek heeft weten te plunderen. Ex-president Gorbatsjov? “Een groot man”, die het hem mogelijk heeft gemaakt om in de handel een fortuin te maken. Imran zit weliswaar al “tien jaar in de business”, maar sinds 1986 heeft het toch pas echt een vlucht genomen. Alleen president Jeltsin valt nog buiten dit circuit van achtenswaardige relaties. Maar die is dan ook “gek”.

Nu het hem zo voor de wind gaat, is Imran andere uitlaatkleppen aan het zoeken. Hij heeft zich op de sport gestort. In Stavropol heeft hij zojuist de basketbalploeg Meteoor gekocht. “Die club is nu van mij. Een goede ploeg. Ze gaan binnenkort aan een toernooi in LA meedoen. Als ze winnen, krijgen ze de man een Mercedes. Heb ik ze beloofd. Bij een tweede plaats een Volkswagen en bij een derde een Citroën.”

Het bier is op en dus gaan we naar zijn stoel voor in het vliegtuig. Er moet wodka gedronken worden. Nee, geen gewone. Imran drinkt alleen geïmporteerde Romanoff. Een wat sullige zwaar gebrilde Rus die naast ons zit, een historicus die veel blijkt te weten van Paul de Groot en Henk Hoekstra maar weinig van het nieuwe leven in zijn eigen land, ziet het tafereel met verbijstering aan. Wodka hoeft hij niet, waarop Imran hem dwingt westerse limonade te drinken.

Terwijl Imran ondertussen twintig Amerikaanse loten à 25 roebel per stuk koopt, de stewardess duizend roebel in d'r handen drukt en haar het wisselgeld laat, neemt Imran me in vertrouwen. Hij heeft een “verhaal”. Tegen een vergoeding van “fifty-fifty” zal hij alles vertellen. “Het zal in het Westen inslaan als een bom”. Of ik volgende week langskom. Dan richt hij een “gezellige maaltijd” aan met een bonte verzameling “meiden”.

Mijn antwoord wacht hij echter niet af. Plotseling valt Imran in slaap. Serjozja kijkt vanaf het gangpad uiteraard waakzaam toe.

    • Hubert Smeets