"Het was een heel sterke en gevaarlijke liefde'

Dit is het tweede deel van een zesdelige serie over mannen en vrouwen die hun (ex)partner doodden of hiertoe een poging deden. Wat was de eis. Hoe luidde de straf. En waarom deden ze het?

In een vlaag van razernij bracht Julio P. (47 jaar), een Nederlander van Portugese afkomst, zijn vrouw tweeëntwintig messteken toe. De aanklacht luidde: poging tot doodslag. Zelf vroeg hij tijdens zijn proces vijftien jaar, de maximale gevangenisstraf. Hij kreeg er tweeëneenhalf. Binnenkort komt hij vrij.

“Vrij, mevrouw?” zegt hij terwijl wij onder bewaking in een gesloten kamer met een hoog dakraam zitten. “Vrij zal ik nooit meer zijn. Vroeger was ik een echte gentleman, en kijk mij nu. Onverzorgd, ongeschoren, het kan me allemaal niets meer schelen, want het dierbaarste dat ik had ben ik kwijt.

“Wij leerden elkaar kennen in ons vaderland, vijfentwintig jaar geleden nu. We waren verliefd op elkaar, dus zijn we getrouwd. Na de bruiloft maakten we zoveel plezier dat mijn geld er binnen twee maanden doorheen was. Ik ben teruggegaan naar Nederland om werk te zoeken, om een goed leven voor ons op te bouwen. Na een jaar kwam ze over. We huurden een mooi huis buiten de stad, we woonden echt op stand.

“Al snel kwamen er kinderen, een jongen en een meisje. En een gezin kost geld, veel geld, dus ik ging dubbelhard werken. Meestal werkte ik zeven dagen per week, achttien uur per dag. Overdag leidde ik een schoonmaakbedrijf en 's nachts was ik nachtwaker. Wij leefden er goed van, maar op diploma-uitreikingen of toneelavonden vroegen mijn kinderen altijd "Waar is pappa?' Tja, die moest geld verdienen, voor judo, voor karate- en voor balletles, voor ponykamp en tennisles of schoolgeld. Vandaag zie ik in dat dit verkeerd was. Armoede is niet goed. Rijkdom ook niet. Wat dan?

“Ook mijn vrouw houdt van mooie dingen. Zij zag er altijd uit om door een ringetje te halen, een echte sjieke dame. Ik heb altijd de regel gehad: vrouw en kinderen komen eerst. Ik drink niet, ik gok niet en ik haat drugs. Ik leefde en werkte voor hen. In al die jaren dat ik getrouwd was, ben ik maar een paar keer met een andere vrouw geweest. Maar thuis, bij haar en mijn kinderen, daar is de echte liefde. Seksualiteit zonder liefde, dat is iets heel anders. In het begin van ons huwelijk heb ik haar wel eens een paar klappen gegeven, daarna nooit meer. Fouten maken wij tenslotte allemaal.

“Met ups en downs en ruzies zoals in elke relatie, vond ik ons huwelijk een goed huwelijk. Ik weet dat ik een moeilijk karakter heb. Ik ben te emotioneel, te opvliegend. Maar ik zou graag willen dat zij mij vergaf. Vergeten hoeft niet, dat kan ook niet. Maar ik kan haar wel vergeven. Wat? De scheiding die ze opeens aanvroeg.

“Op een dag was er een Portugees festival. Ik houd van Portugal. Van onze cultuur en mentaliteit en van onze liederen - de Fado - dus ik wilde daar naar toe, samen met haar en de kinderen. Maar zij wilde niet. Ik werd kwaad en ik smeet een paar spullen stuk. Drie dagen later vroeg ze een scheiding aan. Ik heb haar nota bene zelf nog naar de advocaat gereden. Na de scheiding zijn we samen met vakantie gegaan. Die advocaat lachte zich suf, gescheiden en samen met vakantie! Er was geen andere man of vrouw in het spel. Zij wilde gewoon niet meer.

“Ik ben weggegaan en ik heb een tijd gezworven voordat ik een appartement vond. Even later begonnen we een relatie, jullie noemen dat een LAT-relatie, geloof ik. Drie keer per week kwam ze bij mij en onze liefde bloeide weer helemaal op, een echte gepassioneerde liefde. “Verschillende keren heb ik gevraagd: "Laat mij terugkomen naar huis, want zo gescheiden van jou en de kinderen, dat is geen leven. Laten wij weer trouwen.' Dat wilde zij ook, zei ze.

“Maar opeens verslechterde onze relatie. Ik merkte dat ze omging met louche figuren uit de onderwereld. En zij was voor mij de belle, de Heilige Maria. Ik werd bang voor haar, voor mijn kinderen. Voor de grap pakte ik op een dag een mes, liep op haar toe en zei: "Als je met een van die kerels naar bed gaat, ben je dood.' Een maand later vertelde zij dat ze me nooit meer wilde zien. Ik smeekte haar om te zeggen of ze iemand anders had. Ze zweeg.

“In een vlaag van razernij heb ik datzelfde mes gepakt en daarmee heb ik haar tweeëntwintig keer gestoken. Met het mes in mijn hand ben ik naar buiten gerend, ik heb bij de buren aangebeld en gezegd: "Bel de politie. Ik heb mijn vrouw vermoord.' Toen de politie kwam, dachten ze dat ik het slachtoffer was, omdat ik onder het bloed zat. "U vergist zich', zei ik. "Ik ben de dader. Het slachtoffer, mijn vrouw, ligt binnen.' Al twijfel ik nu soms wie de dader was en wie het slachtoffer.

“Toen ik werd afgevoerd, dacht ik dat ze dood was. Dat was een hel. Pas later hoorde ik dat ze nog leefde en dat haar toestand stabiel was. Ik was ongelooflijk blij en opgelucht. Op het bureau vroeg de rechercheur die mijn zaak behandelde hoeveel keer ik haar had gestoken. "Vier, hoogstens vijf keer', zei ik. Een tijdje daarna liet de psychiater mij een tekening van haar lichaam zien. Daarop waren tweeëntwintig messteken getekend. Ik kon het niet geloven. Dat kan ik nog steeds niet. Vijf keer ja, maar tweeëntwintig keer! Hoe kan dat nou, ik houd van haar en ik steek haar tweeëntwintig keer?

“Ik besef wat ik heb gedaan, het spijt mij vreselijk en ik schaam mij kapot. Nog steeds, iedere dag en ieder uur. Maar ik heb het gedaan om mijn kinderen te beschermen, want ik ben liever vandaag een moordenaar dan dat mijn kinderen in de onderwereld terechtkomen. En ik heb het gedaan, ik zeg het eerlijk, om mijn vrouw te vermoorden. Op dat moment wilde ik haar ombrengen, want opeens besefte ik hoe ik tot op het allerlaatste moment door haar was gemanipuleerd. Hoe ze mij aan het lijntje had gehouden, mij had gebruikt voor mijn geld en dat zij niet - en misschien wel nooit - echt van mij had gehouden.

“Eén keer heeft ze mij opgezocht in de gevangenis. Door het glas heeft zij haar littekens laten zien. Afschuwelijk, ik heb toen heel hard gehuild. Juist zij, die altijd zo trots was op haar lichaam. En toch, ik vond het ongelooflijk gemeen dat ze dat deed. De rollen waren opeens omgekeerd. Nu was ik opeens de dader, de slechterik; ik heb geen littekens om te tonen.

“Als in Holland de elektrische stoel bestond, had ik die gevraagd. Ik wilde niet meer leven, en eigenlijk wil ik nog steeds dood. Vier keer heb ik geprobeerd om van het dak te springen, maar elke keer werd ik door een bewaarder tegengehouden en in de isoleer gestopt. Nu probeer ik het niet meer, ik ben kalm en rustig nu. Maar die eerste maanden, dat is niet te beschrijven. Opeens zat ik tussen mensen die half gek binnenkomen, die stinken, die onverzorgd zijn en die in drugs doen. Daar hoor ik niet tussen. Ik ben altijd een keurig nette burger geweest.

“Met de gevangenen bemoei ik me weinig. Meestal zit ik in mijn cel en kijk naar de televisie of luister naar de radio. Als ik verdrietig ben, luister ik naar Fado en als ik heel verdrietig ben, zing ik zelf. Ik speel met mijn vogeltjes, die hebben net jongen gekregen, en soms schrijf ik gedichten. Verder doe ik wat mongolenwerk en zet ik diaraampjes in elkaar. Het is saai hier, ongelooflijk saai.

“Ik krijg nooit bezoek. Niet van mijn vrouw, niet van mijn kinderen en ook niet van vrienden, want die had ik niet. Daar had ik geen tijd voor. Toch las ik in het politierapport dat mijn kinderen mij een uitstekende vader vonden. Maar ze zijn groot genoeg om zelf te beslissen. Ik neem het hen niet kwalijk dat ze haar kant hebben gekozen, maar het doet natuurlijk wel ongelooflijk pijn, want ik houd van ze en ik blijf hun vader.

“Als ik vandaag naar huis zou mogen, ga ik onmiddellijk. Maar diep van binnen, in mijn hart en hoofd, vind ik tweeëneenhalf jaar veel te weinig voor wat ik heb gedaan. Mijn daad is heel slecht, in de hele wereld en voor iedere rechtbank, want ik heb mijn eigen vrouw bijna vermoord. Waarom doet een man die zich altijd goed heeft gedragen opeens zoiets? Er wordt in jullie land altijd gezegd dat mannen sterker zijn. Dat is niet waar. Vrouwen zijn sterker, in de geest. Als ze wil kan een vrouw alles van een man gedaan krijgen, die buigt uiteindelijk zijn hoofd.

“Ik houd van seks. Vrijen is voor mij een reden om te leven. Dan toon ik mijn liefde, mijn waardigheid. Maar zij strafte mij door mij dagenlang seks te onthouden. Als zij niet wilde, was ik kwaad en liep ik de volgende dag met een lange sik, dat wel, maar ik heb haar nooit gedwongen.

“Toch is mijn ex-vrouw bang voor mij en daarom krijg ik geen verlof. Binnenkort wordt dat een groot probleem. Dan vraag ik strafonderbreking onder begeleiding aan, omdat het graf van mijn moeder in Portugal wordt opgegraven. Dan worden haar botten naar boven gehaald en opgeruimd. Ik ben enig kind en ik wil niet dat ze op een vuilnisbelt belanden. Dus ik wil daar naar toe; mooi kistje kopen, botten erin en moeder in een mooie lade in de muur. Dan weet ik, mijn moeder is daar, voor mij, in de la. Die laatste eer wil ik haar bewijzen.

“Ik ben blij dat zij is overleden voordat dit gebeurde. Ze heeft mij een keurige opvoeding gegeven, mij principes bijgebracht. Ik ben ook een man van principes, dus ik vergeet nooit wat ik heb gedaan. Ik ben geen echte delinquent, maar zo voelt het wel. Het belangrijkste in mijn leven heb ik verloren: mijn vrouw, mijn kinderen, mijn huis, mijn honden, mijn liefde.

“De sociaal werkster zei een keer tegen mij: "Als het u gelukt was, dan was u van uw probleem af geweest, nietwaar?' Zij heeft gelijk. Het komt allemaal doordat ik zoveel van mijn ex-vrouw hou. Dit was een heel sterke en gevaarlijke liefde. Dat gebeurt maar één keer in je leven. Mijn ex-vrouw weet hoe zielsveel ik van haar hou. Als ze na zes jaar had gezegd dat ze niet meer wilde, okee, maar na twintig jaar! Ik behoor tot een oudere generatie en als je na zo lang opeens wordt verlaten, dat kan niet. Niet zo, niet op die manier.”

    • Alice Fuldauer