Geloof en verzet

In het Zaterdags Bijvoegsel van 3 oktober schrijft Frits Abrahams ("De bittere erfenis van de oorlog') over de verzetsstrijder Gerrit Kleinveld. Laatstgenoemde verklaart daarin: ""De gelovige mensen waren mentaal het zwakst, ze waren in staat je te verraden - wat ik ze niet kwalijk neem.'' Enkele kolommen later verklaart hij: ""Ik ga geen dingen zeggen die ik niet kan verantwoorden.''

De beide citaten zijn met elkaar in flagrante strijd. De geciteerde spreekt op grond van nog geen drie maanden gevangenschap o.a. in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (PDA), een van de minst gevaarlijke Duitse concentratiekampen.

Mijn eigen ervaringen tijdens drie jaar gevangenschap in twee Duitse gevangenissen en zes Duitse concentratiekampen zijn diametraal tegenovergesteld; ik verbleef o.a. in het Oranjehotel Scheveningen, bovengenoemd PDA, Dachau en het infernale Natzweiler.

Gelovige mede-gevangen waren mentaal ijzersterk - velen tot in de dood. Enkele tientallen gevallen heb ik beschreven in mijn boeken "Nacht und Nebel', "Uitzicht' en "Wachter op de Morgen'. Dat gelovige mensen in verband worden gebracht met mogelijk verraad is een ontstellend gemene insinuatie; de beschuldiging van mentale zwakte is uit de lucht gegrepen, minder netjes gezegd: een leugen.

Kleinveld moet zich schamen. En de heer Abrahams had er verstandig aan gedaan een en ander te verifiëren alvorens zich te laten leiden tot publikatie van het bedoelde citaat.