Geloof en verzet (2)

Om persoonlijke redenen interesseer ik mij voor het verzet tijdens de Tweede wereldoorlog. Gerrit Kleinveld ontsnapte zelf uit de dodencel. De KP haalde mijn vader uit de koepelgevangenis in Arnhem tijdens de eerste geslaagde gevangeniskraak van deze organisatie. Ik heb bewondering voor mensen als Kleinveld, maar ik ergerde me aan de generalisatie in de passage: ""De gelovige mensen waren mentaal het zwakst, ze waren in staat je te verraden - wat ik ze niet kwalijk neem.'' Ik vind dat journalist Abrahams hier had moeten doorvragen en relativeren.

Waren de gelovigen als zodanig potentiële verraders? Ongenuanceerd bevat deze uitlating, waarschijnlijk onbedoeld, een belediging aan het adres van alle gelovigen, die in de oorlog hun leven hebben gegeven en van hun nabestaanden. De meeste krantenlezers zijn niet meer in staat te beoordelen of het hier slechts gaat om een op zich zelf staande opmerking van een blijkens de titel verbitterde oud-verzetsman of dat het de toestand in de oorlog juist weergaf. De gelovigen komen er bij dr. L. de Jong beter af, ook al waren er natuurlijk onder hen ook mensen die erg tegenvielen. Jammer dat Kleinveld alleen met de laatsten ervaring had.

Dat het om niet weinig "goede' gelovigen ging, kan men bij dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 7, tweede helft pag. 716 voetnoot 1 lezen. De Jong geeft hier de cijfers van de gevallenen, één op de tien medewerkers, van de grootste verzetsorganisatie tijdens de oorlog in Nederland: De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en de Landelijke Knokploegen. Ik citeer: ""348 katholieken, 613 gereformeerden, 502 hervormden, 87 leden van andere protestantse kerkgenootschappen, 8 leden van Joodse kerkgenootschappen en 111 personen zonder kerkelijke binding.'' Uiteraard zijn er ook vele gelovigen in andere organisaties omgekomen.

Deze cijfers spreken de ongefundeerde generalisatie van Gerrit Kleinveld mijns inziens voldoende tegen.