DE WERELD GAAT AAN VLEES TEN ONDER

Beyond Beef. The Rise and Fall of the Cattle Culture door Jeremy Rifkin 353 blz., Dutton 1992, f 43,90 ISBN 0 525 93420 0

In 1987 stierven in de Verenigde Staten 2,1 miljoen mensen, en daarvan waren 1,5 miljoen gevallen gerelateerd aan eetgewoontes, inclusief de consumptie van dierlijk vet en cholesterol. De kwalen die hierbij spelen, zijn hartaanvallen, darmkanker en beroertes. In een zesjarig onderzoek onder 88.751 vrouwen tussen 30 en 59 jaar bleek dat degenen die dagelijks rood vlees eten tweeënhalf maal zoveel kans hebben op darmkanker als degenen die weinig of geen vlees eten.

Desondanks is Amerika nog steeds het land van de onbegrensde vleescultuur. Er zijn op dit moment één miljard koeien in de wereld, waarvan ongeveer honderd miljoen in de Verenigde Staten rondlopen. Een gemiddelde Amerikaan eet tijdens zijn leven het vlees van zeven 1100-pondsrunderen. Volgens regeringsstatistieken is ongeveer een kwart van de Amerikaanse bevolking dan ook te zwaar.

In Beyond Beef. The Rise and Fall of the Cattle Culture biedt Jeremy Rifkin een blik op de rol van vlees in de menselijke beschaving, en het is geen vrolijke blik. De lezer krijgt een ontluisterend beeld van de vleesindustrie, en van de invloed van de runderfok op de wereldvoedselsituatie en het milieu. Het boek heeft de nodige opschudding in de VS veroorzaakt en een storm van verontwaardigde reacties uit de kringen van grote vleesfabrikanten en -distributeurs. Er werden zelfs speciale "Food Facts Coalition' tegen het boek gevormd en twee grote public-relation-firma's moesten het tegenoffensief vorm geven. Anonieme tegenstanders van Rifkin ondermijnden de promotiecampagne van het boek door foutieve berichten te verspreiden over plaats en tijd van presentaties. De Amerikaanse "cattle-state' Kentucky dreigt Beyond Beef uit alle openbare bibliotheken te weren.

Het is duidelijk: de vleesindustrie en de Amerikaanse regering nemen de auteur, en de organisatie waarvan hij deel uitmaakt, de Beyond Beef Coalition, uiterst serieus. Rifkin is dan ook niet zomaar iemand. Hij publiceerde al twaalf boeken, studeerde economie en internationale betrekkingen, en is directeur van de Foundation on Economic Trends en van de Greenhouse Crisis Foundation. In Washington wordt hij gerekend tot de 150 meest invloedrijke mensen als het gaat om federale politieke programma's.

VEECULTUUR

Zijn verhaal in Beyond Beef is op zichzelf niet nieuw, maar hij vertelt het met de overtuigingskracht van iemand die alle cijfers beheerst en de statistieken uit het hoofd weet. In den beginne was er de vestiging van de veecultuur in Europa door Eurazische nomaden. Dat gebeurde tussen 4400 en 2800 voor Christus en sindsdien maken runderen een onmisbaar bestanddeel uit van het leven in de oude wereld. Rifkin gaat in vogelvlucht langs de Sumeriërs, de Egyptenaren, de Kretenzers en de grottekenaars van Lascaux.

Met de ontdekking en verovering van het Amerikaanse continent kregen de Europese runderen ook in dat deel van de wereld voet aan de grond. Ontsnapte Spaanse langhoorns vermenigvuldigden zich razendsnel in Zuid-Amerika. In de zeventiende eeuw werden de kuddes runderen in Brazilië al met sprinkhanen vergeleken. De plaatselijke bewoners aten weliswaar drie keer per dag vlees, maar dan nog rotte het merendeel weg - alleen de huiden werden immers waardevol geacht.

Via Florida (16de eeuw) en Mexico (18de eeuw) kwam het rundvee naar Noord-Amerika. Het was de groeiende vleesbehoefte van Europa, vooral van Groot-Brittannië, die het exploiteren van de uitgestrekte prairies op gang bracht. Daartoe werden de Indianen die de vlakten bevolkten tezamen met hun belangrijkste voedselbron, de bizon, systematisch verdreven. Bizonschieten werd een volkssport, en de Engelse en Schotse landeigenaren lieten hun vrienden overkomen om mee te doen.

De Indianenstammen hoopten met het ritueel offeren van de laatste bizons het tij te keren. Tevergeefs. Zij kregen reservaten toegewezen en beperkten zich noodgedwongen tot landbouw. De Amerikaanse regering stelde voedselprogramma's op en de Indianen kregen nu gesubsidieerd vlees van de koeien die op hun voormalige jachtgronden graasden.

De aanleg van lange spoorlijnen door de VS vlak na de Burgeroorlog vergemakkelijkte het vervoer van koeien naar de abattoirs in Chicago, St. Louis en de grote steden in het noordoosten. In het midden- en noordwesten werd het land vrij benut door runderfokkers, die er geen been in zagen om ook de Indianenreservaten kaal te grazen. Ondanks herhaalde pogingen om dit misbruik enigszins in banen te leiden, duurde het tot de regering van Franklin Roosevelt voordat in 1934 de Taylor Grazing Act wet werd. Veeboeren moesten voortaan een bedrag betalen voor het gebruik van grasland van de staat (dat ongeveer zestien procent van het oppervlakte van de VS beslaat). Vandaag de dag betaalt een fokker overigens slechts 1,81 dollar per koe per maand voor het graasrecht. Enige jaren geleden is berekend dat een bedrag tussen de 6,40 en 9,50 dollar reëel zou zijn. Het is een van de belangrijkste en doorgaans onopgemerkte vormen van landbouwsubsidie in het land.

VETGEMEST

Tweehonderd jaar geleden was het rundvlees nog vrij mager, maar een van de factoren die dat veranderde was dat in het welvarende Engelse vet een symbool van voorspoed werd. Sinds de vorige eeuw worden koeien systematisch vetgemest met behulp van landbouwoverschotten. Tegenwoordig is een derde van de wereldgraanproduktie bestemd voor veevoer en in de VS is dat percentage zelfs 70 procent.

Het is geen nieuws dat de honger in de wereld zou kunnen worden bestreden met het graan dat nu wordt gebruikt om koeien te spekken. Rifkin gaat echter nog een stap verder. Gezien de schade die de één miljard koeien en hun voorouders hebben aangericht aan ecologische systemen in de wereld spreekt hij onomwonden over ""gehoefde sprinkhanen''. De heilige vleesconsumptie leidt volgens hem tot een wereldwijde en ontzagwekkende bodemerosie, waterschaarste, verdringing van flora en fauna, en verhevigd broeikaseffect.

BEDORVEN

Het trieste bij dit alles is dat het toezicht op de kwaliteit van vleesproduktie bijzonder veel te wensen overlaat. Volgens Rifkin is er wat dat betreft sinds de eeuwwisseling maar weinig veranderd. En hoe het er toentertijd toeging in de slachthuizen is in 1904 beschreven door Upton Sinclair in zijn The Jungle. ""Als het vlees zo bedorven was dat het nergens meer voor kon worden gebruikt,"" noteerde hij, ""werd het ingeblikt of tot worst verwerkt. [...] Soms kwam er uit Europa een afgekeurde partij worst, beschimmeld en wit uitgeslagen - het werd vermengd met borox en glycerine, en in de vleesbakken gekieperd, en zo geschikt gemaakt voor consumptie.''

Er zijn sindsdien heel wat wetten aangenomen en nieuwe schandalen geweest, maar Rifkin, zelf sinds vijftien jaar vegetariër, meent dat Upton Sinclairs beschrijving van de toestand in slachthuizen tegenwoordig zelfs toepasselijker is dan vroeger. Rifkins kritiek richt zich met name op een nieuwe inspectieprogramma dat door het Amerikaanse ministerie van landbouw (USDA) en de grote vleesverwerkende bedrijven wordt gebruikt: het zogenaamde Streamlined Inspection System (SIS). Om de produktie niet te hinderen wordt alleen steekproefsgewijs geïnspecteerd. Een van de betrokken inspecteurs karakteriseerde het als ""een arts die naar drie inwoners kijkt in een dorp met duizend zielen, en omdat de drie gezond zijn de hele gemeenschap gezond verklaart''.

ABCESSEN

Volgens het systeem "onderzoeken' de inspecteurs minder dan één procent van de karkassen in de abattoirs, en dan nog vanachter een ruit op vijf meter afstand. Koppen, nieren en lymfeklieren worden niet van nabij bekeken, tenzij een werknemer zelf de inspecteur erop attent maakt. En bij de meeste bedrijven wordt dat de werknemers niet in dank afgenomen. ""Veel slachthuizen geven er dan ook de voorkeur aan illegale buitenlanders als controleurs aan te stellen'', aldus Rifkin. Een SIS-inspecteur vertelde dat die controleurs ""zo slecht getraind zijn dat ze een infectie pas herkenden als de etter uit de abcessen stroomt''.

De gangbare procedure is dat besmette partijen vee bij aankomst in het slachthuis worden opgesplitst en verdeeld over andere partijen om de inspecteurs te misleiden. Koeien met koorts worden eerst met ijs afgekoeld tot een acceptabele temperatuur alvorens tot consumptievlees te worden verwerkt. Het is zoals het blad Newsweek schreef: je kunt beter een hamburger eten vóórdat je begint dit boek te lezen, want het zal waarschijnlijk je laatste zijn.

Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft na publikatie van Beyond Beef en een tv-programma dat aandacht wijdde aan de toestanden, besloten het SIS-programma per april 1993 af te schaffen. De Senaat moet er echter nog over stemmen en ongetwijfeld zal de rijke vleeslobby alles doen om deze maatregel tegen te houden.

Beyond Beef is nu ook de naam van het mededelingenblad dat de Beyond Beef Coalition in het kielzog van het boek uitgeeft. Het doel van dit internationale campagneplatform is de rundvleesconsumptie in het jaar 2000 te halveren. Rifkin zelf zal de campagne aanvoeren. Het blad Beyond Beef geeft raad en geestelijke bijstand aan mensen die hun sudderlapjes willen afzweren, en is uiteraard gedrukt op recycled papier met inkt op soja-basis.

Jeremy Rifkin houdt zondag 25 oktober een lezing in De Balie te Amsterdam over "Beyond Beef', aanvang 15.00 uur.