DE TRAGISCHE MODERNISERING VAN JOEGOSLAVIË

The Fall of Yugoslavia. The Third Balkan War door Misha Glenny 194 blz., Penguin Books 1992, f 27,95 ISBN 0 14 017288 2

Histoire des Balkans XIVe-XXe siècle door Georges Castellan 533 blz., Fayard 1991, f 75,60 ISBN 2 213 02801 X

Es ist Krieg und wir gehen hin. Bei den jugoslawischen Partisanen door Paul Parin 286 blz., Rohwolt 1991, f 53,20 ISBN 3 87134 029 4

De nationalistische gedachte - het idee dat staatsgrenzen liefst moeten samenvallen met die tussen volkeren, naties of hoe men de etniciteit wil uitdrukken - is nog steeds omgeven met een zekere heiligheid. Hoe valt anders te verklaren dat toen in 1991 twee multinationale constructies - de Sovjet-Unie en Joegoslavië - in elkaar donderden, er in het Westen nauwelijks en dan nog zeer zwakjes protesten weerklonken? Maar heel weinigen geloofden kennelijk dat beide landen in hun multinationale structuur bevredigend gedemocratiseerd en ontwikkeld konden worden.

Voor de Sovjet-Unie was de analyse overheersend dat het "imperiale' karakter van deze staat juist de dictatuur in stand hield. Het imago van de USSR in dit opzicht verschilde in essentie niet veel van het beeld dat West-Europa in de vorige eeuw had van het Ottomaanse rijk, waarvan de rijke en gevarieerde bestuursgeschiedenis op de Balkan tot het begrip "Turkse juk' werd gereduceerd, of van het Oostenrijks-Hongaars imperium, waarvan de multinationale structuur ten tijde van zijn liquidatie in 1918 ook al als "onnatuurlijk' en "uit de tijd' werd ervaren.

Toen Slovenië en Kroatië zich in 1991 eenzijdig onafhankelijk verklaarden van de "Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië' waren er aanvankelijk wat meer bezwaren in het Westen, omdat in de loop der jaren met dit land zeer uitgebreide economische en andere betrekkingen waren aangeknoopt en het Westen derhalve een actieve belangstelling had voor stabiliteit en continuïteit in deze Balkan-staat. Maar binnen een halfjaar legde men zich al neer bij wat kennelijk als een onontkoombare realiteit gezien werd en werd het multinationale Joegoslavië naar het rijk van de geschiedenis verwezen.

Slovenië, dat een mini-bevrijdingsoorlogje tegen het federale leger had gevoerd, werd door de Europese gemeenschap, die waarnemers zond om de aftocht van de federale troepen te organiseren, eigenlijk actief geholpen in het slaken van Joegoslavische banden. Rond de erkenning van Kroatië als onafhankelijke staat ontstond een genant nummertje diplomatiek touwtrekken tussen Duitsland en de rest van de westerse wereld, dat door Duitsland gewonnen werd.

MET DE VUILNISMAN

Haast ongemerkt werd een van de basisprincipes van de Helsinki-akkoorden - de onschendbaarheid van de internationale grenzen in Europa, tenzij bij wederzijdse overeenstemming van de betrokken staten anders is overeengekomen - met de vuilnisman meegegeven. Daarvoor in de plaats kwam een andere, voorheen bij mijn weten onbekende doctrine: dat bij de desintegratie van een multinationale staat de vroegere interne, administratieve grenzen binnen zo'n staat - die tussen de voormalige Sovjet-republieken of de Joegoslavische deelrepublieken bijvoorbeeld - niet met geweld kunnen worden gewijzigd.

Nog geen twee jaar verder zijn we inmiddels, en van de aanvankelijke opgetogenheid in het Westen over de val van het communisme in Oost-Europa is weinig meer over. De golven van nationalisme die door deze regio slaan, brengen steeds meer grote of kleine oorlogen voort en een eind van deze ontwikkeling is niet in zicht.

Misha Glenny constateert aan het eind van zijn Fall of Yugoslavia terecht, dat van een samenhangende doctrine van het Westen ten aanzien van nationalisme en nationalistische oorlogen in Oost-Europa nog niets te merken is. De aanvankelijke hoop, zoals die in de erkenning van Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzegovina tot uitdrukking kwam, dat erkenning van nieuwe staten een Ersatz voor democratisering, ontwikkeling in de richting van markteconomie of in ieder geval maar vrede zou kunnen zijn, kan echter als geheel vervlogen worden beschouwd.

Slovenië lijkt zichzelf door het verbreken van de banden in Joegoslavië de economische das te hebben omgedaan. De erkenning van Kroatië heeft aan de oorlog geen eind gemaakt, maar het bewind in Zagreb eerder de overtuiging gegeven, dat er internationale steun bestaat voor een gewelddadige herovering van de Servische gebieden in de republiek. Bovendien ontwikkelt Kroatië zelf zich in snel tempo tot een autoritair, fascistoïde staatje. Aan het misdadige grenst de politiek van snelle internationale erkenning van Bosnië-Herzegovina, zonder dat daarover tussen de politieke krachten binnen deze republiek consensus bestond: het Westen heeft zich daarmee tot één van de instigatoren van de oorlog in Bosnië-Herzegovina gemaakt.

Glenny's boek is een aantrekkelijke mengvorm tussen reportages uit diverse crisisgebieden en intelligente analyse van de Joegoslavische oorlog. Weliswaar is de verslaggever niet bij alle belangrijke episoden lijfelijk aanwezig geweest, zoals in het geval van de oorlog in Slovenië, omdat de BBC, zijn voornaamste werkgever, iemand anders stuurde, of zoals in het geval van het beleg van Vukovar, omdat hij er, zo bekent hij, niet heen durfde.

Tegenover het gebrek aan fluitende kogels staat veel goede analyse. Want de oorlog in Joegoslavië is, hoe vreemd dat misschien ook moge klinken, ook een intellectueel avontuur. Dat komt niet alleen omdat de diverse nationalisten elkaar te vuur en te zwaard bestrijden, maar overal in ex-Joegoslavië vind of vond je ook mensen die met graagte en veelal ook met brille de situatie analyseerden, vooral in de Servische hoofdstad Belgrado. De aanwezigheid van deze liberale intelligentsia geeft een idee van wat Joegoslavië had kunnen zijn, wanneer de krachten van domheid en geweld aan het bestaan van het land niet een voortijdig einde hadden gemaakt.

EXTREMISME

Eén van de vele ongerijmdheden van deze oorlog is, dat terwijl de massieve inzet van geweld en het politieke extremisme in aanvang vooral uit Servië kwamen, de potentiële slachtoffers van het Servisch nationalisme er alles aan gedaan lijken te hebben, het geweld ook daadwerkelijk te laten losbarsten en te laten escaleren. Glenny besteedt veel aandacht aan de Kroatische nationalisten, die vorig jaar geen gelegenheid voorbij lieten gaan de Servische minderheid in Kroatië duidelijk te maken dat hun rechten met voeten zouden worden getreden, onder andere door massaal ontslag uit overheidsdiensten en ook wel andere banen.

Ook hier heeft de weifelende houding van het Westen veel kwaad gedaan. De door het Westen min of meer erkende overwinning van de Sloveense nationalisten gaf de Kroatische kopstukken de overtuiging dat slechts een openlijk gewapend conflict tot de internationale erkenning van een onafhankelijk Kroatië zou leiden en dat hun doel naderbij zou komen, naarmate de oorlog zou escaleren. Deze Verelendungs-taktiek, waarbij de beschietingen van Dubrovnik goede diensten bewezen, samen met - naar thans duidelijk is - goeddeels in scène gezette "luchtaanvallen' op de Kroatische hoofdstad Zagreb, heeft ook succes gehad.

Het vraagstuk van de Servische minderheid in Kroatië is met dit alles niet opgelost, niet in Zagreb, waar Serviërs zich steeds meer bedreigd voelen, noch in de gebieden waar de VN-troepen zich bevinden, en waar in strijd met de plannen van de VN de Servische vrijwilligers niet zijn ontwapend, noch de Kroatische vluchtelingen teruggekeerd.

Aan beide zijden van de fronten in Kroatië gaat, ondanks die VN-troepen, de "ethnische zuivering' gewoon verder. Voeg hierbij het feit dat Kroatische troepen volop actief zijn bij de oorlogvoering in Bosnië-Herzegovina en daar zelfs een eigen staat hebben uitgeroepen, en men kan zich wel de verwondering van de intelligentsia in Belgrado voorstellen. Dat Servië en Montenegro wél door een internationaal embargo worden getroffen, terwijl de wandaden van Kroatië in deze oorlog kennelijk door het buitenland met de mantel der misplaatste liefde worden bedekt, is voor hun onbegrijpelijk.

Het succes van de Kroatische Verelendungs-taktiek werkt helaas wel aanstekelijk - gezien bijvoorbeeld de recente pogingen van de Bosnische troepen in Sarajevo, het transport van voedsel naar hun "eigen' bevolking zoveel mogelijk te belemmeren of de overtuiging bij sommige Albanese nationalisten in de Servische provincie Kosovo, dat slechts het uitbreken van een oorlog de begeerde onafhankelijkheid naderbij kan brengen.

BAGAGE

In een oorlog waarbij door de strijdende partijen zoveel historische rechtvaardigingen voor hun handelen naar voren worden gebracht, lijkt een goed geschiedenisboek een noodzakelijk onderdeel van de bagage. Elke Franse officier of journalist in Joegoslavië heeft Georges Castellans Histoire des Balkans naast het veldbed liggen. De geschiedenis van de Balkan (niet alleen Joegoslavië) is fascinerend genoeg. De militante en zelfs martiale houding van zoveel Serviërs is zeker moeilijk te begrijpen zonder kennis van hun oorlogen in de negentiende eeuw tegen het Ottomaanse bestuur, en de daarmee verbonden cultus rond wapenbezit en preoccupatie met het autonoom beheer over land. Ook de aanwezigheid van moslems in Bosnië - voor velen in het Westen een exotisch gegeven - is een erfenis van de eeuwen Turks bestuur over de Slavische bevolking, waarbij moet worden aangetekend dat de neiging de moslems in Bosnië als een apart "volk' te beschouwen in feite pas zo'n twintig jaar oud is.

De invalshoek waaronder Castellan de geschiedenis van de Balkan be schrijft, is die van het verval van het Ottomaanse Rijk, en de opkomst van nationale staten als Servië en Griekenland die ervoor in de plaats kwamen. De wording van het Kroatische nationalisme, in de negentiende eeuw ontstaan als een particularistische stroming binnen het Oostenrijks-Hongaarse rijk, blijft daarmee in dit boek wel erg onderbelicht.

Het concept van de nationale staat op de Balkan bewees in de vorige eeuw goede diensten als een strijdmethode, een ideologie waarmee het terugdringen van de Ottomaanse dominantie kon worden gerechtvaardigd en gerealiseerd. Als zodanig heeft het concept goed gefunctioneerd, temeer daar het nationalistische streven bij de westerse publieke opinie op de nodige populariteit kon rekenen.

Maar de gedachte aan nationale zelfbeschikking, nauw vermaagschapt aan het liberale denken in de vorige eeuw, suggereerde en suggereert méér: democratie, markteconomie, sociale dynamiek. En op deze punten hebben de nieuwe staten op de Balkan het er lelijk bij laten zitten. Hun geschiedenis was, tot aan de Tweede Wereldoorlog, een lange aaneenschakeling van staatsgrepen, dictaturen en gewapende conflicten, met af en toe een eilandje van een paar jaar democratie, vrij ondernemerschap of (semi-)vrije verkiezingen. De modernisering of "europeanisering' zoals dat streven in de vorige eeuw wel werd genoemd, vond niet plaats.

Het is opvallend hoezeer in de nationalistische propaganda in de Joegoslavische oorlog nu vormen en gedachten uit het eind van de vorige eeuw nog een rol spelen. De Serviërs in Bosnië bijvoorbeeld stellen - geheel ten onrechte - hun strijd tegen de autoriteiten in Sarajevo graag voor als een kamp van vrije, Servische boeren die hun zelfbeschikkingrecht verdedigen tegen de "moslems' uit de stad, die door de allersimpelste Servische zielen zelfs "Turken' worden genoemd. De Kroatische oorlogspropaganda stelt de eigen oorlogsvoering graag voor als een vrijheidsstrijd tegen het "bolsjevistische', autoritaire, ondemocratische en oneuropese Servië. Maar in beide gevallen gaat achter de schone leuzen slechts een gevechtsstrategie schuil, en lijkt het vrijheidsideaal slechts het excuus voor de vestiging van weer een nieuw autoritair en militaristisch bewind.

PARTISANEN

De huidige oorlogsrealiteit is vér verwijderd van de ervaringen van Paul Parin, een Zwitserse communist van Sloveense oorsprong en oud-Spanjestrijder, die tijdens de Tweede Wereldoorlog met een aantal vrienden afreisde naar Joegoslavië om als arts aan het Montenegrijnse front Tito's partisanen bij te staan. Parin stelde zin wederwaardigheden te boek in Es ist Krieg und wir gehen hin en zijn relaas is fascinerend, maar wel is het jammer dat het meer dan veertig jaar geduurd heeft voordat hij deze herinneringen publiceerde. Nu worden ze gekenmerkt door een grote afstandelijkheid, en soms is het wat onduidelijk of de Zwitserse artsen nu inderdaad zulke vreemdelingen bleven in het partisanenmilieu, of dat er met de jaren bij de auteur een grote behoefte aan het nemen van afstand is ontstaan.

Aanleiding tot het schrijven van Es ist Krieg und wir gehen hin lijkt verontwaardiging over de recente ontwikkelingen in Joegoslavië te zijn geweest. Parin verwijt de Servische president Slobodan Milosevic, ex-communist, op de loop te zijn gegaan met de socialistische idealen van de partisanenbeweging. Hij noemt hem rondweg een "fascist' en van enig begrip voor het "Servische vraagstuk' in Joegoslavië is geen sprake.

Met name indrukwekkend in dit boek is de beschrijving van de zeden in het partisanenleger, die opmerkelijk ascetisch waren. Partisanen van verschillend geslacht die met elkaar de liefde bedreven, zodoende de bevrijdingsstrijd en klassetegenstellingen tijdelijk naar de achtergrond verdrijvend, werden voor een krijgsrechtbank ter dood veroordeeld. Deze ascese, die volgens Parin haar oorsprong vindt in de strenge zeden van de Servische en Montenegrijnse boeren, is ook in Joegoslavië het onderwerp geweest van boeken en films, en van een duidelijke afwijzing, vooral in de steden, het "modernste' deel van de Joegoslavische samenleving.

Aan Zagreb, Sarajevo en Belgrado was, voordat deze oorlog begon, een opvallend hedonisme eigen. Voor velen waren de overal uit de grond gestampte, veelal zeer prachtig en modern ingerichte cafés, met hun bijpassend patroon van vrije omgang nog het duidelijkste teken van de ondergang van het communisme. Vergeleken met de zorgvuldigheid waarmee de Joegoslavische jeugd in de steden zich kleedde naar de voorbeelden in Italiaanse modetijdschriften, kon het straatbeeld in Amsterdam of Parijs niet anders dan als een verzameling boerenpummels worden gekenschetst.

De stedelijke hedonisten van Joegoslavië zijn niet degenen die zich enthousiast voor de strijd aangorden. Toen het Joegoslavische leger vorig jaar reservisten voor de strijd met Vukovar wilde mobiliseren, kwam in Belgrado slechts vijftien procent op. De Kroatische nationalisten besloten vorig jaar herfst mede tot het uitvoeren van gefingeerde luchtaanvallen op Zagreb en het veelvuldig laten loeien van de sirenes, omdat de bevolking van de Kroatische hoofdstad geen enkel enthousiasme aan de dag legde voor de heilige strijd voor het vaderland. In Sarajevo was de situatie niet anders: tot april betoogde de bevolking van de Bosnische hoofdstad massaal tegen het uitbreken van de oorlog en voor het multinationaal harmoniemodel. Er waren Serviërs uit de dorpen aan de ene kant, en onderwereldfiguren en moslem-extremisten uit de Sandzjak (een deel van Servië) aan de andere kant voor nodig om de door de nationalisten zo vurig gewenste oorlog te doen uitbreken.

MICHAEL JACKSON

Een strijd tussen stad en platteland, een strijd tussen de zangers van het volkslied en degenen die met een ginfizz in de hand naar de laatste Michael Jackson willen luisteren - dat zijn slechts enkele begrippenparen waarmee de Joegoslavische burgeroorlog zich misschien op den duur laat verklaren - aannemelijker laat verklaren in ieder geval dan door verouderde begrip voor nationale aspiraties of herleving van oude gedragspatronen. De oorlog in Joegoslavië, zou ik willen opperen, is geen doem of een anachronisme. Het is een drama dat zijn oorzaken heeft in reëel bestaande spanningen van zedelijke, morele, economische en sociale aard in een land waarvan de bevolking zich na enkele decennia "socialisme' nu op de drempel van een nieuwe tijd voelt aangeland, en zich geconfronteerd ziet met de problemen van moderne staats- en maatschappijvorming, waarvoor sinds het eind van het Ottomaans bestuur geen oplossing is gevonden.

Dat is maar een impressie natuurlijk, omdat naar de actuele aanleidingen tot deze oorlog nauwelijks onderzoek is verricht - al helemaal niet onder auspiciën van de diverse nationalisten, die geen kijkje achter de schermen van hun heilig gelijk wensen. Dat ook in het Westen echter geen meer contemporaine kijk op de oorlog bestaat, en de westers-diplomatieke oplossingen zoals die op de conferentie in Genève naar voren worden gebracht toch voornamelijk gebaseerd blijken op misplaatst respect voor nationalistisch particularisme en recht op afscheiding door nationale staten of groepen - zie de Europese voorstellen voor de ethnische opdeling van Bosnië-Herzegovina - is ernstiger. Wie zei ook alweer: ""het leven bestraft degenen die te laat komen''?

    • Raymond V.D. Boogaard