"De koran accepteert de bijbel, andersom is dat niet het geval'; Jan Lammers is doof voor grappen van de achterklap; Morgen is de grote dag, een terugkeer met vraagtekens

De 36-jarige coureur JAN LAMMERS maakt morgen zijn rentree in de hoogste klasse van de autosport, de Formule I. Hij start met een matige March in de Japanse Grand Prix op Suzuka. Een opvallende terugkeer.

Jan Lammers kreeg te lang het etiket Jantje opgeplakt. Want de kleine Zandvoortse krullebol, die maar net boven het stuur kon uitkijken en zo aardig slipte op de gladde baan van zijn leermeester Rob Slotemaker, is natuurlijk niet de Lammers meer van tien jaar geleden. Hij moet dat vaak uitleggen. Het is een tikje vreemd dat een autocoureur die in 1982 de eredivisie vaarwel zei, terugkeert in de Formule I. Hij kon makkelijk praten, jarenlang kreeg hij de kans niet. En dan is het eenvoudig om te verklaren dat hij “alleen maar in de Formule I wil bij een topteam”. Het is het sappelende Britse March-team geworden dat nauwelijks gloriejaren kende en waar Niki Lauda en Ronnie Peterson in een ver verleden het vak leerden.

Dat de ploeg onder leiding van de Nederlandse transportondernemer Henny Vollenberg, zelf ooit amateur-coureur, nog iedere keer is verschenen bij de Grote Prijzen van dit jaar, mag een klein wonder worden genoemd. Lammers: “Ik hoefde niet zo nodig uit mezelf weer in de Formule I. Het kwam op mij af. Vollenberg zocht iemand om af en toe te kunnen testen en vroeg zich af waarom dat dan geen Nederlander kon zijn. Daar zag ik wel wat in en ik bedacht me: waarom zou ik dan niet racen ook?” Hij ging aan het werk, kreeg de sponsoring van acht ton voor twee wedstrijden rond en start morgen in de Grote Prijs van Japan op de ooit door Hans Hugenholtz, oud-directeur van het circuit van Zandvoort, ontworpen piste van Suzuka. Twee weken later volgt Adelaide in Australië. “Als ik deze kans niet had aangegrepen, dan had ik me dat nooit vergeven.”

Lammers is doof voor de grappen die de achterklap maakt over “de rijder die het veld voor zich uitjaagt”. Hij gelooft sterk in zichzelf. “Dit heeft waarde in mijn carrière. Het wereldkampioenschap voor sportwagens, waarvoor ik bij Toyota een contract voor drie jaar afsloot en dat nog tot en met volgend jaar van kracht is, werd na dit jaar geschrapt.” Voor Lammers, die in juli 1982 op Zandvoort voor het laatst een Grand Prix heeft gereden, is het de terugkeer van de verloren zoon. “Ik maak hier op Suzuka veel contact met rijders van vroeger. In dit veld hoor ik natuurlijk al bij de ouderen. Nigel Mansell kwam spontaan op me af, memoreerde dat het een hele poos was geleden.”

De nukkige Britse wereldkampioen kent Lammers uit de tijd dat ze allebei testritten mochten rijden voor het destijds glorieuze Lotus van Colin Chapman. Mansell mocht terugkomen en kon zich na vele jaren bewijzen. Lammers, die de plaats inneemt van Karl Wendlinger, is uiterst nuchter over zijn mogelijkheden. Het grote talent Wendlinger verraste af en toe bij March. De Oostenrijker werd door zijn kwaliteiten en veel geluk vierde in Canada. Hij verliet volgens afspraak de ploeg in september om te gaan testen voor Sauber dat volgend jaar debuteert. De Zwitser Peter Sauber bouwde de succesrijke Mercedes-sportwagens en zijn project zou uitmonden in de nieuwe zilveren pijl, voordat Mercedes besloot om niet terug te komen in de Formule 1.

Lammers testte enkele weken geleden op het circuit van Estoril in Portugal met de voor hem nieuwe March. “Daar was ik niet zo kapot van. Het team was tevreden over mijn rijden, maar ik niet. Ik ben niet bang om hoge eisen te stellen. Maar het was te veel gevraagd om meteen dezelfde prestaties te leveren als een Wendlinger. Ik meen dat het niet te lang mag duren.” De terugkeer van Lammers, die in 1973 debuteerde met een Simca toerwagen op Zandvoort, is die van een andere Lammers. Hij stelt zich graag filosofisch op, werkt hard aan zijn conditie en reageert spanningen af door tekeer te gaan op een drumstel. Lachend: “Ik kan geen noot lezen, maar daar gaat het niet om.”

Hij verrastte door verleden jaar moslim te worden en ziet dat beslist niet als een gril. “Voor het eerst van mijn leven had ik een reden om me aan te sluiten bij een geloof.” Hij trouwde met zijn uit Jemen stammende vriendin Fardous Hashem en daardoor was het noodzakelijk dat hij zich bekeerde. Als hem wordt gevraagd of hij enkele keren daags het hoofd naar Mekka wendt, reageert Lammers verstoord. “Dat gaat niemand iets aan. Dat matje staat tussen jou en God. De koran accepteert de bijbel, andersom is dat niet het geval. Ik hoef echt niets te laten, het is een praktisch geloof. Heel verfrissend, maar al die oude tradities geven vaak negatieve reacties.” Lammers meent dat zijn leven niet ingrijpend is veranderd. “Ik was vanuit mijn aandacht voor filosofische zaken toch al te porren voor die ideeën. Voor mij was het een kleine omschakeling.”

Critici meenden dat hij te lang onder de hoede bleef van zijn mentor Rob Slotemaker, die in september 1979 op Zandvoort verongelukte. “Rob wilde mij eerst nationaal laten rijden. Ik wilde niets liever dan de grens over. Op dat moment was ik erg onrustig. Engeland, met de eenzitters, lokte me.” Slotemaker kende de luxe te beschikken over een uitzonderlijk getalenteerde rijder voor zijn anti-slipschool, wat de promotor ten goede kwam. Hij riep te pas en te onpas dat Lammers de nieuwe wereldkampioen zou worden. Lammers won de Europese Formule III-titel in 1978 en zat een jaar later in de Shadow, een avontuurlijk seizoen met matig materiaal en nauwelijks begeleiding op niveau voor de ambitieuze debutant. Andere teams, eveneens aan de onderkant van de marge, volgden: ATS, Ensign en Theodore. De weg naar boven leek voorgoed afgesloten.

Lammers week uit naar merkenraces met Renault, debuteerde in 1983 in het WK sportwagens met Porsche, maakte in 1985 een omzwerving door Amerika in de Indy Car-klasse. Het verliep niet onaardig maar geldzorgen van zijn team zetten daar een streep onder. Onder de vlag van Jaguar manifesteerde hij zich bij de sportwagens. Hij won in 1988 de befaamde 24-uursrace van Le Mans. Een prestatie die in Nederland vrijwel onopgemerkt verliep - men had het te druk met het EK-voetbal. Zonder wrok: “Dankzij dat Engelse team kwam ik ten minste bij Buckingham Palace op bezoek”. Hij kan goed afstand nemen zijn carrière. “Er zijn dingen niet gegaan zoals het moest. Op de momenten dat het nodig was ging het niet goed genoeg. Ik wil de sponsors niet nawijzen dat ik niet voldoende ben geholpen. En dat je er niet kunt komen omdat je maar een Nederlander bent, is totale onzin. Dat Slotemaker mij niet meteen naar het buitenland liet gaan, daar ben ik achteraf dankbaar voor. De wagens waren toen stukken gevaarlijker. Misschien was ik er dan wel geweest. Ik ben tevreden met wat ik heb bereikt. Er zijn absoluut geen frustraties dat ik nog zo nodig moet.”

Lammers bevindt zich op het laatste keerpunt van zijn loopbaan. Hij mist de erkenning van een volwaardige Grand Prix-coureur is. Als sportwagenrijder had hij een status op wereldniveau. “Dat wil ik hier ook bereiken. Ik denk nog vijf jaar te blijven racen. Over twee jaar wil ik op mijn best zijn.” Morgen is de grote dag voor Lammers. Een terugkeer met vraagtekens. Het blijft ten slotte een mechanische sport en het materiaal van March is lichtjaren verwijderd van de geavanceerde spullen van Williams en McLaren. Hij brandt van verlangen naar de hernieuwde confrontatie. “Als ik me uit de naad rij en allerlaatste word? Nou ja, dan is dat niet anders. Dan ben ik daar nog niet ondersteboven van. Ik weet dat ik het zo goed doe als ik kan. Ik ben ik”, aldus Jan Lammers, filosoof en autocoureur.

    • Rob Wiedenhoff