De geest van 1982...

KOMT ER EEN sociaal akkoord tussen de organisaties van werkgevers, werknemers en eventueel de overheid? De kans op een dergelijke overeenkomst is aanzienlijk toegenomen, nadat eind vorige week een commissie van de Sociaal-Economische Raad overeenstemming wist te bereiken over de ontwikkeling van de Nederlandse economie in het licht van de Europese eenwording. De eindredactie van het lijvige stuk heeft deze week niet tot onvoorziene onenigheid geleid, zodat gisteren een unaniem ontwerp-advies kon worden gepubliceerd. Dit zal volgende maand in een ongetwijfeld opgetogen stemming door de voltallige raad worden vastgesteld. De overlegeconomie die de laatste tijd zo ter discussie stond heeft immers zijn bestaansrecht weer eens bewezen.

De stemming zal zeker nog beter zijn als er dan tevens een sociaal akkoord ligt. De consensus die nu bestaat over de middellange termijn, heeft zo'n akkoord - in eerste instantie bedoeld voor de korte termijn - binnen handbereik gebracht, zo menen alle betrokken partijen. En het moet worden gezegd, de voormannen van werkgevers, werknemers en de politici die er baat bij hebben deden deze week hun uiterste best om het "moois' wat er tussen iedereen aan het groeien is, toch vooral maar niet te verstoren. Zo was daar opeens de sussende mededeling van minister-president Lubbers in het CDA-partijblad dat de aangekondigde nieuwe bezuinigingen nog wel kunnen meevallen. Vooral opmerkelijk omdat Lubbers vorige week in de Tweede Kamer tijdens de algemene beschouwingen over dat punt nog een stuk vager was en in feite niet meer deed dan verwijzen naar de berekeningen van het Centraal Planbureau die op zijn vroegst eind deze maand worden verwacht.

ALS DE FILM over de economische vooruitzichten vanaf de presentatie van de Miljoenennota, half september, nog eens wordt teruggedraaid, ontstaat het volgende beeld: er was allereerst het uiterst voorzichtige optimisme met als belangrijkste mits een gematigde loonontwikkeling, toen kwam drie weken later de onheilsboodschap gevoed door recessie in het buitenland en valutacrisis, en nu is er dan weer dat iets minder zwarte scenario. In de tussentijd zijn de sociale partners elkaar in de SER wel zodanig genaderd dat een akkoord over een gematigde loonontwikkeling en meer werkgelegenheid er eerder wel dan niet in zit.

PvdA-fractievoorzitter Wöltgens herinnerde vorige week tijdens de algemene politieke beschouwingen aan "het cadeau' in de vorm van een sociaal akkoord dat minister-president Lubbers nu bijna tien jaar geleden bij zijn aantreden kreeg aangeboden van werkgevers en werknemers. Het was het najaar van 1982, de werkloosheid steeg met 15.000 personen per maand en er stond een nieuw kabinet in de startblokken dat dreigde met een loonmaatregel. In de Sociaal-Economische Raad waren werkgevers en werknemers het eens geworden over een beleid voor de middellange termijn dat zou moeten bestaan uit loonmatiging, vermindering van het financieringstekort en arbeidsduurverkorting. Dat advies vormde toen de basis voor het befaamde "Stichtingsakkoord'. De overeenkomsten tussen toen en nu zijn frappant. Weer is er de verslechterde economie (zij het onvergelijkbaar met de situatie in 1982), weer is er overeenstemming tussen sociale partners over het beleid op middellange termijn en nog steeds is er Lubbers.

...en de blik op 2000

HET VERSCHIL MET tien jaar geleden is dat de overheid toen nog kon dreigen met een looningreep. Premier Lubbers heeft achteraf toegegeven dat hij eind 1982 blufpoker heeft gespeeld om het sociaal akkoord af te dwingen. “We wisten dat beide partijen doodsbenauwd waren voor een looningreep”, zei hij in 1985. Dit keer was het dreigement aan het adres van werkgevers en werknemers dat het niet bereiken van overeenstemming wel eens het einde van de overlegeconomie zou kunnen betekenen. Dat is, getuige het gisteren gepubliceerde ontwerp-advies van de SER-commissie, het laatste dat sociale partners - de naam zegt het al - willen. “Een effectieve coördinatie van beleidsinspanningen van de overheid en de sociale partners kan een evenwichtige sociaal-economische ontwikkeling bevorderen”, zo wordt in het advies gesteld.

Het is verheugend dat de in de SER vertegenwoordigde partijen ook oog hebben voor de schaduwzijden van de overlegeconomie zoals deze zich in Nederland heeft ontwikkeld en dan ook pleiten voor een "revitalisering'. Te vaak is de laatste jaren onduidelijkheid ontstaan over de legitimiteit, te vaak zijn er vraagtekens gezet bij de doelmatigheid en te vaak waren de onderscheiden verantwoordelijkheden zoek. Zoals ook in het advies wordt opgemerkt vormt handhaving en bevordering van de maatschappelijke stabiliteit een belangrijke overweging om voor de overlegeconomie te kiezen, maar deze stabiliteit mag niet leiden tot immobiliteit.

ALS DE PARTIJEN in hun advies over de Nederlandse economie en Europa pleiten voor zaken als lastenverlichting, evenwichtige economische groei, redelijke inkomensverdeling en een minder hoog financieringstekort, dan is dat gegeven de toegemeten adviesfunctie hun volste recht. Sterker nog: het is als de SER om advies wordt gevraagd hun taak. Maar het gaat de verkeerde kant op als aan die adviesfunctie ook rechten worden ontleend die de organisaties van werkgevers en werknemers niet meer toekomen. Wanneer van die kant wordt gezegd dat de regering bepaalde wetten van tafel moet nemen, dan wel eisen moet inwilligen alvorens in gesprek te raken, dan is er iets fundamenteel mis. Een kabinet dient zijn beleid nu eenmaal af te stemmen met het parlement en niet met de sociale partners.

De komende weken staan zowel de politiek als het georganiseerde bedrijfsleven voor belangrijke afwegingen die in elkaars verlengde liggen. In de politiek zal moeten worden besloten hoe de Miljoenennota aan de veranderde economische omstandigheden dient te worden aangepast. De sociale partners kunnen met een sociaal akkoord hun antwoord geven op de economische verslechtering. Dan kan ook blijken wat nu daadwerkelijk onder een gerevitaliseerde overlegeconomie wordt verstaan.