"DE BV NEDERLAND HEEFT STERK STALINISTISCHE TREKKEN.'

Rick van der Ploeg en de consensus-economie Is de econoom een vijand van het volk? 96 blz., Prometheus 1992, f 19,90 ISBN 90 5333 087 9

Rick van der Ploeg is zesendertig jaar, hoogleraar macro-economie, en hij houdt van spelletjes. Vooral van zijn zelfontworpen test om te kijken wie er een "blanke pit' heeft. Herman Brood, zegt hij, loopt zingend over straat en verliest een biljet van honderd gulden. Een oude zwerver met één been en zonder gebit stopt het biljet in zijn zak. Heeft dit nu slechte, géén of goede gevolgen voor de welvaart van Nederland?

Wie vindt dat dit slechte gevolgen heeft, is volgens Van der Ploeg een onvervalste darwinist die zeker ook meent dat hoe miserabeler de armen eraan toe zijn, des te harder ze hun best zullen doen om hogerop te komen. Kiest u voor de tweede optie, dan heeft verder praten geen zin. Alleen in het derde geval heeft u een blanke pit, een hart voor de zwakkeren. Ten slotte weegt het verlies dat Herman Brood van deze toevallige financiële overdracht heeft, niet op tegen het plezier dat de zwerver eraan beleeft.

Een ironische lach. Van der Ploeg vindt dat iedere econoom een blanke-pit-test zou moeten doen. Dan weet het grote publiek tenminste wat hun politieke voorkeur is. ""Veel economen laten hun politieke prioriteiten stilzwijgend in hun adviezen meespelen. Dat verklaart waarom er zulke babylonische spraakverwarringen in economenland zijn. Te veel economen kletsen maar uit hun nek en slaan in hun analyses vaak de plank mis. Ze maken misbruik van hun hoogleraarsambt en dat is niet zo netjes'', zegt hij. ""Geen wonder dat de econoom als vijand van het volk wordt beschouwd.''

Rick van der Ploeg stelt de zaken graag scherp. Dat doet hij ook in zijn onlangs verschenen boek Is de econoom een vijand van het volk?, een uitgebreide versie van zijn oratie die hij eerder dit jaar in Amsterdam hield. Zijn flamboyante levensstijl en zijn neiging tot provoceren heeft hij meegenomen uit Engeland waar hij bijna de helft van zijn leven doorbracht. Met een Nederlandse vader en een Britse moeder beschouwt hij zichzelf als Anglo-Dutch.

Ooit studeerde hij in Sussex wis- en natuurkunde, maar al gauw boeide de economie hem meer. Tussen zestienjarige bollebozen en in de eenzaamheid van een laboratorium voelde hij zich niet echt thuis. Economie raakte de mensen direct, vond Rick. ""Het leek alsof dat ergens over ging.'' Dus verhuisde hij naar Kings College in Cambridge, promoveerde, kreeg een baan op de prestigieuze London School of Economics, en doceerde vervolgens in Florence, Princeton en Praag.

"SUFFE BOEL'

Na enkele jaren keerde hij terug naar Nederland omdat zijn moeder ernstig ziek was. Als bright young man werd hij aangetrokken door het pas opgerichte Center of Economic Research van de universiteit in Tilburg. Hij werd hoogleraar, timmerde flink aan de weg en haalde tal van gerenommeerde internationale economen naar Nederland toe.

Aanvankelijk vond hij het hier maar een ""suffe boel''. Een echte consensusmaatschappij waarin iedereen voorzichtig langs elkaar heen schuift om conflicten te vermijden. Engeland was heel anders, dat is een confrontatiemaatschappij waar hevige debatten werden gevoerd. ""Nederlanders handelen zoals ze beleggen'', lacht Van der Ploeg. ""Ze investeren hun geld het liefst in obligaties, lekker safe, risico-mijdend.''

We zitten in zijn appartement dat uitkijkt op een Amsterdamse gracht. Hij heeft net zijn zoontje Boris naar Londen teruggebracht voor wie hij één week in de maand zorgt. ""De Nederlandse samenleving is stroperig. Ministers lanceren hier geen maatregelen, maar alleen proefballonnetjes. Allemaal ideeën waar nooit iets mee gebeurt. Niemand heeft hier echt macht. Dat leidt tot verstarring.

""Dat zie je in Engeland niet. Als de minister van financiën met zijn koffertje op de televisie aankondigt dat de btw twee procent omlaag gaat, gáát het ook omlaag. Daar hebben ministers nog daadkracht.''

Of Van der Ploeg daar na het aangekondigde massale ontslag van de mijnwerkers nog zo over denkt? ""Tsja. "Tarzan' Heseltine werd tenminste snel teruggefloten, na een van de levendigste parlementaire debatten die ik ooit heb gezien.''

De jonge hoogleraar zit zelden om tekst verlegen. ""Hij is niet het type econoom dat alleen maar een telraam voor zijn buik heeft hangen'', zei collega-econoom en SER-kroonlid Dick Wolfson vorig jaar over hem. Van der Ploeg schrijft columns in dag- en weekbladen en mengt zich in allerhande discussies, zoals die over het PvdA-rapport Niemand aan de kant over de toekomst van de verzorgingsstaat, waar hij als lid van de commissie-Wolfson aan meewerkte. Sinds kort neemt hij ook deel aan het European Unemployment Program van de EG.

TIRADE

Anderhalf jaar geleden kwam zijn eerste Nederlandse boek uit De economie heeft geen ziel, een bundeling verhalen over onderwijs, de mislukte sanering door de kabinetten-Lubbers en de "homo economicus'. Zijn nieuwe werk is een tirade tegen de macht van belangengroepen in Nederland.

""Iedereen moet in dit land altijd aan bod komen. Niemand mag vooruit gaan tenzij de rest ook vooruit gaat. Dat is hell. Dat verklaart het enorme cijferfetisjisme onder economen en politici in Den Haag. Al die rekensommen over inkomens en voorspellingen over economische ontwikkelingen zijn een substituut voor ècht nadenken. Neem de btw-verlaging. De effecten daarvan zijn bijna onmogenlijk te voorspellen want je weet niet wat de dollar doet, hoe de uitvoer loopt. Modellen moet je alleen gebruiken om de richting van beleid aan te geven. In Nederland wordt echter alle energie besteed aan het maken van mechanische berekeningen, zonder dat men één stap durft te wagen.''

Dat is niet de fout van het Centraal Planbureau, meent Van der Ploeg. De politici werpen zich op de modellen van het CBS alsof het om het orakel van Delphi gaat, in plaats dat ze het heft in eigen hand nemen.

Van der Ploeg gruwt van de invloed van de duizenden lobbygroepen, die ""soms ook nog gesubsidieerd'', in Den Haag krioelen. ""Nederland wemelt van de kartels van taxichauffeurs, aannemers, notarissen, medisch specialisten, fietsenmakers. Wat doet de overheid? Ze deelt alleen vestigingsvergunningen uit aan de happy few, een vrijbrief om monopoliewinsten te maken. Als econoom protesteer ik daartegen. Er is geen land waar zoveel prijsafspraken gemaakt worden als in Nederland. Alsof we in Madurodam leven en liever niet te veel concurrentie willen.''

Je zult nu maar afstuderen als fysiotherapeut. Dan ben je goed de sigaar, betoogt de jonge hoogleraar. Je collega's die een paar jaar eerder zijn afgestudeerd, hebben voor niets een vergunning gekregen om zich te vestigen. Nu er een overschot aan therapeuten is, kan je zelf niet meer beginnen. ""De overheid beschermt de zittende generatie ten koste van nieuwe generaties. Dat is knap asociaal. Het gevolg is dat Jan met de pet veel te hoge prijzen betaalt voor taxiritjes en de dierenarts.''

OPVALLEND STIL

Het wordt hoog tijd dat de politieke partijen zich eens sterk maken voor het doorbreken van die kartels. Van der Ploeg: ""VVD-ers zouden moeten weten hoe de markt werkt, maar het lijkt wel of hun tongen zijn afgesneden. Het CDA is natuurlijk de grootste bewaker van het maatschappelijke middenveld, vooral van de gezondheidszorg. Daar hoeven we ook niet veel van te verwachten. En de PvdA en Groen Links? Bij die partijen staat het woord "markt' nog maar net in het woordenboek.

""Gek genoeg kan de markt juist de ideale partner van de sociaal-democratie zijn. Het breken van kartels levert meer werkgelegenheid op en de prijzen zullen dalen. De PvdA heeft een groter belang bij het opheffen van kartels dan ze zelf beseft. Nu kan alleen de Europese Gemeenschap onze kartels openbreken. Eigenlijk is het een schande dat een land, dat zichzelf prijst zo Europagezind te zijn, door de EG hiertoe gedwongen moet worden.''

Een andere typisch Nederlandse praktijk die hem hoog zit, is het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten. ""Ook bij de CAO's is sprake van kartelvorming, wettelijk bepaald nog wel. De situatie is absurd want het loon wordt door insiders - vakbonden en werkgevers - in een bepaalde industrie opgelegd aan àlle bedrijven in die bedrijfstak. In het bankwezen bijvoorbeeld is maar zo'n acht procent van de werknemers lid van een vakbond en toch geldt de CAO voor alle banken.''

De outsiders, zoals de langdurig werklozen, zijn de pineut, want zij kunnen door zulke praktijken niet meer aan de slag komen, meent Van der Ploeg. Ze mogen hun diensten immers niet voor een lager loon dan het gangbare aanbieden. ""Als de overheid werkelijk zou kiezen voor "werk boven inkomen' dan schaft men het verbindend verklaren van CAO's zo snel mogelijk af.''

""Hebben CAO's juist niet tot stabiele arbeidsverhoudingen geleid, werpt men mij dan voor de voeten. Dan zeg ik: wat bedoel je? Wil je een centraal georganiseerde lethargische economie of een snelle, dynamische markteconomie? De BV Nederland heeft sterk stalinistische trekken. Als econoom zeg ik: dat is niet altijd in het algemeen belang.''

REVOLUTIE

Van der Ploeg vindt het de taak van economen te wijzen op machtsmisbruik. ""Een heleboel markten in Nederland falen. Ze werken niet efficiënt. Daar moet de overheid doorheen breken.'' De kunst is rechtvaardigheid te koppelen aan doelmatigheid, meent hij. ""Nederlanders kopen meer academische boeken en tijdschriften dan menig ander volk. Waarom? Omdat vakliteratuur aftrekbaar is voor de belastingen. Nederland stikt van de subsidies! Dat beïnvloedt gedrag. Dat geldt ook voor de aftrek van hypotheekrente. Waarom kunnen die voorzieningen niet worden afgeschaft? Dan kan het marginale belastingtarief omlaag. Maar ik zie het al gebeuren. Dat ontketent een revolutie.''

Het is een belangrijke taak van de overheid om te herverdelen en dat kan veel efficiënter gebeuren, meent Van der Ploeg. ""Een voorbeeld van een in opzet doelmatige en toch rechtvaardige regeling is de individuele huursubsidie. Maar de werkwijze in de praktijk van de Gemeentelijke Dienst Huisvesting in Amsterdam is inefficiënt en werkt scheve inkomensverhoudingen in de hand. Heb je eenmaal een etage van driehonderd gulden aan een gracht, dan wordt je salaris nooit meer getoetst aan de huur, ook al is de marktprijs in de tussentijd opgelopen tot 2500 gulden. Een heleboel studenten zijn yuppies geworden, hebben een goede baan, zijn vaak tweeverdiener, en betalen nog steeds een paar honderd gulden huur per maand. Terwijl lagere inkomens om woonruimte staan te dringen. Dat is schandalig.''

In dit verband wil Van der Ploeg een misvatting rechtzetten. Veel economen gaan er vanuit dat de economie beter groeit bij een meer scheve inkomensverdeling. Dit is een canard, zegt hij. ""Efficiënte herverdeling is goed voor economische groei. Een recent eigen onderzoek naar de inkomensverhouding in 150 democratische landen leert dat een gelijke inkomensverdeling leidt tot hogere groei en lage inflatie. Hoe je dat bereikt, is een vraag die in Nederland te weinig wordt gesteld, maar het raakt het hart van de moderne staathuishoudkunde.''

Rick van der Ploeg onderbreekt zichzelf. Hij moet zich haasten, het is tijd voor de Volksuniversiteit. De hoogleraar volgt daar in de avonduren een cursus kunstgeschiedenis en psychologie. Hij wil zich breder oriënteren, weten wat er elders in de samenleving aan de hand is. ""Wat me opvalt, is dat mensen er heel gemotiveerd zijn. Ze werken er harder dan op de universiteit.''

    • Michèle de Waard