Canadezen blijven moeizaam zoeken naar een modus vivendi

Een golf van verontwaardiging sloeg vorig weekeinde over Canada. Bij het plechtige begin van de World Series, de finales om het Noordamerikaanse honkbalkampioenschap in Atlanta, waarvoor zich voor het eerst ook het team van Toronto had geplaatst, kwam een Amerikaanse marinekapel het stadion binnenmarcheren met een grote Canadese vlag, die echter in een moment van onoplettendheid op zijn kop was gehangen. Veel Canadezen voelden zich diep gekrenkt dat juist de Amerikanen deze fout maakten, die immers vanouds een bijna mystieke band met hun eigen Stars and Stripes hebben. Prompt schaften duizenden Canadezen zich een Amerikaanse vlag aan om die ook ondersteboven ten toon te spreiden bij de thuiswedstrijd van de Toronto Blue Jays.

De plotselinge aanhankelijkheid aan de eigen vlag en het eigen land vormt een vreemd contrast met de grote interne verdeeldheid, waarmee de Canadezen al tien jaar worstelen. Sinds 1982 proberen ze vergeefs een nieuwe grondwet te ontwerpen, die een modus vivendi biedt voor alle bevolkingsgroepen in het land.

Maandag mogen 18 miljoen kiezers in een nationaal referendum hun mening geven over het jongste constitutionele akkoord dat de politieke leiders van het land enkele maanden geleden hebben uitgedokterd. De opiniepeilingen voorspellen dat nationaal gezien slechts een minderheid het akkoord zal goedkeuren. Zelfs al zou een meerderheid van de Canadezen dit wel doen, dan nog lijkt het akkoord ten dode opgeschreven, want een afwijzing door slechts één van de tien provincies kan het compromis al de nekslag toedienen. Vooral in Québec en British Columbia lijkt dat laatste waarschijnlijk.

Het zag er aanvankelijk zo rooskleurig uit, toen de provinciale premiers en de federale regering het op 28 augustus in de plaats Charlottetown op Prince Edward Island eens werden over een reeks constitutionele aanpassingen die voor elk wat wils bevatten. De als enige in meerderheid Franstalige provincie Québec kreeg haar lang gewenste grondwettelijke status als "afzonderlijke samenleving'. Vooral op aandringen van de westelijke provincies werd besloten de Senaat, die altijd uit louter benoemde leden bestond, direct te laten kiezen. Elke provincie zou, net als in de Verenigde Staten, evenveel zetels in de Senaat krijgen. Ter compensatie zou worden vastgelegd dat het aandeel van Québec en Ontario, die nu in de Senaat elk een kwart van de zetels bekleden, in het Huis van Afgevaardigden extra zetels krijgen. De oorspronkelijke Indiaanse bevolking kreeg het grondwettelijke recht op zelfbestuur. Ten slotte werd nog afgesproken dat een aanzienlijk deel van de bevoegdheden van de federale regering zou worden overgeheveld naar de provincies.

De federale regering van premier Brian Mulroney besloot dit akkoord vervolgens aan de hele bevolking voor te leggen. Hoewel het referendum formeel niet bindend is, wordt de uitslag bepalend geacht voor het lot van het constitutionele vergelijk tussen de provincies in Canada.

De leiders van de meeste grote politieke partijen in Canada waren voorstanders van het akkoord, maar evenals in Europa is dat dezer dagen bepaald geen garantie voor succes. Al spoedig diende er zich een bont gekleurde coalitie aan van groepen, die om uiteenlopende redenen geen heil zagen in het vergelijk.

Vanaf het begin was er rekening mee gehouden dat het akkoord in Québec op een kille ontvangst kon rekenen. De zeer nationalistische Parti Québecois, die in de oppositie al lange tijd campagne voert voor een onafhankelijk Québec, wees het akkoord geheel van de hand. Datzelfde deed ook, zij het om diametraal tegengestelde redenen, de Gelijkheidspartij van de Engelstalige minderheid in Québec: deze was van mening dat het akkoord de rechten van de Engelstaligen onvoldoende beschermde. De tegenstanders van het akkoord maakten dankbaar gebruik van het feit dat er een bandje met een telefonische conversatie uitlekte tussen twee medewerkers van de Liberale premier van Québec, Robert Bourassa. Daarin bespraken ze hoe Bourassa tijdens de langdurige onderhandelingen van deze zomer door de knieën was gegaan en hoe Québec was vernederd. Zie je wel, hoonde de oppositie eensgezind, onze belangen zijn verkwanseld.

Het verzet tegen het akkoord bleef echter niet tot Québec beperkt. Ook in de westelijke provincie Alberta kwam er onder conservatieve leiding een krachtige beweging tegen het akkoord op gang. Zo mogelijk nog negatiever werd de overeenkomst in British Columbia in het uiterste westen van Canada, beoordeeld. Deze provincie, die door de Rocky Mountains van de rest van het land is gescheiden, voelt zich niet bijster sterk verbonden met de rest van het land. Ze kijkt veel meer naar het zuiden, naar de Amerikaanse staat Washington, en naar Azië (waarheen al 40 procent van de export van British Columbia gaat) dan naar het oosten. Velen in British Columbia zijn allerminst van plan concessies te doen aan de Franstaligen in het verre Québec.

Een andere, nog altijd invloedrijke figuur binnen de oppositiebeweging is oud-premier Pierre Trudeau. Deze is van mening dat het akkoord veel te veel tegemoet komt aan allerlei deelbelangen en te veel macht ontneemt aan de federale regering in Ottawa, waardoor die niet goed meer kan functioneren. Ten slotte zijn er nog tal van belangengroepen zoals feministische en milieu-organisaties die het akkoord verwerpen.

Veel Canadezen willen - en dat is langzamerhand ook een vertrouwd verschijnsel geworden bij referenda in Europa - bij de volksraadpleging van maandag hun ongenoegen uiten over het beleid van de regering van Mulroney, onder wiens tweede ambtstermijn Canada is beland in de diepste economische recessie sinds de jaren dertig. De werkloosheid in het land bedraagt nu een ongekende 11 procent. Het is intussen al weer enkele jaren geleden dat Mulroney's populariteit bij de Canadezen zelfs maar boven 20 procent uitsteeg. Na een afwijzing van deze nieuwe poging om Canada eindelijk een eigen grondwet te geven, in plaats van de oude uit de Britse periode, zal niemand hem nog serieus nemen. Twee jaar geleden zag hij immers ook al een poging om tot een constitutioneel vergelijk - het zogeheten Meech Lake-akkoord - mislukken.

Wat er na een afwijzing van het akkoord van Charlottetown met Canada moet gebeuren is onduidelijk. Dat het land echt uit elkaar valt, lijkt niet waarschijnlijk. Ook de eigenzinnige Québecois beseffen in meerderheid dat er economisch gezien meer na- dan voordelen kleven aan onafhankelijkheid. Het lijkt echter na deze nieuwe poging haast onmogelijk om alle verschillende etnische en culturele groepen met elkaar op één noemer te brengen. “Dit is een land dat buitengewoon moeilijk is te besturen wegens de taalspanningen, zijn enorme geografische afmetingen en zijn geringe bevolking”, verzuchtte Mulroney onlangs.

Wellicht was het beter geweest als de Canadese regering tien jaar geleden niet was begonnen met het toekennen van speciale rechten aan groepen die voor deelbelangen stonden, merkte het Britse blad The Economist een paar weken geleden op. Steeds duidelijker is immers dan men daarmee een doos van Pandora heeft geopend, het begin van een eindeloze reeks jaloezieën over en weer.

    • Floris van Straaten