BIJ DE DOOD VAN EEN NEDERLANDSE GODFATHER

De Dominee. Opkomst en ondergang van mafiabaas Klaas Bruinsma door Bart Middelburg 199 blz., L. J. Veen 1992, f 29,90 ISBN 90 254 0434 0

Als het goed is, zal alle commotie over "de zaak Bruinsma' verbleken bij de stortvloed aan rechtzaken wegens smaad die staat los te barsten. Ten minste, wanneer het zojuist verschenen De Dominee serieus wordt genomen, en daar is alle reden voor. In dit boek beschrijft Parool-journalist Bart Middelburg buitengewoon boeiend en gedetailleerd het criminele wereldje van Klaas Bruinsma, alias "de dominee', de vorig jaar om het leven gebrachte Amsterdamse godfather. Voor Nederlandse maatstaven mag het als uitzonderlijk gelden dat in dit boek (bijna) alle betrokkenen met naam en toenaam worden genoemd. En het valt ten zeerste te betwijfelen of iedereen het even prettig vindt om in een adem genoemd te worden met de als "top-crimineel' omschreven Klaas Bruinsma.

"De dominee' werd op 27 juni 1991 in de vroege ochtenduren voor de bar-disco Juliana's in Amsterdam doodgeschoten. Zijn vermoedelijke moordenaar, de ex-rechercheur Martin H., is onlangs tot acht jaar celstraf veroordeeld. Bruinsma was de zoon van een rijke frisdrank-fabrikant en groeide op in het Gooi. Na een van conflicten aan elkaar hangende opvoeding verruilde hij het vaderlijk nest voor de turbulente wereld van de hoofdstedelijke hasjhandel. Die handel leverde naast de vele risico's ook grote winsten op.

Middelburg beschrijft hoe Bruinsma gaandeweg zijn macht vestigde in de Amsterdamse onderwereld. Als een volleerd manager wist "de Dominee' via het besturen van allerlei "divisies' greep te krijgen op koop, vervoer en handel van de verboden waar. Waar nodig smeerde hij met geld of dreigde met geweld. Al te lastige concurrenten werden uit de weg geruimd. De mega-winsten vonden een goed onderkomen in onroerend goed, luxe jachten en relaties. Ontspanning werd gezocht in luxe bordelen.

De criminele entourage van Bruins-ma omvatte of raakte ten slotte vele soorten mensen en milieus. Beulsknechten die door geweld trage debiteuren tot spoed moesten manen, schietgrage Joegoslaven, hasjhandelaren, gokkers, zakenlieden in onroerend goed, pooiers en pornoboeren, journalisten met boter op hun hoofd (Peter de Vries van Aktueel, Bert Voskuil van Nieuwe Revu), advocaten van kwade zaken (John Engelsma), malafide belastingadviseurs en nog veel meer vogels van vreemd tot bedenkelijk pluimage.

Sommige mensen met wie Bruinsma slechts kortstondig contact heeft gehad worden in dit boek en passant in een dubieus daglicht gezet. Het speciaal ter bestrijding van de Bruins-ma-organisatie in het leven geroepen interregionaal rechercheteam Noord-Holland / Utrecht wordt bijvoorbeeld verregaande incompetentie verweten. De belastingdienst legde Bruinsma onbegrijpelijk milde aanslagen op en de Amsterdamse politie bleek weinig effectief, misschien omdat sleutelfiguren door Bruinsma werden gechanteerd. Alleen voor de bodyguard van Bruinsma, Geurt Roos, reserveert Middelburg een enigszins vriendelijke toon. Maar Roos heeft hem dan ook in vertrouwen genomen. Voor het overige is de toon van De Dominee consequent beschuldigend.

VERADEMING

Het meest opmerkelijke daarbij is, zoals gezegd, het voluit noemen van de namen der betrokkenen. Al zullen weinigen er feitelijk iets mee opschieten, voor mij verhogen al die namen de levendigheid van deze schets van de onderwereld. Na de misdaadverslaggeving slechts te kennen als een aaneenschakeling van Piet S.'en en Martin H.'s, is het een verademing om naast een daad voluit namen als Schneider of Hoogland te lezen. De vraag is echter of zo'n wolk van namen de oningewijde lezer niet afschrikt.

Anderszijds leidt een opsomming van namen tot een honger naar meer. Wie enigszins bekend is met het Nederlandse misdaadwezen zal zich afvragen waarom Ron O. niet wordt genoemd. Over Helmut van der S. had ik graag wat gelezen in verband met de diefstal van schilderijen van Van Gogh. In de misdaadverslaggeving dienaangaande is vaak verwezen naar de moord op Tonny Hijzelendoorn waarvan Martin Hoogland ook wordt verdacht.

Er zijn ook namen die vragen oproepen. Waarom wordt voor de ene getuige van de moord op Bruinsma het doorzichtige pseudoniem "Wunninghof' gebruikt en worden de andere getuigen Johan Verhoek en Koos Reuvers wel voluit genoemd? Omdat zij door anderen tot de naaste concurrenten van Bruinsma worden gerekend en misschien de executie van de dominee bevolen zouden hebben? Waarom geeft Middelburg verkeerde informatie over de schoten die Bruinsma doodden? Eén in het hoofd en drie in de borst, schrijft hij, terwijl het één in de borst en drie door het hoofd waren. Verkeerde bronnen geconsulteerd?

Jammer is ook dat Middelburg blijft vasthouden aan de verkeerde interpretatie van de benaming "sinis-team'. Het team dat op een Haagse bende was gezet had zich vernoemd naar een Griekse struikrover niet naar eventueel "sinistere' zaken.

NIET KRITISCH

Licht storend in De Dominee is bovenal de ronkende ""ik-heb-toch-gelijk-gekregen' toon waarmee Middelburg zijn "ontdekking' van de mafia in Nederland beschrijft. Wat aan de overtuigingskracht van dit boek echter nog ernstiger afbreuk doet, is dat de auteur niet kritisch met zijn bronnen omgaat en zonder onderscheid zijn informanten serieus neemt. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat voormalig body-guard Geurt Roos belang heeft bij een bepaalde weergave van de werkelijkheid. De macabere details rond de moord op wereldkampioen kickboksen Brilleman (die zijn carrière eindigde in een vat cement op de bodem van de Maas) die Middelburg uit de mond van Roos optekent - benen afgezaagd, geslachtsdeel afgesneden - worden door de politie naar het rijk der fabelen verwezen. En de rechercheur uit Amsterdam die niet in het IRT mocht werken, zal over die organisatie weinig goeds zeggen. De "bronnen bij Justitie' die Middelburg aanhaalt, kunnen goed ingevoerd zijn maar moeten toch ook vaak raden naar de gang van zaken.

Nu het kabinet honderden miljoenen extra heeft uitgetrokken voor de bestrijding van de zware en georganiseerde misdaad is het des te belangrijker iets te weten over structuur en werkwijze van "de mafia' in Nederland. In dit opzicht heeft Middelburg mooi werk geleverd. Al is het geen wetenschappelijke studie, met het nog steeds aanbevelenswaardige en wel wetenschappelijke Justitie-rapport Misdaadondernemingen (Van Duyne, 1990) zou ook De Dominee verplichte kost moeten worden bij alle studies rechten en criminologie.

    • Hans Moll