Berlages Plan Zuid gaf Amsterdam klare lijnen

Tentoonstelling: Berlage en Amsterdam Zuid. T/m 21 nov. In: het Gemeentearchief Amsterdam, Amsteldijk 67, Amsterdam. Geopend: ma t/m za 10-16 uur. Prijs catalogus (uitg. 010, 112 blz.) ƒ 39,50.

Congres: Een toekomst voor Berlage's Amsterdam Zuid. 26 oktober in de Rai, Amsterdam. Aanvang 9 uur.

Amsterdam Zuid is een begrip. Voor veel Amsterdammers is het synoniem met kouwe kak, voor veel stedebouwkundigen is het de beste twintigste-eeuwse woonwijk van Nederland. Alleen voor het laatste is H.P. Berlage verantwoordelijk. Plan Zuid is Berlages grootste werk, al zijn de huizen niet door hem ontworpen; slechts de naar hem genoemde brug over is de Amstel van zijn hand.

PLan Zuid was de eerste grote woonwijk in Nederland die door één architect werd ontworpen. Soms krijgt men door alle jubelende artikelen over de wijk de indruk dat dit Amsterdam Zuid uniek in de wereld maakt. Dat is wat overdreven, want Fritz Schuhmacher kreeg bij voorbeeld in Hamburg, tegelijk met Berlage in Amsterdam, de kans om hele woonwijken te ontwerpen. Wat wel buiten kijf staat, is dat Berlages wijk zeldzaam zorgvuldig is vormgegeven. De afwisseling van pleinen en straten, hoofd- en nevenassen, verkeersaders en rustige straten, monumentale gebouwen en de van sobere maar prachtige details voorziene woningblokken - ze hebben Amsterdam Zuid terecht wereldberoemd gemaakt.

Maandag 26 oktober is het precies vijfenzeventig jaar geleden dat de Amsterdamse gemeenteraad Berlages Plan Zuid goedkeurde. Dit wordt gevierd met een voorbeeldige tentoonstelling over de wording van Amsterdam Zuid in het Gemeentearchief in Amsterdam. De expositie is niet de uitputtende monstertentoonstelling die gemakkelijk over Plan Zuid gemaakt had kunnen worden, maar heeft een prettige, compacte omvang en is logisch opgebouwd. Eerst krijgt de bezoeker Berlages vogelvluchtperspectieven van de nieuwe wijk te zien om dan via tekeningen, foto's en documenten van afzonderlijke buurten en gebouwen af te dalen naar een echte lantaarnpaal en een heus interieur. Bovendien is het Gemeentearchief de best mogelijke plek voor een tentoonstelling over Plan Zuid: wie wil weten hoe de wijk er nu bij staat, bevindt zich er op loopafstand van.

Net als de huidige ambitieuze IJ-oeverplannen, had Plan Zuid een lange voorgeschiedenis. Al in 1904 maakte Berlage een ontwerp voor de uitbreiding van Amsterdam, dat ook op de tentoonstelling is te zien. Het maakt duidelijk dat de architect J.W. Leliman toen gelijk had met zijn kritiek dat het "krampachtige stratenpatroon geenszins herinnert aan de klare lijnen van de Beurs'. Het plan werd in 1905 door de gemeenteraad goedgekeurd, maar godzijdank niet uitgevoerd.

Berlages plan van 1917 herinnert in niets meer aan zijn eerdere kneuterige ontwerp. In het definitieve Plan Zuid regeren wél de klare lijnen, opgebouwd als het is uit twee min of meer symmetrische delen die in elkaar grijpen. De wijk wordt van de rest van de stad gescheiden door het Amstelkanaal: van het oude centrum of de nabijgelegen Pijp trekt Amsterdam Zuid zich niets aan.

Berlage mag dan de geestelijke vader van de wijk zijn, zonder de zorgvuldige invulling die elk deel ervan kreeg, zou Plan Zuid niet zo'n succes zijn geworden. De bouw van een woonblok werd steeds gegund aan een woningbouwvereniging of particulier die een architect een ontwerp liet maken. Zo'n ontwerp moest voldoen aan de eisen van bij voorbeeld de speciaal voor Amsterdam Zuid aangestelde "supervisor' Jan Gratama en later van de Commissie Zuid, die streng en vooral vasthoudend waren. Zo moest Lau Peters zijn blok voor de Maasstraat maar liefst vijftien keer opnieuw maken voor het goed was, blijkt op de tentoonstelling. De commissie bemoeide zich met alle details, van de plaats van de schakelkasten tot de lantaarnpalen en prullenbakken. Het is een les voor nu. Mocht Rem Koolhaas als hoofdverantwoordelijke voor de stedebouwkundige opzet van de IJ-oeverplannen de Berlage van het fin de siècle worden, dan is het te hopen dat de gemeente weer zulke deskundige waakhonden in dienst neemt.

Ondanks de zorgvuldige werkwijze van de commissie was Berlages ontwerp niet heilig. Vooral de plattegrond van het gedeelte tussen het Muzenplein en het Olympisch Stadion lijkt slechts vaag op het oorspronkelijke Plan Zuid. En waar Berlage bij voorbeeld de Academie voor Beeldende Kunsten had gedacht, staat nu het Hilton Hotel. Het Zuiderstation werd pas in 1980 op zeer bescheiden wijze gerealiseerd. Hierdoor kregen sommige wel uitgevoerde onderdelen een heel ander karakter dan bedoeld. Het grootste slachtoffer is de Minervalaan die geen "boulevard met winkelgalerijen' is geworden, maar een brede, doodse straat. Gelukkig maakt de vreemde, Moskou-achtige atmosfeer van het grote, symmetrische Minervaplein, een ander slachtoffer van de schending van Berlages plannen, veel goed.

Wat tijdens de tientallen jaren durende invulling van Plan Zuid niet veranderde, was het gesloten bouwblok, de basis van het succes van het ontwerp. De modernistische stedebouwkundige ideeën die in de loop van de jaren twintig ontstonden konden Berlages Plan Zuid niet achterhalen. Op de expositie wordt dit duidelijk gemaakt aan de hand van de prijsvraag voor het Allebéplein in 1929. De toen jonge architecten Merkelbach en Karsten zonden een functionalistisch ontwerp in met losstaande, in stroken opgestelde, zakelijke blokken. De commissie wees het ontwerp resoluut af. "Genoemde architecten staan de nieuwe richting van de architectuur voor', vond de commissie een voldoende argument.

De voorkeur van de Commissie Zuid ging uit naar de Amsterdamse School en verwante baksteenarchitecten. Hun gebouwen overheersen dan ook in Amsterdam Zuid. Toch kreeg Jan Duiker het in 1929 voor elkaar om zijn Nieuw Zakelijke Openluchtschool te bouwen, maar die werd wel verbannen naar het binnenterrein van een bouwblok, zodat het gebouw praktisch aan het zicht was onttrokken. Later, in de jaren dertig, zijn hier en daar in Plan Zuid toch Nieuw Zakelijke gebouwen aan de straatkant opgedoken, zoals de Atelierwoningen in de Zomerdijkstraat en de Montessorischool aan de Anthonie van Dijckstraat. Ze zijn de voorboden van de naoorlogse wijken, die er nooit in geslaagd zijn zo geliefd te worden als Berlages Amsterdam Zuid.

De tentoonstelling eindigt in mineur. Plan Zuid is in gevaar, zo laten grote zwart-wit foto's zien. Woonblokken raken in verval en moeten misschien zelfs worden gesloopt, het Olympisch Stadion verdwijnt wellicht, graffiti-klodderaars kunnen ongehinderd hun gang gaan en de verschrikkelijke ziekte van de kunststof kozijnen die van elke gevel een schim van het verleden maakt, is niet bij de grens van Amsterdam Zuid gestopt. Soms wordt deze ziekte zelfs gestimuleerd door overheidssubsidies.

Over het mogelijke behoud van Plan Zuid wordt op maandag 26 oktober onder de titel Een toekomst voor Berlage's Amsterdam-Zuid in de Rai in Amsterdam een congres gehouden. Er is nog hoop, blijkt al uit het artikel van Marleen Slooff in de mooie catalogus. Sommige restauraties in Zuid zijn wel geslaagd, zoals de woningen van Piet Kramer in de Burgemeester Tellegenstraat. Maar er is meer nodig dan zulke incidentele successen, vindt Slooff. Zij heeft haar hoop gevestigd op een "nieuwe integrale aanpak' van de stadsdelen Rivierenbuurt en Zuid die het nu voor het zeggen hebben in Amsterdam Zuid: “Een goede aanzet tot deze alomvattende benadering is de planologische studie van de wijk, die in het afgelopen jaar door de bureaus Urbis en Vlug in opdracht van beide stadsdelen is opgesteld.” De directeur voor Buro Stadsontwerp Urbis, Ir. R.D. Lambert, is een van de sprekers op het congres.

    • Bernard Hulsman