Beraad over verplichte inentingen

DEN HAAG, 24 OKT. Het kabinet stelt de vrijheid van burgers om zich niet in te enten tegen besmettelijke ziekten ter discussie. Hiertoe is gisteren besloten op voorstel van staatssecretaris Simons (volksgezondheid). Aanleiding is de polio-epidemie die vorige maand is uitgebroken.

De afgelopen weken openbaarden zich in een aantal provincies in totaal ongeveer 20 gevallen van polio. De verschijnselen traden voornamelijk op bij kinderen van wie de ouders op religieuze gronden inenting afwijzen. Sinds 1978 waren in Nederland geen gevallen van poliobesmetting meer opgetreden.

Het kabinet zet nu vraagtekens bij de vrijheid van burgers zich niet in te laten enten en wil dat er een hernieuwde afweging wordt gemaakt tussen het belang van de volksgezondheid om besmettelijke ziekten te voorkomen en de individuele vrijheid van burgers zich niet in te laten enten.

Het kabinetsstandpunt wijkt af van een eerdere stellingname van de verantwoordelijke staatssecretaris, Simons. Deze stelde zich de afgelopen weken in het openbaar steeds op het standpunt dat de overheid de individuele vrijheid van burgers niet wil aantasten. Premier Lubbers zei gisteren na afloop van de ministerraad dat het al dan niet verplichten van inenting een “moeilijk vraagstuk” is, waar hij zelf nog niet uit is. Hij beklemtoonde dat het kabinet nog geen beslissing heeft genomen. Het is overigens nog niet duidelijk hoe het kabinet de hernieuwde discussie wil voeren.