Vrouwen gevangen in cilinders bij De Châtel

Gezelschap: Dansgroep Krisztina de Châtel. Nieuwe werken: ß8 Seven Suggestions/From a Rifle to a Prayer; choreografie en kostuums: Kevin Wynn; muziekcompilatie: Joseph Reiser; licht: David Grill. ß8 Paletta; choreografie: Krisztina de Châtel; muziek: Steve Reich; toneelbeeld: Peter Vermeulen; licht: Peter Romkema. Gezien: 22/10 Theater Bellevue Amsterdam; daar nog te zien t/m 24/10; verder: 28/10 Beverwijk, 30 en 31/10 Arnhem. Informatie voor latere data: 020-6273970.

Ziekte van artistiek leidster Krisztina de Châtel mag dan wel de planning van haar gezelschap in de war gegooid hebben, het eerste programma van de groep, waarin twee uitgestelde premières worden gepresenteerd, staat als een huis en laat een groep dansers zien die in alle opzichten voortreffelijk werk leveren. De nieuwe dansstukken verschillen zeer en bieden de dansers de mogelijkheid te laten zien waartoe ze in staat zijn, en dat is niet gering.

Gastchoreograaf is ditmaal de Amerikaan Kevin Wynn, die op een bonte muziek- en stemcollage een levendige bewegingscompositie maakte. Hoge sprongen, flitsende draaien en acrobatische salto's worden afgewisseld met kleine, snelle, nooit voorspelbare en vaak humoristische bewegingen in heupen, schouders en armen. De dansers stuiven over het toneel, eerst in sobere, zwarte Mao-pakken, later in strakke, eveneens zwarte gestileerde tricots die benen, armen en schouders onbedekt laten.

Even onvoorspelbaar en complex zijn de groepsformaties waarin enkele solo- en duetfragmenten verwerkt zijn. Het tempo is constant zeer hoog en het is aan een bekwame repetitor (Josiane Geys) te danken dat alles zo helder en afgewerkt uit de verf kwam. Soms werd die bewegingsorgie wat te veel en wat mij betreft hadden in Seven Suggestions/ From a Rifle to a Prayer wat rustpunten mogen zitten, maar boeiend is het zeker en het zou op een groot toneel nog beter tot zijn recht komen.

Het tweede nieuwe werk, Paletta, van Krisztina de Châtel, vormt met Wynns choreografie een groot contrast. Het bestaat uit twee delen, beide gezet op dezelfde muziek: Steve Reichs Music for mallet instruments, voices and organ. De Châtel keert in dit werk terug naar de principes van het minimalisme en toont zich daar opnieuw een meesteres. Ook nu is het toneelbeeld bepalend. Drie grote doorzichtige cilinders, verspreid over het toneel, dwingen de vier mannen in het eerste deel tot manoeuvreren tussen en rond die cilinders. Zij doen dat met louter beenbewegingen, de armen worden gedurende het gehele stuk langs het lichaam gehouden. Onmerkbaar verschuiven de ruimtelijke patronen. Van een gesloten blok waaieren zij uit in diagonale, vierkante en rechte lijnen en hoewel de vier dansers dezelfde passen uitvoeren, zorgen de wisselende lichaamsrichtingen en gevolgde vloerpatronen voor een fascinerende ruimtelijke werking.

In deel twee komen de drie vrouwen aan bod. Zij zitten gevangen in de cilinders, doch die uiterst beperkte ruimte blijkt hun een onverwachte gevarieerdheid aan bewegingsmogelijkheden te bieden. Hun lichamen vouwen zich ineen, strekken zich lang uit, leunen en wentelen langs de wanden waarbij de plaatsing van armen, handen en voeten nieuwe lijnen en vormen veroorzaken. Het geheel ademt een sfeer van sereniteit en concentratie. De sobere zwarte en strakke kostuums en de fraaie belichting ondersteunen die sfeer. Een prachtige choreografie die door Cathy Dekker, Ann van den Broek, Paula Vasconcelos, Pieter-Paul Blok, Gilles den Hartog, Jakob Nissen en Michael Strecker met precies de nodige exactheid en intensiteit werd uitgevoerd.

Het programma wordt aangevuld met de reprise van De Châtels solo Vortex, opnieuw uitstekend gedanst door Oerm Matern, die na één seizoen Rotterdamse Dansgroep weer bij De Châtel is teruggekeerd.

    • Ine Rietstap