Vrije tijd

Dat boek van Mulisch, meer dan negenhonderd bladzijden, daar doe je gauw twintig uur over. Dus opeens een zee van tijd als je besluit het niet te lezen.

Vier uur om over Rozendaal van het station van Arnhem naar dat van Rheden te lopen, de Veluwezoom vlammend van herfst.

Drie uur voor een integrale Don Giovanni van Mozart, in zijn soort toch ook een meesterwerk.

Drie uur voor een extra bezoekje aan je schoonmoeder, met een gebroken pols in een ziekenzaaltje op Scheveningen.

Twee maal een uur voor een gesprek met vrouw en kinderen. Dat leidt dan wel niet over toppen van spiritualiteit, maar in de dalen van genegenheid en humor kan het ook heel prettig toeven zijn.

Een uur voor het poetsen van schoenen, oppompen van fietsbanden, beantwoorden van brieven e.d. Een uur voor de meerkoeten op de Oude Rijn, nog steeds verdiept in hun onbegrepen zwart. En een uur voor het cryptogram van zaterdag, een uur desnoods voor Derrick.

Dan heb je altijd nog vier uur over om werk te lezen van auteurs die zo goed zijn de wereld niet te verklaren. Natalia Ginzburg bij voorbeeld, Richard Brautigan of F.B. Hotz.

Plus: je spaart een hoop geld uit en je hoeft niet mee te praten over de nieuwe Mulisch.

Al deze voordelen tegenover één boek, werkelijk een geschenk van de hemel.

    • Koos van Zomeren