President van Britse centrale bank weigert af te treden

LONDEN/LUXEMBURG, 23 OKT. De president van de Britse centrale bank Robin Leigh-Pemberton weigert af te treden, nadat gisteren in een rapport naar voren kwam dat de Bank of England niet alert genoeg is geweest om de grootscheepese fraude bij de Bank of Credit and Commerce International (BCCI) te voorkomen. Leden van de Labour Party drongen op zijn aftreden aan. Leigh-Pemberton was het met de conclusie van het rapport wel eens, maar zei in een radio-interview dat hij geen enkele reden ziet om af te treden.

De Britse regering heeft het 220 pagina's tellende rapport laten opstellen naar aanleiding van de sluiting van de BCCI-vestigingen over de hele wereld op 5 juli 1991. Het rapport sprak van een “opeenstappeling van fouten” door de top van de Centrale Bank. De centrale bank had al eerder van een parlementscommissie de kritiek gekregen dat zij te laat had ingegrepen. De bank heeft steeds gezegd goed te hebben gehandeld en niet eerder te hebben kunnen ingrijpen. In het rapport staat dat al in begin 1990 duidelijk was dat het risico bestond dat de ineenstorting van BCCI enorme problemen zou opleveren.

Er zijn inmiddels al wel plannen opgesteld om de gedupeerde spaarders bij BCCI voor een deel te compenseren. Gisteren is de rechtbank in Luxemburg akkoord gegaan met een crediteurenplan voor de BCCI. Dat betekent dat de sjeik van Abu Dhabi, de grootandeelhouder van de bank, een bedrag van 1,7 miljard dollar ter beschikking stelt waarmee spaarders van hun geld tussen de 30 en 40 procent krijgen terugbetaald. De schuldeisers van BCCI - spaarders, aandeelhouders en handelscrediteuren - raakten in totaal 9,25 miljard dollar kwijt. Het besluit gisteren van de luxemburgse rechtbank was vooral gebaseerd op het feit dat een overgrote meerderheid van 93 procent van de crediteuren zich bij een stemming in juli al achter het akkoord had gesteld.

Aan het akkoord zijn wel enkele voorwaarden gebonden. Zo dienen schuldeisers af te zien van claims tegen de sjeik en dient te worden afgewacht of sommige crediteuren binnen twee maanden beroep aantekenen tegen het besluit van de rechtbank. Maar als er niets meer tussen komt, kunnen de spaarders vanaf begin 1993 de eerste betalingen tegemoet zien. (REUTER/AFP)